Mills techno is in orkestrale uitvoering vooral deftiger

Een enkeling stond te dansen. En even gingen armen met een extatische uitroep de lucht in. Maar verder leek het dancepubliek nogal gevangen in het pluche bij de technosymfonie Light From The Outside World die technolegende Jeff Mills bracht met het Noord Nederlands Orkest.

Het was, onder leiding van dirigent Christophe Mangou, het Nederlands debuut van het werk dat stoelt op Mills’ fascinatie voor sf en het idee dat er meer is dan ‘onze’ realiteit op aarde. Arrangeur Thomas Roussel bewerkte zijn muziek tot een futuristisch filmische dancesymfonie, dat eerder is uitgevoerd met het Orchestre National d’Ile-de-France in Parijs.

De hybride combinatie van elektronica met akoestische instrumenten was wisselend interessant. Het concert begon in een laag tempo, waarin het orkest het voortouw nam. Mills stond soms wat verloren achter zijn mengpaneel; de dunne minimal-ritmiek reikte niet ver. Toen de beats prominenter werden vloeide het meer, en er kwam meer respons, zeker bij de Mills-hit The Bells. Die technogolven werden echter snel voorspelbaar: vol bombast met snaarplukkende contrabassen, smekend hikkende violen en rollende pauken. En de timing was, ondanks de op Mills drumcomputer gerichte oorzenders, zeker niet altijd even strak. Mills techno werd in deze, evengoed gedurfde orkestrale uitvoering vooral wat deftiger. Met de Ashford & Simpsons dansklassieker Bourgie Bourgie als een vrolijke uitzondering.