Dyslexie staat niet zomaar op het lijstje

Deze rubriek belicht elke dinsdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Vandaag: belastingaftrek voor dyslexie en een aanslag voor webcamseks.

De Belastingdienst en vertrouwen, het is een gevaarlijke combinatie. Wat het ene jaar wordt toegestaan kan het jaar daarop zomaar worden afgewezen.

Zo heeft een vader in 2011 voor zijn dyslectische dochter 15.000 euro uitgegeven aan scholing en ziektekosten. Hij gaat ervan uit dat hij dat mag aftrekken als specifieke zorgkosten. Dit deed hij in 2008 ook – met behulp van een bezwaarschrift tegen zijn voorlopige aanslag – wat toen leidde tot een vermindering van de aanslag. Maar de belastinginspecteur weigert deze keer de aftrek. Kosten voor dyslexie staan immers niet op het lijstje met specifieke zorgkosten.

De vader begrijpt er niets van. Hij vindt dat hij erop mocht vertrouwen dat de Belastingdienst de aftrek weer zou toestaan. Bovendien vindt hij het redelijk dat de kosten wél in het lijstje worden opgenomen, omdat zijn dochter volgens de wet verplicht is onderwijs te volgen.

Volgens de rechtbank Den Haag is het vertrouwen pas terecht als de fiscus over een aantal jaren dezelfde gedragslijn heeft gevolgd met een weloverwogen standpunt. In dit geval heeft de vader in zijn bezwaarschrift alleen vermeld dat de kosten betrekking hebben op zijn dyslectische dochter en niet gemotiveerd de aard van de kosten beschreven. Dat de aftrek destijds werd toegestaan, wil dus niet zeggen dat sprake is van een weloverwogen standpunt.

Over de redelijkheid van het lijstje kan de rechter niet oordelen, omdat het gaat om een wettelijke regeling. Maar kennelijk is de fiscus er zelf ook nog niet uit. In 2013 en 2014 waren deze kosten namelijk wel aftrekbaar, terwijl ze in 2015 weer zijn geschrapt. Niet te scheutig zijn met vertrouwen dus.