Minister: recherche moet beter

De oprichting van de Nationale Politie verloopt stroef. De minister moet de reorganisatie gaan reorganiseren, erkent hij.

Rechercheurs houden hun parate kennis niet op peil, doen onnodig dubbel werk en de kwaliteit van hun werk is vaak onvoldoende.

Die harde conclusies staan in de ‘herijkingsnota’ van de Nationale Politie, die minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie, VVD) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De minister wil dat de korpsleiding snel een verbeterplan opstelt, en kondigt zelf alvast maatregelen aan.

De politie stelt snel vacatures open voor experts op het gebied van financieel-economische en cybercriminaliteit. Vooral op die gebieden is er een kennistekort. Ook worden de opleidingen van agenten en rechercheurs vernieuwd.

Rechercheurs moeten zich aanpassen aan de manier waarop de georganiseerde misdaad verandert. Die verschuift steeds meer van „zichtbaar naar onzichtbaar en van fysiek naar virtueel”, schrijft Van der Steur. De „vertrouwde, klassieke manier” van rechercheren volstaat niet langer.

In een toelichting op zijn plannen verwees Van der Steur gisteren naar het kritische boek dat oud-rechercheur Michiel Princen begin dit jaar uitbracht. Als financieel rechercheur in Amsterdam constateerde hij een gebrek aan intelligentie, een verzuurde organisatie en „een ouwejongenskrentenbroodsfeertje”.

Korpschef Gerard Bouman schoof het boek eerder terzijde als „oud nieuws”. Hij heeft het niet gelezen omdat er „veel interessantere boeken”, zijn. Maar Van der Steur herkent in het boek dat „zowel op cultuurgebied, maar ook qua kennis en kunde verbetering mogelijk is”. Vandaag zou Princen een gesprek met de korpsleiding hebben naar aanleiding van het boek.

Naast dit verbeterprogramma voor de opsporing, heeft de politie nu vooral rust nodig om de reorganisatie op orde te krijgen, vindt Van der Steur. De Nationale Politie, die twee jaar geleden van start ging na samenvoeging van 27 zelfstandige politieorganisaties, werd lange tijd overvraagd. Den Haag gaf de politie steeds nieuwe prioriteiten en opdrachten, terwijl de reorganisatie zelf al veel tijd en aandacht kostte, en er tegelijk bezuinigd moest worden. Een onmogelijke combinatie.

Daarom komt de minister met een ruimere planning. De politie krijgt drie jaar langer de tijd om de basis van de reorganisatie op orde te krijgen, tot eind 2017. Veel verbeteringen van de politieorganisatie moeten daarom worden uitgesteld tot 2018.

De reorganisatie wordt twee keer zo duur: 460 miljoen euro. De extra 230 miljoen moet de politie zelf betalen uit financiële reserves. Daar is veel kritiek op. Het was immers Van der Steurs voorganger Ivo Opstelten die de politie opzadelde met deze onrealistische doelen, zegt Frank Giltay, voorzitter van de Centrale Ondernemingsraad van de politie. „En nu zitten wij met de rekening.” SP-Kamerlid Nine Kooiman vindt het „schandalig” dat de politie moet opdraaien „voor het falen van de minister”.

Voor de problemen die Van der Steur benoemt op het gebied van de opsporing, zijn er volgens Giltay twee duidelijke oplossingen: meer geld en meer mensen. „Van der Steur jaagt iedereen naar school: dan komt het allemaal goed. Wij denken volstrekt anders. Als je de werkdruk ziet, kom je snel tot de ontdekking dat je mensen en middelen tekortkomt.”

Van der Steur zegt dat de veiligheid van burgers tijdens de reorganisatie geen moment in het geding is, maar Giltay betwist dat. Naast de werkdruk is er volgens hem gebrekkig onderhoud. De „kaasschaaf” wordt gehanteerd. „In ons advies op de begroting van volgend jaar kunnen we straks aantonen dat dit ten koste gaat van de veiligheid.”

    • Christiaan Pelgrim