'Boeken die ik goed vind, lees ik zo tien keer'

Wat is de boekensmaak van Thomas Olde Heuvelt (32)? Hij won vorige week als eerste Nederlandse schrijver een Hugo Award.

Illustratie Thomas de Veen Illustratie Thomas de Veen

Welk boek bent u nu aan het lezen?

Kaartenhuis van de Amerikaanse schrijver Mark Z. Danielewski. Het is een post-moderne horror roman over een gezin dat wordt geconfronteerd met een huis dat van binnen groter is dan van buiten. Het stond laatst in een lijstje met de beste horrorliteratuur van de 21ste eeuw. Ik kende het nog niet. Door Danielewski’s veelvuldig gebruik van voetnoten, rijke beeldspraak en complexe taal, heb je echt het origineel nodig. Dus lees ik nu de Nederlandse vertaling en het Engelse origineel door elkaar. Dan vallen direct de vertaalproblemen op. Problemen waar ik nu zelf mee te maken heb bij de Engelse vertaling van Hex, mijn laatste roman. Het blijkt maar weer eens hoe moeilijk het is om de beelden, de emotie uit het Engels over te brengen op het Nederlands. De Nederlandse vertaling van Danielewski’s boek is niet helemaal geslaagd.”

Waar leest u het liefst?

“In bed. Ik vind het heerlijk om aan het einde van de dag alles op te geven. Even geen laptop, email of smartphone. Er is alleen één groot risico: dat je bij het lezen in slaap valt. En dat overkomt me dagelijks. Ik schrik iedere avond wakker met een boek op mijn buik.”

Welke schrijver benijdt u?

„Tot voor kort Isaac Asimov, George R.R. Martin, Arthur C. Clarke, Robert Heinlein, J.K. Rowling. Klassieke schrijvers uit de sciencefiction en allen winnaar van een Hugo Award, de grootste sciencefictionprijs ter wereld. Maar nu heb ik die, tot mijn eigen grote verbijstering, opeens zelf gewonnen. Misschien moet ik nu verder gaan zoeken. En dan kom ik waarschijnlijk uit bij Chuck Palahniuk, die Fight Club schreef. Hem bewonder ik om zijn gitzwarte humor.”

Wanneer stopt u met het lezen van een boek?

“Als het me niet raakt. Een boek moet iets doen met mijn basale oeremoties. Het moet me aan het lachen maken, verdrietig, oncomfortabel. Of zo bang dat ik wel met het licht aan moet slapen. Laatste keer dat dat gebeurde was met 20th Century Ghosts, een verhalenbundel van de Amerikaanse schrijver Joe Hill, niet geheel toevallig de zoon van Stephen King. Hills verhalen zijn zo luguber. Het lukt hem om met weinig woorden nachtmerrieachtige beelden op te roepen.”

Bestaat er een essentieel onderdeel dat iedere goede roman bezit?

„De kracht om te verwonderen en de kracht om met grootse bovenmenselijke metaforen verhalen te vertellen over kleinmenselijke thema’s. Dat zijn overigens ook de verhalen die de afgelopen jaren Hugo Awards wonnen.”

Welk boek moet iedere ouder aan zijn kind voorlezen?

„Toch De heksen van Roald Dahl. Hij kan zo lekker gemeen zijn tegen kinderen. Die worden vandaag de dag al te veel met fluwelen handschoenen behandeld. Dat is vooral in Amerika heel erg. Daar struikel je bij een speelplaats over alle waarschuwingsborden. De heksen werd me voorgelezen toen ik zeven was. Met als gevolg dat ik een half jaar lang bang ben geweest voor vrouwen. Dat is gelukkig rechtgetrokken op mijn negende, toen mijn oom me Stokers Dracula voorlas. Daarna ben ik een half jaar lang bang geweest voor mannen.”

Wat is volgens u de beste boekverfilming?

Life of Pi, naar de roman van de Canadese schrijver Yann Martel. Ik was erg benieuwd hoe ze die laatste tien pagina’s van het boek, als het verhaal over die bijzondere zeereis van een Indiaas jongetje op zijn kop wordt gezet, hebben verfilmd. Geweldig, zo bleek.”

Wat is uw favoriete literaire karakter?

„Oskar Schell, de nieuwsgierige negenjarige jongen uit Jonathan Safran Foers Extreem luid & ongelofelijk dichtbij. Ik vond de zoektocht naar zijn vader, die hij is verloren bij de aanslagen van 11 september, heroïsch en ontroerend. Zelf ben ik mijn vader verloren toen ik drie was. Ik kon me dus goed in Oscar verplaatsen.”

