Column

Vluchtelingencrisis in vier panikerende fases

West-Europa beleeft de derde fase van het vluchtelingenprobleem. Het probleem stak al jaren geleden de kop op, toen de Italiaanse marine de eerste Noord-Afrikaanse vluchtelingen redde. Daar waren mensensmokkelaars hun lucratieve handel begonnen. Met vaak onzeewaardige scheepjes werden duizenden naar de overkant van de Middellandse Zee gebracht, meestal op het eiland Lampedusa aan wal gezet, of het scheepje verongelukte en ze verdronken. Om erger te voorkomen stuurde onder meer onze marine assistentie. Het hielp niet; ze bleven komen en dat werd een vast nummer op de televisie. Dat was fase één.

Het probleem bleef groeien. Voor de vluchtelingen werd de nieuwe toegang tot Europa het Griekse eiland Kos, vanwaar ze probeerden naar andere delen van Europa te komen. Geliefd doel bleek Engeland, via Calais en de Kanaaltunnel. Daarvan werd opnieuw via de televisie uitvoerig verslag gedaan. Veel politie, prikkeldraadversperringen, grote groepen vluchtelingen die in de open lucht kampeerden, en één man uit Afrika werd zelfs een paar dagen beroemd omdat hij het tunneltraject, veertig kilometer, lopend had afgelegd. Aan het eind werd hij gearresteerd.

Een grote groep forceerde de grens met Macedonië. En vorige week eenenzeventig lichamen in een vrachtwagen. De publiciteit over deze catastrofes beschouw ik als deel van fase twee. Intussen ontdekten we hier dat Syrië, Irak, andere landen in de regio en vrijwel heel Afrika een onuitputtelijke bron van vluchtelingen zijn geworden. De tijd dat politici in het Westen dachten dat daar met militair ingrijpen iets wezenlijks kon worden gedaan is voorbij. Met de bloedige chaos in Syrië voor ogen is er ook geen politicus meer die zich aan een interventie wil wagen. Dat is het tweede deel van fase twee, de stilzwijgende ontdekking van deze onwrikbare status quo.

In het begin van de derde fase ontdekken we dat de stroom vluchtelingen potentieel eindeloos is. Volgens de Europese Commissie moet Nederland binnen een jaar 2047 vluchtelingen extra opnemen en voor de hele Unie zouden het er 40.000 zijn. Is dit haalbaar? Dat is het probleem niet meer. In plaats daarvan zouden we ons moeten afvragen of Europa hier op de langere termijn nog toe in staat is.

De Duitse minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Mazière zei dat Duitsland in staat is 800.000 vluchtelingen te huisvesten. Kort daarop braken in het stadje Heidenau bij Dresden rellen uit waarbij 31 agenten werden verwond. Merkel verscheen ter plaatse, noemde het verzet walgelijk en bevestigde wat de minister had gezegd. Is dit het vervolg van fase drie? Of het begin van fase vier?

In heel West-Europa keert een groeiend aantal kiezers zich tegen de komst van immigranten. In Frankrijk hebben we het Front National, hier de PVV. In België en de Scandinavische landen bestaan soortgelijke formaties. Hoe je het ook wendt of keert, deze partijen hebben de wind in de zeilen. Binnen de EU wordt energiek gezocht naar een oplossing die voor alle lidstaten aanvaardbaar zal zijn.

Binnen de lidstaten is intussen een heel ander proces op gang gekomen. Humanitaire overwegingen worden in de publieke opinie verdrongen door direct eigenbelang. Dit is dan het begin van fase vier in de Europese binnenlandse politiek. Krijgt deze fase de kans zich verder te ontwikkelen, dan mogen we de gevolgen niet onderschatten. Demonstraties, rellen, politici die hoe dan ook hun huid willen redden, en tenslotte een nog chaotischer Europa zonder leiderschap.

Dat zal de consequentie zijn als de vluchtelingenstroom niet op een aanvaardbare manier wordt getemd. Maar hoe dat moet gebeuren weet op het ogenblik niemand.