Chirurg zonder papieren

Als chirurg voerde Robert Muller operaties uit waarvoor hij niet bevoegd was. Met soms fatale gevolgen. „Je zegt geen nee als iemand op je operatietafel ligt.”

Chirurg Robert Muller. Foto Kees van de Veen

Robert Muller schrikt soms als een voorbijganger hem iets te lang aankijkt. Zo beginnen zijn nachtmerries ook. Dan wordt hij herkend, en door een woedende meute achternagezeten. „Dat zal niet gebeuren, maar ik hoef niet zo nodig meer naar de stad of het strand. In de ogen van de mensen in de straat ben ik de killerchirurg.”

Chirurg Robert Muller (60) was twee jaar geleden landelijk nieuws. Hij heeft ernstige fouten gemaakt in het Bethesda-ziekenhuis in Hoogeveen bij operaties die hij niet mocht uitvoeren, omdat hij het juiste certificaat nooit haalde. Twee van zijn patiënten overleden daarbij. De Inspectie voor de Gezondheidszorg noemde hem een „reëel gevaar [...] voor de veiligheid van patiënten”.

Kranten meldden eerst dat Muller zich onvindbaar hield, en later dat hij naar Sint Maarten was gevlucht. Hij werd op sociale media vergeleken met naziarts Josef Mengele. In maart van dit jaar deed het Regionaal Tuchtcollege in Zwolle uitspraak: Muller mag zijn beroep in Nederland niet meer uitoefenen. Hij wil zijn naam proberen te zuiveren in een hoger beroep, maar de hoop om in Nederland als arts te kunnen werken, heeft hij opgegeven.

Nu zit hij op het terras achter zijn huis in het oosten van het land. Voor de deur staat een Porsche, overgebleven uit zijn leven zoals het was, maar geld voor benzine heeft hij niet.

Hij was helemaal niet gevlucht, zegt hij. Hij was gewoon vindbaar voor autoriteiten. Dat hij Mengele is genoemd, kan hij niet serieus nemen. Hij beschouwt zichzelf als een goede chirurg die jarenlang geen klachten kreeg.

Eén keer wil hij zijn verhaal vertellen. Misschien kan hij iemand behoeden voor wat hem is overkomen. Muller wil laten zien hoe eenvoudig hij zonder de juiste kwalificaties toch gecompliceerde vaatoperaties bij patiënten kon uitvoeren, zonder dat iemand ingreep. En: Muller wil vertellen wat het met een mens doet om terecht te komen in een mediastorm.

Muller – kringen onder de ogen – is nerveus voor het gesprek, maar maakt de indruk dat hij gewend is de leiding te hebben. Hij geneert zich als hij emotie toont. „Ik wil helemaal niet uren over mezelf praten”, zegt hij. Hij zet zijn eigen bandrecorder op tafel. „Mijn wantrouwen is groot. Ik ben aan de hoogste boom opgeknoopt. Dat ik moet boeten, begrijp ik. Maar wat ik heb meegemaakt staat niet in verhouding tot mijn fouten.”

Tropenziekenhuis

„Ik ben geen oogarts. Toch heb ik in een tropenhospitaal in Congo een oogtumor geopereerd. Een jong meisje, ik kon haar op de lange termijn niet redden, maar door het oog eruit te halen kon de tumor niet voortwoekeren. Zo gaat het in de jungle. Je bent de enige chirurg.”

Muller is midden jaren 80 net geslaagd voor het artsexamen, als hij in het vliegtuig stapt naar Zuid-Afrika. In Nederland kan hij pas een jaar later terecht bij de opleiding voor algemeen chirurg, in Afrika kan dat direct. Bovendien: het avontuur trekt, net als de vraag naar medisch specialisten. Muller haalt in de jaren erna het chirurgendiploma, en werkt later in academische ziekenhuizen in Johannesburg, Durban en Pretoria. Hij is algemeen chirurg en mag patiënten opereren, maar hij mag geen complexe, gespecialiseerde vaatoperaties uitvoeren.

„Het land vond ik niet zo leuk, maar de chirurgie is veelomvattend en indrukwekkend”, vertelt hij. „Veel slachtoffers van bijvoorbeeld schietpartijen, messteken of ernstige auto-ongelukken. Wat een chirurg als uitdagend beschouwt, gebeurt daar dagelijks.”