Zit er systeem in uw boekenkasten?

„Totaal niet. Bij mij staat Stephen King tussen Arthur Japin en Auke Hulst. Dat mag ook zo in de boekhandel. Ontdek je misschien titels die je normaal gesproken nooit tegen het lijf zou lopen.”

Wie is uw favoriete schrijver?

“Stephen King. Hij is zo’n begenadigd verhalenverteller. Hij schrijft nu al veertig jaar en heeft alleen maar aan kracht gewonnen. En hij is, met een à twee gepubliceerde romans per jaar, bewondereswaardig productief. Dat ambieer ik ook. Op zich schrijf ik best snel. Hex, mijn laatste roman, schreef ik in vierenhalve maand. Maar tussen mijn boeken valt vaak een gat van twee jaar. Dat gat moet ik zien te verkleinen.”

Herleest u boeken?

“Absoluut. Boeken die ik goed vind, lees ik zo tien keer. Life of Pi bijvoorbeeld, of Pet Sematary van Stephen King. Verplicht huiswerk. Beetje afkijken hoe de grootmeesters het doen.”

Wat is het ergste dat u ooit met een boek hebt gedaan?

“Ik ben alpinist. Als je dagenlang in het hooggebergte doorbrengt, telt elk grammetje in je rugzak. Aangezien ik ook bovenop een berg graag lees, neem ik, om gewicht te besparen, altijd een pocketboekje mee. Om gedurende mijn reis verder gewicht te verliezen, scheur ik iedere bladzijde die ik gelezen heb uit, om het als toiletpapier te kunnen gebruiken. Zo kwam het een keer dat ik 1200 meter boven een gletsjer aan een touw hing, in Zwitserland, en me heb ik me afgeveegd met Paulien Cornelisse.”

Over welk onderwerp wilt u in de toekomst nog een boek schrijven?

“Ik heb geen idee wat ik in de toekomst ga schrijven. Planmatig schrijven past niet zo bij mij. Ik heb een rotsvast vertrouwen dat ik altijd weer genoeg ideeën zal hebben. Dat vertrouwen moet je als schrijver ook hebben.”

Welke schrijver is ten onrechte in de vergetelheid geraakt?

“In de vergetelheid is misschien wat overdreven, maar ik blijf het opvallend vinden dat de Engelse fantasy-schrijver Neil Gaiman in Nederland zo weinig doet. In Amerika is hij een bestsellerauteur. En ik vind hem geweldig. Hij is zo origineel, zo rijk aan verbeelding. Zijn boeken staan vol verwijzingen naar de complete wereldmythologie, van de sprookjes van Grimm tot aan de Griekse mythologie. Vooral zijn American Gods is echt een klassieker.”

Wat is het eerste boek dat u als kind las? Dat u zich kunt herinneren tenminste..

“Geen idee hoe het heette, of wie de schrijver was, maar het was een prentenboek over een jongetje dat geloofde dat er in zijn tuin een leeuw leefde. Zijn moeder geloofde hem niet, maar op de prenten in het boek zag je dat het zo was. Ik hoop er altijd nog achter te komen welk boek dit is. Later las ik Here There be Tigers, een kort verhaal van Stephen King. In essentie hetzelfde verhaal. Alleen wordt bij King dat kindje opgegeten.”

Welk boek hebt u tot uw eigen schande nog niet gelezen?

„Bijna alle klassiekers uit het fantasy-genre. Game of Thrones, The Hunger Games. Van Harry Potter las ik alleen het eerste deel. Ze staan voor mij te veel af van de realiteit. Ik hou meer van magisch-realisme en horror-fictie. Dat speelt zich gewoon af in deze wereld, tussen gewone mensen, maar dan met verwonderlijke elementen. Stephen King is daar een meester in. Hij gooit een vervreemdend element in een groep mensen en beschrijft vervolgens wat er met die mensen gebeurt. Een mooie metafoor voor het leven.”

Wat is het eerstvolgende boek dat u gaat lezen?

Make Something Up van Chuck Palahniuk, zijn nieuwe bundel met korte verhalen. Ik ben zeer benieuwd naar zijn short fiction. Zijn verhaal ‘Guts’, over nare ongelukjes bij zelfbevrediging, is briljant. En zoals gezegd: ik ben dol op zijn gitzwarte humor.”