Studie moet ook karakter vormen

Wel vijf openingstoespraken van het academische jaar gingen over ontplooiing van de student: Bildung.

Opening van het academisch jaar in Nijmegen. Foto: Flip Franssen

Een Duits woord waart door de universiteiten en dat is Bildung. Genoemd in zeker vijf toespraken vandaag bij de opening van het academische jaar. Het hoger onderwijs draait niet alleen om wetenschap en onderzoek maar studenten moeten er ook persoonlijk gevormd worden. Bildung is een beweging voor zelfontplooiing en tegen alleen economisch nut. Met een sterker accent op onderwijs en dus wat minder aandacht voor onderzoek.

Minister Bussemaker (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, PvdA) opende de universiteit van Utrecht met een rede over menselijk inlevingsvermogen, een moreel kompas, nieuwsgierigheid en kritisch „grensoverstijgend” denken om later verantwoordelijkheid te kunnen dragen.

Germaniste en hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Utrecht Beatrice de Graaf betoogde vandaag aan de Erasmus Universiteit dat Bildung ook normen, waarden, ethiek en idealen vormt. Huibert Pols, rector magnificus van de Erasmus universiteit, ziet Bildung als „de Duitse traditie van zelfcultivering – en de daarmee verbonden bredere academische ontwikkeling van onze studenten”.

Volgende week start in Amsterdam een heuse Bildungsacademie voor ontplooiing van de student. Het initiatief wordt geholpen door de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. In een eigen pand zullen dertig studenten voor een half jaar worden gevormd. Zij hebben zelf het programma meebedacht dat onder andere reflecteert over dataverwerking, de eigen identiteit (filosoof Joep Dohmen, verpleeghuisarts-columnist Bert Keizer) of over geld (Herman Wijffels, Alexander Rinnooy Kan). Er zijn ook lessen retorica (emeritus hoogleraar strafrecht Eugene Sutorius).

Bildung wordt wel heel verschillend uitgelegd. De Middeleeuwse mysticus meester Eckhart bedacht het woord en bedoelde er „vorming naar het beeld van God” mee. Volgens de verlichtingsfilosoof Immanuel Kant is Bildung „opvoeding tot persoonlijkheid” in praktische of morele zin, zodat „de mens als een vrij handelend wezen kan leven”. De geestelijke vader van de moderne onderzoeksuniversiteit, Wilhelm von Humboldt (1767-1835), had het over een „zekere vorming van gezindheid of karakter, die bij niemand mag ontbreken”. Door Bildung wordt een mens verlicht en verwerft hij zich de vrijheid om „zoals in het leven vaak geschiedt, van het ene tot het andere over te gaan”.

Betere startpositie

In de Duitssprekende academische wereld woedt al jaren een debat over de ongelijke verdeling van de Bildung aan de middelbare school. In zijn boek Bildungspanik; was unsere Gesellschaft spaltet (2011) toont socioloog Heinz Bude begrip voor degenen die hun kinderen een goede startpositie willen geven na de slechte Duitse resultaten van de internationale Pisatest voor middelbaar onderwijs. Het gymnasium is bij uitstek een Bildungsopleiding omdat de vakken Grieks en Latijn niet direct praktisch toepasbaar zijn. Maar Bude geeft de voorkeur aan de Gesamtschule waar alle groepen bij elkaar komen. Ook de Weense hoogleraar filosofie Konrad Paul Liessmann bepleit in zijn polemische boekGeisterstunde: die Praxis der Unbildung Bildung voor degenen buiten de elite. Hij maakt gehakt van degenen die het leren van praktische competenties als Bildung zien.

Martin Paul, de Duitse voorzitter van de raad van bestuur van Maastricht University, vindt dat de Nederlandse universiteit de principes van Humboldt meer eerbiedigt dan de Duitse. „Humboldts credo was: autonomie is belangrijk en de raison d’être van de universiteit is, dat die onderzoek met het leren verbindt. Daarom zijn Nederlandse universiteiten meer nader aan Humboldt dan de Duitse’’, zei hij afgelopen juni tegen het Duitse weekblad Die Zeit.

Bildung versus studentenmachine

In het woord Bildung balt zich het ongemak samen met de efficiënte studentenmachine die de hedendaagse universiteit in veel Westerse landen is geworden. Overal in het Westen is sinds de jaren zestig de deelname aan het hoger onderwijs geëxplodeerd. Sociale stijging moest voor iedereen mogelijk zijn. Ook in Nederland werd het ideaal omarmd dat de helft van de bevolking hoogopgeleid moet zijn. Tegelijkertijd mag het de overheid niet te veel kosten. En zo ontstond het „rendementsdenken” waar dit jaar naar aanleiding van de Maagdenhuisbezetting in Amsterdam zoveel weerstand tegen ontstond.

Ook over de grens wordt gefilosofeerd over de vraag waar universiteiten eigenlijk voor zijn. In het buitenland heten alle universiteiten net zo goed „excellent’’. Zowel de universiteit van Leiden als de universiteit van Amsterdam hadden bij hun opening een Britse gastspreker die een verhandeling schreven met de titel What are universities for?. Volgens Stefan Collini, hoogleraar intellectuele geschiedenis en Engelse literatuur aan de universiteit van Cambridge en spreker in Leiden, heeft de universiteit altijd tegen alle weerstand in uitbreiding en verdieping van kennis gesteld boven directe, praktische doeleinden. Die traditie moet overeind blijven.