Nederland heeft een serieus probleem met racisme

Daar wordt (weer) aan de deur geklopt – vrijdag arriveerde uit Genève het periodieke en deze keer zeer kritische VN-rapport over discriminatie, racisme en haattaal alhier. Het houdt lidstaat Nederland een spiegel voor en doet krachtige aanbevelingen. De Commissie ‘ter eliminering van rassendiscriminatie’ bestaat uit deskundigen en is een serieus te nemen VN-orgaan. Zeker voor Nederland dat in zijn buitenlands beleid volkenrecht tot richtsnoer heeft en de ‘internationale gemeenschap’ vaak als focus. Eventuele adviezen aan eigen adres zijn dan ernst.

Het VN-comité gaat de bekende misstanden in ons land langs: uitsluiting op de arbeidsmarkt, antisemitisme op de voetbaltribune, vijandige politieke taal tegen moslims en Joden, xenofobie en migrantenhaat op internet, etnisch eenzijdig politieoptreden, omslachtige juridische procedures tegen discriminatie. Het rapport is harder dan vorige jaren; de ontwikkelingen zijn negatiever. Den Haag moet actief optreden: meer vervolging, meer steun aan slachtoffers, meer voorlichting en harder optreden tegen racistische retoriek in de publieke ruimte. Wie de lijst langsgaat, kan het vertrouwde beeld van ‘Nederland-gidsland’ wel opschorten. En, o ja, ook Zwarte Piet komt voorbij. Daarover zegt de commissie terecht dat „diepgewortelde culturele tradities” geen rechtvaardiging zijn voor discriminatie en negatieve stereotypering. Maatgevend is dat „velen van Afrikaanse herkomst” Zwarte Piet als een beledigende verwijzing naar slavernij ervaren. Den Haag zou daarom naar een „andere verbeelding” van Zwarte Piet moeten streven en aldus een redelijk evenwicht moeten vinden tussen traditie en perceptie. Dat is een wijs advies, dat her en der in het land al werd uitgevoerd. Door intochtcomités, winkelbedrijven en direct bij de intocht betrokken media. Maar is het ook een taak van de overheid?

Premier Rutte ziet er, nog steeds, niets in. Hij erkent dat „veel mensen in dit land zich gediscrimineerd voelen” maar denkt dat het „symbooltje van dit kereltje” daar los van staat. Dat ziet men in Genève een stuk scherper. Zwarte Piet is allang een steen des aanstoots – en een focus voor het racismedebat. Daarvan wegkijken getuigt niet van politieke feeling. ‘Staatsingrijpen’ tegen Zwarte Piet is inderdaad ongewenst. Maar doen alsof Piet als probleem niet bestaat evenmin. Daarvoor is het te laat. Vicepremier Asscher ziet dat beter in. Hij schrijft op Facebook dat dit ook gaat „over de erkenning van de dagelijkse vooroordelen, de kleine racistische voorvallen. Het gevoel en de ervaring dat er te vaak met twee maten wordt gemeten”. Want dat gevoel maakt Zwarte Piet dus ook los – dat wordt niet meer genomen. Jammer dat Rutte dat niet ziet.