Een lesje in effectiviteit uit Engeland

Iedere dinsdag laat Merlijn Kerkhof (28) zien wat de schoonheid is van klassieke muziek. Deze week: Purcell.

Vorige week schreef ik dat William Byrd de grootste Engelse componist ooit is. Denken ze daar aan de andere kant van het Kanaal ook zo over? Niet helemaal. Hoewel de Engelsen door hun jaloersmakende cultuur van koorzang beter met de meerstemmige muziek van de renaissance vertrouwd zijn dan wij, is het een barokke meester die in de populariteitspoll op één zou eindigen.

Die nationale troetelcomponist is nota bene een geëmigreerde Duitser. Verengelst als George Frideric Handel (Händel dus). Tegen de populariteit van Händel, die jarenlang in Londen werkte, leggen die Engelsen het allemaal af. Traditioneel zitten rond Kerst de kerken vol voor zijn Messiah. Maar als er dan toch één geboren Engelsman in de buurt komt, is het Henry Purcell (1659-1695).

Al vanaf zijn negende zou Purcell componeren. Hij was al jong verbonden aan de koninklijke kapel. Hij schreef in allerlei genres: kenners prijzen zijn fantazia’s (abstracte, instrumentale muziek) waarmee hij een bloeiende Engelse traditie voortzette, bij het grote publiek zijn vooral zijn vocale werken geliefd, zoals de ode Hail! Bright Cecilia of Music for the Funeral of Queen Mary. Maar het stuk waar de meesten hem van kennen is Dido and Aeneas.

‘Dido’ is één van de vroegste Engelse opera’s. De opera gaat uiteraard over de door Vergilius opgetekende legende rond Dido, koningin van Carthago, en haar liefde voor de Trojaanse held Aeneas. Centraal staat de wanhoop als hij haar verlaat om Rome te stichten. Dido sterft van verdriet.

De opera is helaas niet compleet overgeleverd en duurt maar een uur. Al zullen veel mensen daar niet om treuren, want voor velen gaat het alleen om het slotstuk: de aria When I am laid in earth, beter bekend als Dido’s Lament. Het is zowel een van de simpelste als een van de aangrijpendste aria’s uit de operageschiedenis.

De aria is gebaseerd op een ground, een patroon dat elf keer wordt herhaald. Het eerste deel daarvan bestaat uit een opeenvolging van dalende halve noten. Op zich al dramatisch, maar zeker als de zanglijn daar dan ook op bepalende plaatsen in de tekst mee wringt. Purcell laat de noten voortkomen uit de betekenis van de woorden, bijvoorbeeld door voor het woord ‘laid’ voor een dalende noot te kiezen. De opbouw is subtiel. De woorden ‘remember me’ worden als mantra steeds in het zelfde ritmische patroon herhaald op één toon. Tot ze als uitroep in de hoogte klinken. Schrijnend.

Je kunt Purcell zien als een soort muzikale rendementsdenker. Zó veel kunnen zeggen met zo weinig noten. Zó effectief. Da’s toch knap.