In de gevangenis hadden ze ook al gezegd dat hij er niet thuishoort

Michael klinkt als een modeljongere. Maar de politie vond drie auto's bij hem thuis. Die had hij onder valse namen gehuurd. Spijt heeft hij wel.

Deugt Michael nou wel of niet? Hij probeert over te komen als een modeljongere, volledig schuldbewust over wat hij heeft gedaan. Zijn advocaat voegde bij het dossier het mbo-diploma filiaalmanager dat Michael behaalde in de tien maanden sinds hij uit voorlopige hechtenis kwam. En daar staat twee jaar voor, meldt hij trots. Michael wil „iets bijdragen aan de maatschappij”.

Tijdens de zitting draait hij zich herhaaldelijk om naar de enige van de vier slachtoffers die naar de zitting kwam en zo dicht mogelijk bij de deur een plaatsje zocht. Hij wil haar „in de ogen kijken”; hij wil „alles doen” om het weer goed te maken. De vrouw taxeert haar schade op 8.000 euro; Michael tekent er meteen voor. Hij zal het terugbetalen.

Tegen de rechter zegt hij enorm geschrokken te zijn van de twee weken in voorlopige hechtenis. „Ook de mensen die ik daar tegenkwam zeiden me dat ik daar niet thuishoor”, voert hij aan. Hij heeft z’n leven op orde. Hij wil business management studeren, aan het hbo. Michael woont bij z’n moeder en heeft drie baantjes. Bij PostNL, bij pakketbezorger GLS en als koerier bij een bakkersbedrijf. „Ik spaar, mevrouw de rechter.” En hij helpt z’n moeder de huur te betalen. Hij kwam nooit eerder voor de rechter.

De meervoudige strafkamer ziet een 25-jarige, knappe, goed geklede zwarte jongen uit een voorstad van Amsterdam, die zich helder uitdrukt, en weet wat hij wil. Niet wéér de gevangenis in; maar dat hij straf zal krijgen lijkt hem wel waarschijnlijk. Michael had vorig jaar namelijk ontdekt hoe makkelijk het is om bij autodeelwebsites als WeGo of SnappCar leuke auto’s te huren van particulieren. Eerst deed hij dat onder eigen naam en bracht hij de auto’s ook terug. Later maakte hij valse profielen aan. Hij betaalde de rekening ook niet altijd. Zijn rijbewijs was nog nieuw en „ik wilde rij-ervaring opdoen”, zegt hij tegen de rechter.

Eén zo’n auto, een Mini Cooper, had hij vervolgens verkocht. Hij had 5.000 euro gevraagd, maar dat was niet gelukt. „Motorschade”, had de handelaar gezegd. Michael had 1.500 euro aangenomen. Uit hebzucht, mevrouw de rechter. En een paar maanden later deed hij het nog een keer. Of eigenlijk drie keer, binnen twee dagen – toen de politie hem aanhield, had hij drie van particulieren ‘gehuurde’ auto’s staan. Geldgebrek had hij niet. Verkeerde gedachten stroomden bij mij binnen, mevrouw. Ik wilde meer. Ik wilde leven met auto’s onder mijn handbereik. Eraan verdienen.

De rechtbank is sceptisch. Toen Michael werd aangehouden, had hij ook nogal wat pasjes in zijn bezit, waar zijn naam niet op stond. Bankpasje, creditcard, rijbewijs, een kentekenbewijs, kopieën van autosleutels. Er zit in Michael dus nog een verhaal. Maar dat wil hij niet vertellen, „op advies van mijn advocaat”. Hij wil zich niet „verder in problemen brengen”. Ook de politie kon niet goed vaststellen waar de pasjes vandaan kwamen of wie de eigenaren waren. „U hebt dus alleen maar spijt van wat er in het dossier vaststaat”, zegt een van de rechters. De reclassering heeft Michael ook bekeken – hulp heeft hij niet nodig.

De officier vraagt acht maanden gevangenis, waarvan vier voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank laat hem op vrije voeten. Hij krijgt twaalf dagen cel, evenveel als hij in voorarrest zat. Daarnaast krijgt hij 78 dagen voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf van 180 uur en een proeftijd van twee jaar. En Michael moet 8.000 euro schade vergoeden aan het slachtoffer.

    • Folkert Jensma