Het academisch ziekenhuis in Pretoria organiseert regelmatig missies naar andere Afrikaanse landen, vaak in samenwerking met organisaties als Artsen zonder Grenzen. Muller werkt onder meer in Malawi, de jungle van Congo, scheefgezakte ziekenhuisjes in Mozambique. Er zijn eigenlijk alleen basisartsen in de ziekenhuizen waar hij terechtkomt. Een chirurg opereert daar alles en iedereen. Speciale certificaten zijn er niet voor complexe ingrepen; Muller mag alle soorten operaties doen, omdat hij meestal de enige chirurg is. Hij denkt vaak terug aan Afrika. „Kijk, in bijvoorbeeld Malawi zijn misschien zes chirurgen. Je zegt geen ‘nee’ als iemand op je operatietafel ligt. Of je werkelijk bekwaam bent, dat doet er eigenlijk niet toe. Je bent de enige. Ik heb dat te lang gedaan. Dat is mijn valkuil geworden.”

Horrorchirurg

„Ik was niet klaar voor de operatie. De OK-assistenten merkten dat ik onzeker was, dat voel je. Het op de aorta zetten van de klemmen duurde al bijna een half uur. De anesthesist had moeite de bloeddruk van de patiënt goed te houden. Nee, het was niet goed.”

Muller keert in 2010 terug naar Nederland, nadat hij jarenlang in Zuid-Afrika, Frankrijk en Duitsland heeft gewerkt. In die periode hield Muller zich altijd aan de regels. Hij ziet zijn drie kinderen, van wie de jongste twee in Zuid-Afrika geboren zijn, graag in Nederland studeren.

Zelf kan hij aan de slag in Hoogeveen. Als bij het Bethesda-ziekenhuis een chirurg wordt ontslagen, solliciteert Muller op de vrijgekomen plaats in de vakgroep vaatchirurgie. Tijdens het sollicitatiegesprek vertelt Muller dat hij zich bekwaam voelt om acute vaatchirurgische operaties uit te voeren. Hij vertelt ook dat hij geen Europees certificaat vaatchirurgie heeft. Dat is nodig om die complexe vaatoperaties uit te voeren, een belangrijk deel van het werk voor chirurgen in de vakgroep. In Duitsland heeft Muller wel drie jaar de opleiding vaatchirurgie gedaan, maar daar haalde hij nooit het certificaat omdat hij niet aan het minimum vereiste aantal vaatoperaties kwam. Een verzoek aan de afdeling vaatchirurgie van het Universitair Medisch Centrum in Groningen om ervaring op te doen met hoogcomplexe vaatchirurgische ingrepen – Muller heeft de mailwisseling daarover – wordt afgewezen. Logistiek te complex.

Het Bethesda-ziekenhuis neemt Muller aan als vaatchirurg met de afspraak dat hij altijd zijn achterwacht kan bellen voor ondersteuning als er een patiënt komt die Muller niet zelf mag opereren.

Op 4 maart 2012 wordt om 15.00 uur een patiënt binnengebracht op de spoedeisende hulp. Hij heeft hevige pijn rechts onderin de buik. De patiënt ziet grijs, zweet erg en kan zijn urine niet meer vasthouden, staat te lezen in de uitspraak van het medisch tuchtcollege. De patiënt, geboren in 1953, heeft een gebarsten aorta-aneurysma. Dat betekent: een gescheurde buikslagader. Levensgevaarlijk, gewoonlijk reden om direct te opereren. Het is 17.15 uur als de telefoon van Muller gaat. Hij is die zondag dienstdoend vaatchirurg voor de ziekenhuizen in de omgeving en haast zich na het telefoontje richting ziekenhuis. Een kwartier later begint de operatie. Een ingreep waarvan Muller wist dat hij er het juiste certificaat niet voor had.

„Die operatie had ik nooit mogen doen”, zegt hij. „Ik heb me bekwaamheid toegemeten die ik niet had. Als ik een andere ingreep deed, dan ging het heel soepel. Hier stond ik steeds te denken: hoe moet ik het doen, hoe moet ik dit doortrekken?”

Het lukte die zondag niet om zijn achterwacht aan de telefoon te krijgen, zegt Muller. „Ik heb geprobeerd hem telefonisch te pakken te krijgen, meerdere keren. En daarna nog de dienstdoend vaatchirurg in het UMC Groningen, maar die stond zelf te opereren. Op een gegeven moment moet je de knoop doorhakken. Het was een spoedgeval.”

