‘Ik heb nog een beetje hoop, al is het niet heel veel’

Het kabinet vroeg hem de Nederlandse Hypotheekinstelling op te zetten. Maar Europa zegt ‘nee’. „Ik spring hooguit twee keer per jaar uit mijn vel.”

Hypotheekobligaties met garantie

Na twee jaar van overleggen, onderhandelen en discussiëren moet kwartiermaker Jan van Rutte (65) het opgeven. De Nederlandse Hypotheekinstelling (NHI) die de woningmarkt moest ondersteunen, komt er niet. Van Rutte heeft het kabinet een dik oprichtingsrapport gestuurd, maar daar blijft het vooralsnog bij. „Als ik A zeg, zeg ik ook B en dan maak ik zaken graag af met veel inzet”, zegt de oud-topman van zowel Fortis als ABN Amro. „Maar tot mijn spijt moet ik nu accepteren dat dit niet van de grond komt.”

Het eerste wat Van Rutte deed toen het plan definitief werd opgegeven, was zijn tuin inlopen. „Onkruid wieden. En een flink stuk stevig grasmaaien. Dat leidt zo lekker af namelijk.”

Het kabinet lanceerde in 2013 het plan voor een instelling die banken en andere woningfinanciers in crisistijd van voldoende geld moest voorzien. De NHI moest ‘hypotheekobligaties’ met 100 procent staatsgarantie uitgeven, voor grote beleggers als pensioenfondsen en verzekeraars. Met de opbrengst zou de NHI pakketten hypotheken van banken opkopen – zodat pensioenfondsen en verzekeraars indirect de woningmarkt financierden. Het ging alleen om de minst risicovolle hypotheken met Nationale Hypotheek Garantie (NHG), waarbij de staat al garant staat voor een restschuld. De banken betaalden de staat een premie voor de garantie. En ze betaalden de beleggers terug met de aflossingen door huiseigenaren.

Het plan is níét ingehaald door het aantrekken van de woningmarkt, de historisch lage hypotheekrente of de komst van nieuwe hypotheekaanbieders, zegt Van Rutte. Nee, het vliegwiel voor de woningmarkt is vastgelopen in Brussel. „De NHI zou het aantrekken van geld om hypotheken mee te verstrekken goedkoper maken voor banken en andere woningfinanciers. De banken moeten dat voordeel weer doorberekenen aan de klant en ze zijn daartoe ook volledig bereid. Maar de Europese Commissie en de banken zijn het oneens over hoe je dat doet. De commissie zegt: vergelijk het met de gemiddelde kosten van alle zakelijke financiering die je aantrekt. Nee, zeggen de banken: kijk naar de kosten van alternatieven waarmee wij hypotheken financieren, zoals obligaties met onderpand. Het gaat ons te ver om meer voordeel terug te geven dan we genieten. En dus oordeelt de Commissie: als de banken niet al het voordeel aan de klanten doorgeven, dan is er sprake van ongeoorloofde staatssteun.”

Waar staat u in die discussie?

„Een kwartiermaker is altijd neutraal. Maar laat ik zeggen: ik heb begrip voor het standpunt van de woningfinanciers.”

Bent u nooit uit uw vel gesprongen?

„Ik spring niet zo snel uit mijn vel, hooguit twee keer per jaar. Als dat in februari al twee keer is gebeurd, voorspelt het niet veel goeds voor de rest van het jaar, heb ik wel eens gezegd voor de grap.”

Het leek een mooi plan in het crisisjaar 2013. De huizenprijzen waren inmiddels ongeveer 20 procent gedaald en 1,3 miljoen woningbezitters stonden ‘onder water’ met hun hypotheek. Banken konden door de strenge kapitaaleisen minder krediet verlenen. Buitenlandse hypotheekverstrekkers hadden zich allang over de grens teruggetrokken.

Maar pensioenfondsen en verzekeraars bulkten van het geld (totale pensioenvermogen: 1.589 miljard euro begin 2015). Wat als zulke grote beleggers uit binnen - en buitenland meer nieuwe hypotheken konden financieren?

Er waren meer voordelen: Nederland heeft te weinig spaargeld tegenover alle schulden, zoals de nationale hypotheekschuld van 636 miljard. De NHI zou ook helpen om het gat, de zogenoemde funding gap (357 miljard euro), te verkleinen. Dat zou Nederland minder afhankelijk maken van de internationale geldmarkt. Het aantrekken van buitenlandse beleggers moest de concurrentie op de hypotheekmarkt vergroten en zorgen voor een lagere hypotheekrente.

