Column

Wereldgeschiedenis in een discrete vitrine

Om te vieren dat het Marx-Engels-archief nu geheel op internet beschikbaar is, heeft het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) een kleine excursie georganiseerd, binnen het voormalig cacaopakhuis in Amsterdam waarin het is gevestigd. Archivaris Marien van der Heijden voert een groepje belangstellenden naar de kluisdeur waarachter zich de 5,6 meter handschriften van Karl Marx (1818-1883) en Friedrich Engels (1820-1895) bevinden – grondleggers van de twintigste-eeuwse arbeidersbeweging.

De archivaris heeft enkele schatten uit dit archief in glazen vitrines gelegd – de kluis zelf blijft dicht. We zien onder andere het enig bewaarde kladvelletje waarop Marx in 1847 het Communistisch Manifest heeft geschreven. En een eerste druk van het eerste deel van Marx’ hoofdwerk Das Kapital uit 1867, met aantekeningen van de auteur in de kantlijn die doen vermoeden dat hij nog lang niet tevreden was. Marx’ handschrift was priegelig – misschien ook om papier uit te sparen. De lettertjes leunen naar links, wat terughoudendheid suggereert. De handschriften maken aanschouwelijk dat hier niet zomaar een politieke essayist of agitator aan het werk was, maar een wetenschapper: het wemelt van de sommen en algebraïsche formules.

Elk archief is een luilekkerland: de historische realiteit onder handbereik, rauw en ongeordend. Maar de aanschouwing van déze archiefstukken is wel heel bijzonder. Als geen andere immers heeft de papieren nalatenschap van Marx invloed gehad in de hele wereld – ten goede en ten kwade.

Dat Nederland dit IISG bezit, een mondiaal toonaangevende instelling, is vooral de verdienste van de economisch historicus Nicolaas Posthumus (1880-1960), die na de oorlog ook het NIOD oprichtte.

Van der Heijden vertelt het avontuur van het Marx-Engels-archief. Marx liet in Londen zijn papieren na aan vriend en sponsor Engels, die Das Kapital af moest maken. Na diens dood gingen ze naar de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD). Toen die in 1933 door de nazi’s werd verboden, werden de papieren naar Kopenhagen gesmokkeld en te koop aangeboden. Eerst leek Stalins Sovjet-Rusland de koper. Maar Stalin liet zijn onderhandelaar, Nikolaj Boecharin, na een beroemd showproces in 1938 in Moskou doodschieten. Zo kon het IISG alsnog de papieren verwerven, die de oorlog doorstonden in een kluis in Londen.

En zo liggen ze nu hier in Amsterdam, in een instelling die als schier onuitputtelijke bron van materiaal over de geschiedenis van de arbeidersbeweging onder geleerden in de hele wereld een begrip is, maar in Nederland zelf relatief onbekend. Want het IISG heeft geen deel aan de trend waarbij culturele instellingen zich moeten waarmaken met publieksvriendelijke activiteiten. Het heeft er het budget niet voor, en de knowhow niet in huis. Het is een archief, voor wie het wil raadplegen, en leent zijn schatten hoogstens uit voor tentoonstellingen van anderen. Een van Nederlands culturele topinstellingen is de discretie zelve.