Nieuwe ervaringen

Na de komst van het kind begaf ik me voorzichtig in een nieuwe wereld die ik voorheen alleen uit verhalen kende. Voor het eerst in lange tijd deed ik weer eens dingen voor het eerst, hoewel ik soms hoopte dat het tevens de laatste keer was.

De eerste keer met een kinderwagen in een tram bijvoorbeeld, bij het instappen bleef een van die kutwieltjes hangen achter een drempel terwijl de deuren zich langzaam sloten. In gedachten zag ik mezelf al thuiskomen zonder dochter, voor eeuwig gereduceerd tot een slecht verhaal waarvan ze me er de laatste tijd ongevraagd al zoveel vertelden.

Van peuters die sigarettenpeukjes uit de asbak van hun vader hadden gegeten tot en met een vader die per ongeluk op zijn baby was gaan zitten.

Deze eerste keer instappen in de tram ging op het nippertje goed, waarna meteen de eerste keer uit de tram gezet worden wegens een kinderwagen volgde.

„Maximaal twee per tram”, zei de conductrice vanuit haar glazen hok over het aantal kinderwagens. Ze telde er hardop drie, waardoor het gangpad bij een eventuele calamiteit met de verder half lege tram volgens de regels officieel geen vluchtroute meer was.

De eerste keer in een park met andere ouders bood een voorzichtige kijk in de nabije toekomst. We bouwden wespenvallen met half lege flesjes Fristi, hadden het over kamperen en een kleuter liet me uitgeprinte plaatjes van de Disneyfilm Frozen zien die ze inmiddels twintig keer had bekeken.

Omdat ons kind zo braaf en rustig was geweest, werd ik overmoedig toen we op de weg naar huis de ‘Pure Markt’ passeerden. Een grasveld vol verantwoorde mensen en kraampjes met verantwoorde producten, tot voor kort kon je me er met geen stok heen drijven, maar nu leek me het opeens leuk om er het verse gezin overheen te slepen.

We waren de enige niet.

Stonden we daar.

Tussen andere mensen met Stokke-wagens in de rij voor een plastic glas Kornuit-bier.

Het bier kwam, samen met ouders die hun hoofd in de kinderwagen staken en zeiden dat we d’r beslist naar De Pretlettertjes of een andere goede crèche moesten sturen. Een man van in de vijftig met zijn kind in een katoenen draagdoek voor de buik kwam me ter hoogte van de biologisch gedraaide Hongaarse worsten om een spuuglapje vragen. We hadden geen spuuglapje, natuurlijk hadden we geen spuuglapje.

Begon ze daarom onbedaarlijk te huilen? Ze hoefde in ieder geval nooit meer naar de Pure Markt.

    • Marcel van Roosmalen