De achterwacht heeft in de tuchtzaak ontkend dat hij is gebeld. De tuchtrechter zegt tijdens de zitting dat hij geen reden heeft aan die bewering te twijfelen. En hoe Muller ook heeft geprobeerd telefoongegevens te krijgen, het is hem niet gelukt te bewijzen dat hij zich „wel degelijk” heeft gehouden aan de afspraken. Het Bethesda-ziekenhuis wil niet meewerken aan het verstrekken van gegevens en weigert getuigen te laten praten met Muller. Waarom het ziekenhuis een chirurg zonder de juiste certificaten op de oproeplijst plaatste als dienstdoend vaatchirurg, heeft het nooit willen uitleggen. In een reactie verwijst het ziekenhuis naar de uitspraak van de tuchtrechter. Daarin staat onder meer dat de tuchtrechter het „niet geloofwaardig” acht dat Muller zijn achterwacht niet kon bereiken. Ook legt de tuchtrechter de schuld voor het overtreden van de gedragsregels bij Muller; niet bij het ziekenhuis.

De achterwacht ontkent niet alleen dat hij door Muller is gebeld; hij is ook degene die een dag later de ‘hersteloperatie’ uitvoert en dan ontdekt dat niet alles goed is gegaan. Hij schrijft in het operatieverslag over de operatie van Muller dat er „opmerkelijk genoeg” protheses helemaal verkeerd zijn aangelegd. Hij probeert de schade te herstellen, maar dat lukt niet. Na vier weken op de intensive care overlijdt de patiënt.

Het was een van de laatste operaties van Muller in Hoogeveen; zijn contract loopt af. Ondertussen waarschuwt de directeur van het Bethesda ziekenhuis de Inspectie voor de Gezondheidszorg, vanwege het verdachte sterfgeval. Er wordt een onderzoek geopend naar andere operaties van Muller in Hoogeveen.

Opgejaagd

„De inspectie noemde me een klungelchirurg, ik zou zijn gevlucht. Mijn drie kinderen hebben dat over hun vader moeten lezen. Maar ik ben geen monster. Ik probeerde patiënten te redden.”

Een paar maanden na de operatie die Muller niet had mogen verrichten, verschijnt, op 2 augustus 2013, een bericht op de website van de inspectie: „De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft chirurg R.W.J. Muller, die werkzaam was in het Ziekenhuis Bethesda Hoogeveen, een bevel gegeven. Het bevel houdt in dat chirurg Muller geen complexe vaatchirurgische zorg meer mag verlenen. De inspectie is van oordeel dat dit een reëel gevaar oplevert voor de veiligheid van patiënten.” Voorlopig mag Muller nog wel ‘gewone’ operaties uitvoeren, als algemeen chirurg, meldt de Inspectie.

Muller leest het bericht terwijl hij in Frankrijk woont en werkt. Hij is er samen met zijn vrouw naartoe verhuisd toen zijn contract in Hoogeveen afliep. Het verbaast hem, want de inspectie had laten weten dat hij eerst mocht reageren op een concept van dit bevel. Dat kwam er niet van. Hij ziet zichzelf in verschillende dagbladen. „Met een weinig flatterende foto. Ik lijk wel een crimineel.” Op internet staat dat hij is ondergedoken en dat de inspectie hem niet kan vinden.

„Ik was tien dagen lang van ’s ochtends tot ’s avonds op alle nieuwszenders en in alle kranten”, vertelt hij. „Het hield niet op. Als we thuis kwamen, keken we eerst of er geen pers stond. Waar dat vluchtverhaal vandaan komt, geen idee. Door de enorme media-aandacht heb ik in overleg met mijn advocaat besloten dat we niet zouden zeggen waar ik verbleef. De inspectie kon me gewoon bereiken. Mijn advocaat werd ’s nachts uit bed gebeld door de pers. Ik zag in een paar dagen tijd mijn leven in elkaar storten.”

Muller beseft dat het er slecht uitziet voor hem. Uit het onderzoek dat de inspectie na het verdachte sterfgeval in Hoogeveen uitvoerde blijkt dat er meer is misgegaan, zo wordt duidelijk tijdens de behandeling van de tuchtzaak in februari 2015: „Een op feiten gebaseerd oordeel over het specifiek operatief handelen is veelal niet mogelijk gebleken door het grotendeels ontbreken van essentiële informatie in de verslaglegging”.

Ook blijkt tijdens de zitting dat Muller nóg een complexe operatie heeft uitgevoerd, terwijl hij daar geen certificaat voor had. Het gaat om een patiënt die zeer ziek het ziekenhuis wordt binnengebracht. Deze patiënt had nooit in Hoogeveen geopereerd mogen worden, want ze hadden daar niet de juiste faciliteiten om nazorg te bieden aan een patiënt die zo ernstig gewond is aan de aorta.

Muller: „Dit was een heel oude meneer, die ook kampte met andere ziektebeelden.”