Minister Stef Blok (Wonen, VVD) vroeg Kees van Dijkhuizen, die Van Rutte is opgevolgd als financieel directeur van ABN Amro, begin 2013 om wat voorwerk te doen voor de NHI. Van Dijkhuizen maakte daarop een rondje langs banken, pensioenfondsen, verzekeraars, sociale partners en departementen. „We hebben wat gladgestreken”, zei hij in mei 2013 in deze krant. „Deze discussie loopt al een paar jaar en in het verleden was er vaak gehakketak.” Vervolgens had Tjerk Kroes, directeur strategie en beleid van pensioenuitvoerder APG, het plan verder uitgewerkt. Doel was om in een paar jaar tijd 50 miljard euro op te halen. De hypotheekrente zou tot 0,5 procent kunnen dalen, dacht Kroes. Naast pensioenfondsen en verzekeraars zouden ook multinationals kunnen beleggen in de Nederlandse hypotheekmarkt. „Als gedachte-experiment: ook Coca-Cola zou gewoon kunnen zeggen ‘joh, we hebben een paar honderd miljoen en we gaan dit doen’”, zei Kroes in september 2013 in een interview.

En zo ging in oktober 2013 de telefoon bij Van Rutte. Het was minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) die hem vroeg om drie opdrachten voor het kabinet te doen: de definitieve uitwerking van de NHI, de voorbereiding van de Nationale Investeringsinstelling (NLII), die initiatieven en beleggers koppelt, plus een plan voor financiering van windenergie op zee.

U was net gepensioneerd en had de tijd?

„Eigenlijk wilde ik een half jaar helemaal niets doen. Wat stedentripjes met mijn vrouw, opruimen enzo. Ik heb ook even geaarzeld. Ik zei: dit is wel leuk, maar ook een veelkoppig monster: elk van deze projecten is op zichzelf al een monsterproject. Het wrange was dat men toen zei: die NLII, nou, dat gaat voorlopig niet door. Maar de die is oktober vorig jaar gestart. Overigens waren we vorige zomer ook al voor 90 procent klaar met de NHI. Maar die paar dossiers die overbleven waren wel zwaar.”

Het hele proces heeft twee jaar geduurd. Hoe hield u alle betrokkenen bijeen?

„Ik begon met het maken van werkgroepen. In totaal waren er zo’n veertig mensen mee bezig, van banken, verzekeraars en pensioenfondsen tot ministeries. Bij aanvang en op een paar andere momenten heb ik de groep gevraagd: willen jullie nog steeds dat de NHI er komt? Staan jullie er nog achter? En dat was steeds zo.”

Had u het meningsverschil met Brussel niet eerder kunnen zien aankomen?

„Een terechte vraag, maar deze discussie met de Europese Commissie hebben we een jaar lang gevoerd – dus we zijn dit probleem eerder tegengekomen. Er is heel frequent contact geweest, veel uitwisseling van standpunten. We zijn zover gegaan om zelfs een externe partij om advies te vragen, KPMG. Ook daar kwam uit dat het voor de hand liggend is om de kosten van hypotheekfinanciering te berekenen zoals de banken voorstelden. Maar goed, als de Commissie op een ander standpunt blijft staan kun je nog heel lang doorpraten en de zaak laten escaleren, maar....”

Hadden de banken niet kunnen zeggen: ok, als de Europese Commissie het zo wil, dan nemen we daar genoegen mee?

„Nee, om de simpele reden dat zij zeggen: we zien geen reden om meer voordeel af te dragen dan we genoten hebben. Ook bedrijfsmatig is dat geen gezonde stap.”

Waarom heeft u alsnog een dik oprichtingsplan geschreven voor een instelling die er niet gaat komen?

„We hebben recht willen doen aan de enorme hoeveelheid werk die er door iedereen in gestoken is. Ten tweede: mocht het ooit zover komen dat het toch nodig is, dan ligt er een rapport klaar.”

Stiekem heeft u nog een beetje hoop.

„Nog een beetje, al is het niet heel veel. Het blijft jammer, want je richt zo’n instelling niet op voor de goede tijden, maar voor wanneer de financiering opdroogt. De buitenlandse hypotheekaanbieders trokken zich in 2008 als eersten terug. En de funding gap tussen spaargeld en schulden is al wel kleiner geworden, maar is er nog steeds. Stel dat de hypotheekverstrekking weer toeneemt en we meer gaan consumeren omdat het goed gaat met de economie, dan blijft dat gat groot. Daarom blijft zo’n NHI een nuttig instrument. Tijdens een crisis moet je zoiets niet oprichten, wel als de economie stabiliseert en je alle partijen op één lijn kunt krijgen.”

Eigenlijk is dit het ideale moment voor de oprichting van de NHI, zegt u dus.

„Ja, eigenlijk wel.”

    • Eppo König