Opinie

    • Frits Abrahams

Brandende objecten

Sommige zomergasten van de VPRO laten je achter met prikkelende gedachten waar je nog een poosje op blijft kauwen. De Vlaamse psychiater en filosoof Damiaan Denys was zondagavond voor mij zo iemand; ik vond hem een van de boeiendste zomergasten van de laatste jaren.

Dat kwam ook doordat hij als in Nederland wonende Belg een andere kijk op ons heeft dan wijzelf hebben. Hij vond ons een interessant, kosmopolitisch volkje, minder provinciaal dan de Belgen, maar het vrijgevochtene was er wel af, Nederland was in zijn beleving een nogal angstig, controlefreakerig land geworden.

In zijn algemeenheid is op die visie niet veel af te dingen, vrees ik, maar toch heb ik bedenkingen bij enkele voorbeelden die Denys gaf. Voorbeelden zijn belangrijk: als ze niet kloppen ga je twijfelen aan de redenering. Denys noemde de manier waarop ‘wij’ de NOS-indringer Tarik Z. behandelden, en de Nederlandse strengheid tegenover de wensballon.

Zijn kritiek op de behandeling van Z. moest hij al snel voor minstens de helft inslikken. Ja, gaf hij toe, Z. had een wapen en al bleek het een nepwapen, het was reden genoeg om hem met geweld aan te pakken. Toch vond hij die zaak symptomatisch voor het veranderde Nederland.

Hij vergeleek het met de coulante, invoelende manier waarop zijn intellectuele voorbeeld, de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, een verwarde jongeman bejegende die een lezing van hem verstoorde. Met verwarde mensen moet je juist het gesprek aangaan, vond Denys. Maar de vergelijking viel in het water, juist doordat die jongen niet met geweld dreigde.

Bovendien voelde ik voor het optreden van Lacan in die zaal minder sympathie dan voor die jongen, die nog iets meelijwekkends had. Lacans schreeuwend uitgestoten zinnen met de als indrukwekkend bedoelde stiltes ertussen – hier was een goeroe aan het werk. Tegenstanders van Lacan noemen hem een charlatan; ik kan dat niet beoordelen, maar op grond van dit optreden zou ik die kwalificatie niet op voorhand willen afwijzen.

En dan de wensballonnen. Denys vond het fijne ballonnen en hij noemde het typerend voor de Nederlandse regeldwang dat het gebruik ervan aan allerlei beperkingen was gebonden.

Ook hier doet hij Nederland te kort. De wensballon is van Chinese en Thaise afkomst en wordt gebruikt voor het uiten van een wens na oplating bij een feestelijke gelegenheid, zoals een huwelijksfeest, verjaardag, oud en nieuw. Wensballonnen mogen in Nederland worden opgelaten, maar alleen onder strikte veiligheidseisen.

De wensballon – ik citeer de brandweer van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) – werkt volgens het principe van de heteluchtballon: de lucht in het omhulsel wordt door een warmtebron met open vlam verwarmd waardoor de ballon opstijgt. Volgens de VRR wordt een nieuw risico geïntroduceerd „doordat brandende objecten onbestuurd de lucht worden ingestuurd.”

De brandweer vermoedt dat zich hier en daar al branden ten gevolge van de wensballon hebben voorgedaan. In Duitsland zijn ze verboden nadat een kind bij zo’n brand omkwam.

Kortom, het is niet te hopen dat zo’n brandende wensballon op het dak van het AMC terechtkomt, juist als daar psychiater Denys zijn zegenrijke arbeid verricht met een patiënt die van zijn vuurvrees wil worden afgeholpen.

    • Frits Abrahams