Nu ziet iedereen ze als happy winners

Nederland overklaste Duitsland in de EK-finale (6-1). Veel is te danken aan bondscoach Max Caldas. De Argentijn zocht vanaf dag één de confrontatie.

Jeroen Hertzberger met de trofee: „Het is goed om te leren winnen.” Foto KOEN SUYK/ANP

Nog geen jaar geleden, toen hij net bondscoach van de Nederlandse hockeyers was geworden, schoot het weleens door zijn hoofd: ‘Fuck, wat heb ik gedaan?’, dacht Max Caldas dan. ‘Had ik niet gewoon bij de vrouwen moeten blijven?’

Zaterdagmiddag, in een druilerig Londen, bleek hoeveel de Nederlandse hockeywereld te danken heeft aan het doorzettingsvermogen van de Argentijn. De emoties die bij hem en de spelers loskwamen na de zeldzame slachtpartij in de EK-finale tegen olympisch kampioen Duitsland (6-1), toonden hoeveel pijn vooraf was gegaan aan de wederopstanding van het Nederlands elftal.

De symboliek droop ervan af bij de historische zege in het Queen Elizabeth Olympic Park, een paar honderd meter van de plek waar Nederland drie jaar geleden de olympische finale verloor van diezelfde ploeg. En de exceptionele uitslag: identiek aan die wrede nederlaag in de WK-finale tegen Australië, vorig jaar in Den Haag, die nog maanden nadreunde.

Na de regen aan troostprijzen sinds het olympisch goud van Sydney 2000 brak de ploeg van Caldas met de eerste Europese titel sinds 2007 vooral een mentale barrière. Niet alleen verloren vorige generaties alle zes de eerdere EK-finales tegen de Duitsers, Nederland liet het de afgelopen jaren op cruciale momenten altijd afweten tegen Duitsland of Australië. „Deze kleur ken ik helemaal niet”, was het veelzeggende commentaar van Rogier Hofman (30) – al negen jaar international – toen hij zijn gouden medaille bekeek.

Het succes, een jaar voor Rio, komt voor een belangrijk deel op het conto van Caldas (42), die alles won met de vrouwenploeg. De spelers – als ze hem eenmaal hebben leren kennen – gaan door het vuur voor het hockeydier dat van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat bezig is met zijn vak.

Leuk was het lang niet altijd, nadat Caldas een jaar geleden Paul van Ass opvolgde. Hij trof een getalenteerde groep aan – dat is nooit het probleem in Nederland – maar geen hecht collectief. „Vanaf dag één heb ik de confrontatie gezocht”, zegt Caldas. Dat proces verliep stroef, getuige een mislukt optreden bij de Champions Trophy in India. Maar tijdens een trainingskamp in Zuid-Afrika, in januari, ging de knop om en werd de basis gelegd voor een echt topsportklimaat. Caldas liet niets onaangeroerd: er kwam een lijst met normen en waarden, negatief gedrag werd aan de kaak gesteld en spelers werden aangesproken op hun prestaties. Spelers die zelf verantwoordelijkheid nemen: dat is volgens Caldas de sleutel tot de ommekeer. „Ze zijn eigenaar geworden van dat proces. Nu voelen ze zelf hoe het is om te winnen.”

De metamorfose was zaterdag in al zijn facetten zichtbaar: nooit was een Nederlandse ploeg zo superieur in een finale als nu tegen Duitsland. Het ongebreidelde aanvalsspel van Caldas’ voorganger Van Ass is ingeruild voor een behoudender systeem, maar niemand die daar om maalt als het rendement uit de snelle counters zo hoog is, met sublieme schutters als Jeroen Hertzberger en Mirco Pruyser.

De medaille gaat naar de analist

Typerend voor de houding van Caldas is dat hij direct na afloop van de huldiging zijn gouden medaille – zijn eerste met de Nederlandse mannen – weggaf aan videoanalist Frank Wijbenga. Hij wilde er mee aangeven dat succes afhangt van het collectief, niet alleen van goede spelers. „Hij is voor ons van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds aan het werk”, legde Caldas uit. „De rol van de hele staf, van de manager tot de arts, is ongelooflijk belangrijk.”

Ondanks de euforie van het moment zette Caldas zijn zakelijke gezicht weer op toen – onvermijdelijk – de naam ‘Rio’ viel. Hij wil het succes van Londen wel in perspectief blijven zien. Vlak na de finale kreeg hij een sms’je uit Nederland waarin een kennis stelde dat de hockeyers eindelijk geen happy losers meer waren. Zo werd er dus gekeken naar de hockeymannen. Ten onrechte, vindt Caldas. „De spelers worden er elke dag aan herinnerd. Maar vroeger waren ze niet zo slecht als iedereen deed voelen, en nu zijn ze niet ineens de beste van de wereld. Ze zijn groeiende.”

En hij weet hoe lang de weg naar Rio nog is. In Londen deden dan wel vier van de beste vijf ploegen van de wereld mee, één land steekt nog altijd met kop en schouders boven de rest uit, zegt Caldas. „Australië blijft de norm, verreweg de beste ploeg. Wij jagen op hen.”

Toch was bij de spelers de opluchting van de gezichten af te lezen nu de spoken uit het verleden zijn verjaagd. Hertzberger: „Het is goed om te leren winnen. Je gaat straks lekkerder trainen op Papendal met zo’n gouden medaille om je nek.”