Nikkertjes

Veel mensen kennen Tien kleine negertjes als titel van een thriller van Agatha Christie. Zij publiceerde dit boek in 1939 onder de titel Ten Little Niggers, maar in de VS wordt het al sinds 1940 uitgegeven met als titel And Then There Were None. In het Verenigd Koninkrijk is de titel in 1965 gewijzigd in Ten Little Indians.

Kennelijk zagen Christie en haar uitgever in 1939 dus geen kwaad in het gebruik van het woord nigger, terwijl dat indertijd in de VS al gevoelig lag. Hoe is dat in Nederland gegaan met nikkertje en negertje? Tot wanneer zijn die woorden bij ons onbekommerd in boektitels en kranten gebruikt?

Tien kleine negertjes is nu het bekendst door het werk van Agatha Christie, dat in 1948 in het Nederlands werd vertaald. Maar Christie ontleende de titel aan een kinderversje dat al veel ouder is. In het Engels is het versje Ten Little Niggers al zeker sinds 1869 bekend, de oudste Nederlandse vertaling dateert voor zover bekend van 1877.

Tien kleine negertjes is een aftelrijmpje – per couplet wordt het gezelschap kleiner. Veel lezers zullen het, net als ik, in hun jeugd hebben gezongen. Er bestaan allerlei versies van en het is tientallen keren uitgegeven. Tussen 1877 en 1947 vinden we het onder de titel Tien kleine nikkertjes. En vanaf 1879 tevens onder de titel Tien kleine negertjes.

Hoe populair dit liedje was, blijkt onder meer uit fotobijschriften in oude kranten. Ik doe een kleine greep. Onder een foto uit 1931 van zes Afrikaanse kinderen voor een hut: „Zes kleine negertjes...” Boven een foto uit 1954 van drie zwarte kinderen die een ijsje eten: „Drie kleine negertjes.” Het onderschrift luidt: „Niet alleen de blanke kindertjes lusten wel een ijsje met dit zomerse weer. Ook deze drie kleine negertjes vinden, dat het echt IJscomannen-weer is.”

Het lijkt erop dat de woorden negertje en nikkertje tot aan het eind van de jaren zestig onbekommerd in Nederlandse kranten zijn gebruikt. Nikkertje duikt onder meer op in nieuwsberichten, kruiswoordpuzzels en advertenties („Nikkertjes, een verrukkelijk choco-koekje”). Ook Zwarte Piet wordt af en toe een „nikkertje” genoemd.

In titels van kinderboeken is nikker eveneens lang zonder scrupules gebruikt. Enkele voorbeelden: „Roettoet en andere nikkertjes” (1940), „Nikkerpietje” (ca. 1948), „Twee stoute nikkertjes” (1951), „De grote reis naar Nederland: met de drie pikzwarte, glimmende nikkertjes op stap” (1949), „Bonzo het nikkertje” (ca. 1960) en „Sammy, de nikker” (1960). Ik laat boektitels met Sambo, zwartjes, negerjongetjes en negerinnetjes hier buiten beschouwing.

Bij mijn weten is er in Nederland nooit een rechtszaak gevoerd over het gebruik van het woord nikker, hoewel het sinds 2009 in diverse beledigingszaken een rol heeft gespeeld. In Engeland stond nigger in 1978 voor de rechter. De rechter die de zaak afwees, zei onder meer: „Er bestaan talloze kinderliedjes waarin het woord nikkertje wordt gebruikt. Zijn die nu allemaal tegen de wet?”

In een samenvatting van deze rechtszaak kopte De Telegraaf in januari 1978: „Nikker geen scheldwoord volgens Engelse rechter.” Het zou mij niet verbazen als dat de laatste keer is geweest dat het woord nikker in een Nederlandse krantenkop heeft gestaan.