Het Palmyra van IS is nu vrij van afgoderij

De zondag opgeblazen tempel van Bel was eeuwenlang het centrum van het religieuze leven in de antieke oasestad. Alleen niet-religieuze bouwwerken staan nog overeind.

Foto

Amsterdam. Zondagmiddag hoorden inwoners van de Syrische stad Tadmur het geluid van een harde explosie. De knal kwam uit de richting van de ruïnes van Palmyra, de naburige antieke oasestad. Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten meldde enkele uren later dat Islamitische Staat (IS) met explosieven een aanslag had gepleegd op de tempel van Bel, een van de best bewaarde bouwwerken van Palmyra. Over de omvang van de schade had de groep geen informatie.

Gisteren zei Maamoun Abdelkarim, directeur van de Syrische Dienst voor Oudheden, vanuit Damascus dat de muren van de tempel nog overeind stonden. Maar vanochtend meldde Unosat, de VN-afdeling die satellietbeelden analyseert, tegenover de BBC dat er van het hoofdgebouw van de tempel en van een rij zuilen in de buurt niets meer over is.

IS had bij het ter perse gaan van deze krant nog geen beelden vrijgegeven om het bewijs te leveren voor zijn daad van vandalisme.

Het heiligdom van Bel (‘Heer’ in het Akkadisch, een oude Semitische taal) is opgericht in het jaar 32 na Chr., toen Palmyra een autonome handelsstad was aan het einde van de Zijderoute. De tempel was eeuwenlang het centrum van het religieuze leven in de stad. Hij was opgetrokken in een gemengde bouwstijl, met zowel Mesopotamische als Grieks-Romeinse elementen.

Binnen de vier hoge muren van de tempel waren een eetzaal annex gastenverblijf en een cella (binnenruimte) met heiligdommen gewijd aan de god Bel, de zon en de maan.

Sinds IS Palmyra in mei bezette, hebben de jihadisten er al verscheidene malen toegeslagen. In juni bliezen ze twee antieke pre-Romeinse graftombes op die zij beschouwden als ‘heidens’ en ‘godslasterlijk’. Begin juli gaven ze een video vrij waarop 25 gevangen soldaten van het Syrische leger werden geëxecuteerd in het Romeinse amfitheater van Palmyra.

Een week geleden stuurden ze beelden de wereld in waarop te zien was hoe de tempel van de Palmyreense hemelgod Baal Shaamin, uit de tweede eeuw na Chr., de lucht in ging. Ook van dat bouwwerk staat niets meer overeind. IS liet toen ook weten dat de archeoloog Khaled al-Asaad (82), sinds een halve eeuw bewaarder van de oudheden in Palmyra, was onthoofd.

Wat nog rest van de gaafste schatten van Palmyra, dat in de oudheid bekend stond als Stad van Duizend Zuilen, zijn vooral seculiere bouwwerken. Dat zijn het amfitheater, de ruim een kilometer lange Grote Colonnade, een imposante zuilenrij langs wat ooit de hoofdstraat van Palmyra was, en het Tetrapylon (zie kader).

Van de vijf Byzantijnse kerken die er hebben gestaan, waaronder een vijftienhonderd jaar oude basiliek, resten alleen nog stukken vloer en verspreide brokstukken, voor IS waarschijnlijk niet de moeite van het opblazen waard.