In smokkelaarshanden gedreven

Koelwagen met dode migranten hoorde bij groot netwerk. Oostenrijk controleert aan grens

Oostenrijkse agenten houden aan de grens met Hongarije een auto aan met daarin negen volwassenen en twee kinderen. Na het incident met de 71 dode vluchtelingen voert Oostenrijk meer grenscontroles uit. Foto HERBERT P. OCZERET/EPA

Met vijf zijn ze nu, de arrestanten verdacht van betrokkenheid bij de dood van 71 vluchtelingen in een koeltruck die vorige week gevonden werd op de vluchtstrook van een Oostenrijkse snelweg. Gisteren meldde de Hongaarse politie de aanhouding van een Bulgaar, bovenop de vier mannen die zaterdagmiddag in de stad Kecskemét waren verhoord.

Die mannen – een 28-jarige Afghaan en drie Bulgaren van 29, 30 en 50 jaar – keken weg of bogen het hoofd terwijl de politie hen geboeid de rechtszalen binnenleidde. Zij verklaarden onschuldig te zijn aan mensenhandel, het misdrijf dat het Hongaarse openbare ministerie hen ten laste zal leggen. Daarop staat een mogelijke gevangenisstraf van 16 jaar. De Oostenrijkse aanklager onderzoekt ondertussen hun betrokkenheid bij de dood van de vluchtelingen.

De verdachten behoren tot een wijdvertakt internationaal misdaadsyndicaat, verklaarde Europol-directeur Rob Wainwright aan The Washington Post. Oostenrijk had gegevens over de vrachtwagen opgestuurd aan het Europol-hoofdkwartier in Den Haag. „Een onmiddellijke hit in ons systeem. We waren in staat verbanden te leggen met vele andere zaken waar we momenteel aan werken verspreid over Europa.”

Volgens Gabor Schmidt, woordvoerder van het Hongaarse OM, vertrokken de smokkelaars uit Kecskemét, dat tussen Boedapest en de Servische grens ligt, om vluchtelingen op te pikken in het grensgebied. Daar werden ze donderdag ook gearresteerd. Het aantal zaken van mensenhandel in Kecskemét is de afgelopen tijd fors gestegen tot 25 à 30 per maand, verklaarde de voorzitter van de rechtbank zaterdag.

In een poging mensensmokkelaars de pas af te snijden, heeft Oostenrijk inmiddels de controles aan zijn oostgrens met Hongarije aangescherpt. Daarbij zijn vanochtend tweehonderd vluchtelingen en vijf mensensmokkelaars ontdekt. Door de controles was aan de Hongaarse kant tegen de twintig kilometer file ontstaan.

In Boedapest hebben vluchtelingen op de trappen van het Ooststation, een tussenstop voor mensen op weg naar West-Europa, een herdenkingsplaats ingericht voor de overledenen in de koeltruck. Tussen kaarsen en bloemen lag een blad papier met de tekst: „Europa: je hand is in bloed gedrenkt.”

Volgens getuigen zijn het vooral Pakistanen die de kaarsen plaatsten. Tamas Lederer (42), vrijwillig vluchtelingenhelper, is ervan overtuigd dat hij Pakistanen en Syriërs ontmoet heeft die zich aan boord van de truck bevonden. Die was woensdag in Boedapest gesignaleerd voordat hij de grens met Oostenrijk overstak. „Een Syrisch gezin met twee of drie kinderen en een aantal Pakistaanse mannen, waren hier maandag of dinsdag. Zij hadden mijn telefoonnummer doorgegeven aan hun families. Die belden me dat ze Hongarije reeds verlaten moesten hebben, maar dat ze hen niet meer konden bereiken.”

Station afgesloten

De Oostenrijkse politie verklaarde vrijdag een Syrisch identiteitsdocument te hebben gevonden in de koeltruck. Zij onderzoekt de telefoons van de slachtoffers en heeft een telefoonlijn ingericht voor de families. Daarop zijn reeds tientallen berichten binnengekomen, aldus de Oostenrijkse krant Kurier. Forensische deskundigen in Wenen hebben al op zestien mensen autopsie verricht. De Oostenrijkse politie gelooft dat de 71 vluchtelingen, onder wie acht vrouwen en vier kinderen, gestikt zijn in de vrachtwagen.

In het Ooststation in Boedapest maakt een nieuwe ontwikkeling de vluchtelingen angstig. Politieagenten sloten gisteren alle ingangen af. Alleen wie geldige identiteitsdocumenten had, kwam er nog in. Dat leidde tot protest onder de honderden mensen die tegen de wanden van het stationsgebouw en in de gangen naar de metro kamperen in afwachting van transport naar West-Europa. De Hongaarse regering drijft hen in de handen van de smokkelaars, zeggen ze.

„Ik heb een treinticket voor Duitsland, maar ze laten me niet binnen”, zegt Akil, een Syriër met bandana en honkbalpet.„Nu moet ik op zoek naar een taxi.” Vijfhonderd euro kost zo’n ‘gouden taxi’ volgens een groepje Pakistaanse mannen die tegen een muur zitten. Ook zij komen het station niet in. En ook zij willen naar Duitsland, maar een smokkelauto vinden ze een „groot risico”.

De woordvoerder van de Hongaarse regering Zoltán Kovács verklaarde vrijdag tegen het Hongaarse weekblad HVG dat vluchtelingen zich niet hoeven bloot te stellen aan zo veel gevaar, maar gewoon in Griekenland, Servië of Macedonië kunnen blijven. In die doorgangslanden heerst geen oorlog, daarom „kunnen we vanaf nu zeggen dat het gaat om mensen die gebruikt worden of zichzelf tot slachtoffers maken.”