Rotterdams Philharmonisch toont grote ambitie op Veerhavenconcert

Na een moeilijke periode en conflicten over de toekomst, compleet met directeurswisseling, opende het Rotterdams Philharmonisch Orkest dit weekeinde het nieuwe seizoen met twee bijzondere concertprogramma’s in de Rotterdamse Veerhaven en in het Amsterdamse Concertgebouw. Half augustus gaf het orkest al een openluchtconcert in het Duitse Potsdam.

Die drie optredens markeerden de ambities van het orkest: lokaal een groter publiek bereiken, een rol in het nationale muziekleven en zich manifesteren in het buitenland, deels als promotie van de Rotterdamse havenactiviteiten. De jarige burgemeester Aboutaleb, door het Rotterdamse publiek spontaan toegezongen met ‘Lang zal hij leven’, onderstreepte die pr-functie met veel nadruk. Chef-dirigent Yannick Nézet-Séguin, tevens chef van het Philadelphia Orchestra en een veelgevraagd gastdirigent, leidt concerten in tal van Europese steden, waaronder Brussel, Parijs, Zürich, Lugano en Wenen. In 2018 neemt hij afscheid van het orkest, dat nu op zoek is naar een opvolger.

Het Veerhavenconcert, de Rotterdamse versie van het Prinsengrachtconcert, begon passend met Wagners ouverture Der fliegende Holländer, de mythische kapitein die gedoemd is eeuwig de oceanen te bevaren. Er klonk populair opera- en operetterepertoire met twee in het buitenland succesvolle Nederlandse zangers: de sopraan Kelly God en de bariton Bastiaan Everink, een voormalige marinier. Ze zongen solo en in duetten met veel kracht, flair en pathos. Het orkest speelde prima, dirigent Antony Hermus sloeg vooral de maat. Tussendoor speelde de 13-jarige Mayte Levenbach, leerlinge op het Haagse Koninklijk Conservatorium, vioolmuziek van Wieniawski en Tsjaikovski: epaterend en vertederend.

In het Amsterdamse Concertgebouw klonk voor een nieuw publiek een ‘ruimteconcert’ met muziek uit de film 2001: a Space Odyssey (1968) van Stanley Kubrick. De monumentale opening van Richard Strauss’ Also sprach Zarathustra, Atmosphères (1961) van György Ligeti – ondefinieerbaar abstract avantgardisme – en Johann Strauss’ wals An der schönen, blauen Donau, waarop de hemellichamen zwierend rondtolden. De film was een blik op de toen onvoorstelbare toekomst waarin de computer de macht zou grijpen.

Op een scherm voor het orgel zag men ruimtefoto’s van astronaut André Kuipers, die even later vermakelijk vertelde over het dagelijks leven tijdens zijn ruimtereizen: wassen, slapen, poepen, sperziebonen eten. Hij luisterde in de ruimte ook naar de 2001-muziek en gaf een voorbeschouwing op een suggestieve vertolking van The Planets van Gustav Holst, met filmbeelden van de NASA.