Hun vader zat bij een fout regime, nu moeten ze weg

Onacceptabel, oordeelt de Kinderombudsman. Een Angolees gezin met twee kinderen dreigt na vijftien jaar Nederland te worden uitgezet.

De 13-jarige Gláucio dreigt te worden uitgezet naar Angola. Het gezin woont vijftien jaar in Nederland, maar mag niet blijven omdat de vader als militair mogelijk ernstige misdaden heeft gepleegd in zijn thuisland. Foto Bart Maat/ANP

Vanochtend zijn Gláucio (13) en Márcia (18) Ventura Tiago wakker geworden in een detentiecentrum. Voor de derde nacht op rij. Ze werden vrijdag met hun ouders van hun bed gelicht.

„Ze kwamen iets voor zeven aanbonken aan de deur: Politie, politie!”, vertelde Gláucio aan website de Kindercorrespondent. „We hadden maar een half uur om alles te regelen.” Márcia: „Het leek echt alsof wij criminelen waren. Ze stonden met ongeveer tien man in onze kamer. [..] Gelijk telefoon inleveren, we mochten niet eens kijken hoe laat het was. Alleen snel aankleden.”

Het Angolese gezin dat al vijftien jaar in Nederland verblijft, wordt komende week uitgezet. Het komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning wegens het militaire verleden van de vader. Maar er is een storm van kritiek losgebarsten. Zo vindt de Kinderombudsman de uitzetting van de Angolese tieners „onacceptabel”.

De familie Ventura Tiago is het toonbeeld van een perfect geïntegreerd asielzoekersgezin. Cláucio is hier geboren, zit op de havo, heeft zich aangemeld bij een voetbalclub. Márcia heeft haar vwo-opleiding afgerond en zou beginnen met een rechtenstudie aan de Erasmus Universiteit. Márcia: „Ik was drie toen ik hier naartoe kwam, ik heb hier alles geleerd.” Cláucio: „Ik voel me gewoon een Nederlandse jongen.”

Artikel 1F van het vluchtelingenverdrag weerhoudt hen van het Nederlanderschap. Daarin staat dat landen geen asiel hoeven te geven aan vermoedelijke oorlogsmisdadigers. De vader van Márcia en Cláucio was voor zijn komst naar Nederland militair van het ‘foute’ Angolese regime. Omdat dat oorlogsmisdaden beging, wordt de vader daar automatisch ook van verdacht – ook al vervolgt de Nederlandse overheid hem hier niet voor. Het gevolg: zijn hele gezin krijgt geen verblijfsvergunning.

Kinderombudsman Marc Dullaert vindt echter dat het belang van de kinderen om hier te blijven zwaarder moet wegen dan het stempel dat hun vader meedraagt. „Het is niet in het belang van de kinderen te worden uitgezet naar Angola, dat is zo klaar als wat”, zegt Dullaert. „Ze zijn hier geworteld, spreken niet eens Portugees, het zijn gewoon Nederlandse kinderen.”

De zaak illustreert dat het Nederlandse asielrecht nauwelijks rekening houdt met de belangen van kinderen, zegt Dullaert. „Met het kinderpardon heeft de Kamer gezegd dat kinderen die hier langer dan vijf jaar zijn, hier mogen blijven. Maar in de uitvoeringspraktijk zie je dat het pardon bewust is ingeperkt. Zo worden kinderen uitgesloten die asiel hebben aangevraagd om bijvoorbeeld medische redenen of omdat hun moeder slachtoffer is van mensenhandel. Kinderen worden gewoon behandeld als bagage: die zijn erbij, maar we houden geen rekening met ze.”

Afgelopen mei werd Nederland er door de Verenigde Naties op gewezen dat het de belangen van kinderen beter moet meewegen in het asielrecht, zegt Dullaert.

Ook Peter Rodrigues, hoogleraar immigratierecht aan de Universiteit Leiden, plaatst vraagtekens bij de uitzetting van het gezin. Hij wijst erop dat vader geen verblijfsvergunning krijgt vanwege „mogelijke oorlogsmisdaden”, zonder dat duidelijk is of hij schuldig is. Rodrigues vindt dat Nederland eerst helderheid moet krijgen over dit vermoeden. „Want je kunt iemand niet voor onbepaalde tijd in zo’n situatie laten verblijven.”