Psychologen in de war

Grotere antireclame kan een tak van wetenschap niet krijgen: slechts 39 procent van de resultaten van psychologisch onderzoek hield stand toen het, zoals dat heet, gerepliceerd werd. Oftewel toen hetzelfde onderzoek door onafhankelijke wetenschappers opnieuw werd uitgevoerd met andere proefpersonen. Daarbij leidde ook nog eens 83 procent van de herhaalde experimenten tot minder expliciete resultaten. De steekproef gold studies die in de beste vakbladen waren verschenen. Gerenommeerd onderzoek dus.

Dat is een ramp. Zeker in een tijd dat de wetenschap pal moet staan voor haar publieke geloofwaardigheid, en te kampen heeft met de populistische indruk dat wetenschappelijke resultaten ‘ook maar een mening’ zouden zijn. Die strijd wordt nu scherper, want er doemt een verontrustend beeld op.

Controleonderzoek zou staande praktijk moeten zijn maar bleek zeldzaam. Men heeft er geen zin in en laat het zitten. Het biedt geen glamour, is weinig spannend. Was het wel gebeurd dan had het aan het licht gebracht dat de bewuste onderzoeken geen stand zouden houden bij een tweede test. De psychologen waren, om kort te gaan, onwetenschappelijk bezig.

Verder valt op dat vooral de spectaculaire resultaten gebaseerd waren op twijfelachtig onderzoek. Hoe minder een conclusie een verrassing was, des te groter de kans op betrouwbaarheid. De psychologie is geschikt voor media-aandacht, zeker als er in het oog springende psychologische effecten zijn vastgesteld, die het publiek uit eigen ervaring kent of herkent. De mogelijkheid een talkshow of krantenpagina te halen, zou wel eens een onverantwoord streven naar leuke resultaten in de hand kunnen werken. Als psycholoog kun je scoren. Aan de subfaculteit Frans zullen ze minder snel zwichten voor goed-nieuwsonderzoek. En zo ja, dan worden ze niet snel gesnapt.

Het verweer dat de psychologie de eerste discipline is die dusdanig wordt getest en dat er elders vergelijkbare problemen kunnen zijn is redelijk. Maar voldoende is het niet. Onderzoek van de psychologische wetenschap werd gewogen en te licht bevonden. Laat de psychologie dáár op ingaan. Laat zij met meer komen dan de

verwijzing naar journalisten die op sensationele onderzoekjes duiken – alsof die niet worden aangejaagd met hijgerige persberichten onder het logo van een universiteit.

Die wegduikende reactie is deel van het probleem. Bevestig niet het vooroordeel van de sceptici. Neem dit serieus. Doe iets. Het argument voor de overhaaste getrokken conclusies is naar het lijkt: goed nieuws verkoopt, slecht nieuws niet. Is dat al eens onderzocht?