Tien jaar voor dit moment had het academisch ziekenhuis in Groningen al besloten dat deze patiënt opereren te risicovol zou zijn. „Daarover had ik als dienstdoend chirurg geïnformeerd moeten worden, bijvoorbeeld door de huisarts van de man. Had ik van de voorgeschiedenis geweten, dan had ik de man nooit meegenomen naar de operatiekamer”, vertelt Muller.

Dat gebeurt toch, want het is een spoedgeval, en Muller moet een beslissing nemen. Hij weet dat hij niet het goede certificaat heeft voor de behandeling, zijn collega’s in de operatiekamer weten dat volgens Muller ook. „Ik dacht: ik kijk wat ik nog kan redden. Is dat dan slecht? Ik probeer die patiënt te redden – dat was kansloos – en word daar op afgerekend. Als enige. Waar blijft het ziekenhuis in deze? Zij hebben ook steken laten vallen.”

Het tuchtcollege is in haar uitspraak in maart van dit jaar helder: Muller mag geen chirurg meer zijn. „Naar het oordeel van het college moeten deze fouten worden aangemerkt als chirurgisch klungelwerk van dien aard dat het college er geen vertrouwen in heeft dat verweerder zijn vak als algemeen chirurg met een voldoende mate van bekwaamheid zou uitoefenen en weer in staat gesteld zou moeten worden om zijn vak, heelkunde, op te kunnen pakken, zoals hij heeft verzocht.”

Solliciteren

„Ik had een goede baan, met een goed inkomen. Ik werkte veel en hard, stond altijd voor mijn patiënten klaar, en had plezier in mijn vak. Van dat alles is niets meer over.”

De dagen van Muller zijn leeg. Sollicitaties binnen de geneeskunde hebben geen enkele zin gehad. „Dat snap ik ook wel.” Zijn vrouw werkt, hij zit thuis. Met een advocaat bereidt hij een hoger beroep voor. Hij heeft weinig hoop dat de uitspraak van de tuchtrechter wordt teruggedraaid. Muller wil dat mensen zijn dilemma begrijpen. Dat een situatie voor een chirurg soms niet zwart-wit is. „Ik heb een zorgplicht. Had ik dan niets moeten doen?”

Hij heeft een voorbeeld. Muller werkte vlak nadat het inspectieonderzoek was begonnen kort in het ziekenhuis op Sint Maarten als waarnemend algemeen chirurg. Daar had hij de juiste kwalificaties voor. Op een dag werd daar een overvallen winkelier binnengebracht met ernstig hoofdletsel. De dichtstbijzijnde neurochirurg is in de Dominicaanse Republiek. Muller, zelf geen neurochirurg, moet volgens de regels de patiënt doorverwijzen. De man is er echter zo slecht aan toe – hij blijkt een hersenbloeding te hebben – dat hij zal overlijden als een operatie op zich laat wachten.

„Ik vond dat ik hem niet dood kon laten gaan”, zegt Muller. „De anesthesist en het OK-personeel wilden eigenlijk niet. Ik had de keuze: hem laten doodgaan, of zijn schedel lichten, ook al ben ik geen neurochirurg. En godzijdank heeft dat goed uitgepakt. De man knapte zienderogen op, al tijdens de operatie. Wat ben ik voor arts, als ik zo’n man laat sterven?” Een woordvoeder van het St. Maarten Medical Centre laat weten dat het vaker voorkomt dat patiënten in „complexe gevallen” overgevlogen moeten worden naar omliggende eilanden, waar meer expertise is: „Met de beschikbare aanwezige expertise wordt dan alles gedaan om de patiënt te stabiliseren.”

De omgeving van Muller heeft weinig begrip voor zijn situatie. De meeste familie, vrienden en collega’s hebben het contact verbroken. Zijn kinderen hebben voor zijn gevoel moeite met de situatie. „Eén bevriend stel heeft letterlijk gezegd: we willen geen contact meer met jullie. Ongelofelijk.”

Op het dieptepunt wilde hij uit het leven stappen, zegt hij. „Ik heb hier gestaan, met het doel er een einde aan te maken. Maar ik had de kracht niet, en gelukkig ben ik er nog. Ik wil niet opgeven. Het leven is nog leuk genoeg. Maar het is verdomd moeilijk als je zoveel kwijt bent geraakt.”

Wie in zijn werk afwijkt van wat gebruikelijk is, neemt een enorm risico, vindt Muller. „Ik heb ervaren dat je zwaar en disproportioneel wordt gestraft. Ik vind mezelf nog steeds een capabel arts en chirurg.”