Column

Ontdekkingsdrang

Wat is dat toch: de lust om iets leuk te vinden voordat anderen het zien? Pioniersdrift? Ontdekkingsdrang in een overvloedige wereld waarin smaak je moet onderscheiden?

Je hoort het vaak wanneer iets – een liedje, een kledingstuk, een café – populair is, de verdediging: ‘Ik was al fan voordat anderen het waren.’

Ik wilde hier een kritiekloze ode houden aan Kate Tempest. De 29-jarige rapper, dichter, toneelschrijver uit Londen is ‘aanstormend’ – ze won poëzieprijzen en treedt op in uitverkochte concertzalen –, maar in Nederland is ze nog onbekend bij het grote publiek.

Op een verjaardagsfeestje probeerde ik haar na te rappen. When all you’ve got is a hammer, everything looks like nails. De persoon die ik mede-fan wilde maken, onderbrak me. „Als je haar echt zo goed vindt, kun je haar beter voor jezelf houden.” Ze vertrouwde me toe dat ze al jaren fan was van een band waarvan ze de naam nooit aan anderen noemde. Deze geheimzinnigheid maakte haar liefde duurzaam.

Want wat bekend is en onverschrokken wordt omarmd, is niet meer leuk om te bezingen. Wanneer iets eenmaal geaccepteerd geliefd is, zijn mensen er als de kippen bij om aan te tonen dat zij zien waarom iets stom is, alsof het ontkrachten van populaire schoonheid of talent het resultaat is van jarenlange deconstructivistische studie.

Waardering kent een chemische formule: heel lang voedt lof lof, tot er een hoogtepunt wordt bereikt – een maximale warmte – en het in kritiek verandert. Kritiek voedt kritiek tot er regelrechte vuilheid overblijft. Vlak voor het einde – de dood, het failliet – komt er weer een beetje lof, want wat niet opkrabbelt kan ook niet vallen.

Vooral in mijn accessoire en kledingsmaak ben ik uitermate volgzaam. Een paar jaar geleden kocht ik een ‘Kånken’ rugtas van het Zweedse merk Fjallraven. Zo’n tas als een bulldog: mooi in zijn lelijkheid. Aan de binnenkant, tegen de rug, zit een stuk schuimrubber. Ik dacht dat dat deze daar zat om mijn laptop te beschermen, maar volgens de verkoper was het bedoeld voor behoud van droge billen: „Bij het kamperen of als je naar een sportwedstrijd gaat kijken, dan kun je daarop zitten.”

In Amsterdam hangt op elke vijftiende rug zo’n Kånken-tas. Ik schaam me dat ik meedoe aan deze eenvormigheid, maar hij is zo handig. Je kunt er een paar nachten mee van huis blijven: met zijn vierkante vorm en lussen dijt hij gemakkelijk uit tot een heuse backpack.

Onlangs riep iemand op straat keihard ‘KANKER!’. De man wees naar mij. In zijn winkelwagentje zaten plastic tassen en een slaapzak. Het duurde even voor ik begreep dat de man op het merkje op mijn rug wees. Hij riep het nog eens. Kanker, de stad liep er vol mee. Zijn pioniersblik bood tegenwicht.