Discriminatie? Daar zijn we best wel tegen

Nederland heeft de aanbevelingen van de Verenigde Naties over Zwarte Piet kritisch ontvangen.

Dit is wat de staat zou moeten doen: „Veroordeel krachtig en distantieer u van racistische uitspraken en xenofobe discussies die uitgaan van bepaalde politici en media, en roep politici en journalisten op ervoor te zorgen dat hun openbare uitlatingen geen intolerantie en stigmatisering bevorderen of aanzetten tot haat.”

Wie denkt dat de VN-commissie voor de bestrijding van rassendiscriminatie zich hier bemoeit met Geert Wilders en GeenStijl: dit citaat is uit het rapport dat vrijdag over Noorwegen verscheen. „De houding ten aanzien van Nederland is in de commissie niet kritischer geweest dan ten aanzien van Noorwegen”, zei het Belgische commissielid Marc Bossuyt al direct na afloop van de hoorzittingen van anderhalve week geleden. Bossuyt was de enige die het opnam voor Sinterklaas en Zwarte Piet – „een kinderfeest”, aldus de gepensioneerde rechter en hoogleraar volkenrecht aan de universiteit van Antwerpen.

Op de website van de zogenoemde CERD-commissie zijn alle rapporten uit de laatste reeks te lezen. Daar valt ook uit op te maken dat de antiracismecommissie zich tegenover alle ondervraagde landen even druk maakt over uitwassen. Bij Nigeria maakte ze zich zorgen over slavernij en spoort ze de regering aan een eind te maken aan deze hardnekkige praktijken.

De aanbevelingen die de VN-commissie vrijdag presenteerde, zijn in Nederland kritisch ontvangen. Vooral haar suggesties over Zwarte Piet (door minister Asscher samengevat als „overheid wees actief en probeer op zijn minst de stereotiepe kenmerken van Piet die als verwijzing naar slavernij kunnen worden opgevat uit te bannen”) ontlokten een storm van protest.

De kritiek kende drie vormen:

1) Waar bemoeit deze VN-commissie zich mee?;

2) Wat zijn dat voor mensen in die commissie? Komen ze soms uit Saoedi-Arabië en Noord-Korea? (commentaar bij WNL op vrijdagavond);

3) Hebben ze bij de VN niks beters te doen? (EO-coryfee Andries Knevel wist op Twitter wel „waarom VN praktisch afwezig was bij drama bootvluchtelingen op Lesbos. Er moest over Zwarte Piet vergaderd worden”).

Het eerste punt is het gemakkelijkst te beantwoorden. Nederland heeft zich bij verdrag gebonden aan de bestrijding van rassendiscriminatie. Daar hoort ook bij dat het eens in de vier jaar verslag uitbrengt over zijn beleid en dat een commissie van internationale experts daarnaar kijkt en erover discussieert, in een hoorzitting met Nederland en daarna onderling.

De vorige keer dat Nederland zich verantwoordde, was in 2010. Het grote verschil tussen toen en nu is dat in het toenmalige rapport de woorden ‘Zwarte Piet’ niet voorkwamen. Misschien verklaart dat ook waarom er destijds geen letter over geschreven is in de kranten.

In die commissie zitten achttien mensen, voornamelijk oud-diplomaten en -wetenschappers. Noord-Korea is een van de twee landen die het verdrag niet heeft ondertekend, dus in de commissie zit ook geen Noord-Koreaan. Wel zijn er mensen uit Burkina Faso en Togo, en uit Ierland, de VS, Turkije, Brazilië en Zuid-Afrika. Voor Nederland was vooral Ion Diaconu belangrijk, een Roemeense jurist en diplomaat die in 2003 tevergeefs dong naar de post van rechter bij het Internationaal Strafhof. Hij had voor de commissie een eerste analyse van het rapport van de regering voorbereid en vuurde de eerste vragen op de Nederlandse delegatie af.

Premier laconiek

Het laatste punt van kritiek (wat een gedoe, hebben ze niks beters te doen?) leek vrijdagmiddag na de ministerraad te worden gedeeld door premier Rutte („come on, Zwarte Piet is geen staatszaak” en „hoe het kereltje eruit ziet is volgens mij aan de samenleving, daar gaan wij niet over.”). De premier verdiende met zijn laconieke houding de opening van de weekend-Telegraaf, die vaststelde dat het rapport van de VN-commissie de prullenbak in kan.

Tot nu toe, zei Stans Goudsmit van het College voor de Rechten van de Mens, een instituut dat uit hetzelfde VN-verdrag voortvloeit, zijn de meeste rapporten van de CERD daar wel zo ongeveer beland. In de Tweede Kamer zijn de aanbevelingen nooit besproken.

De enige bestuurder die de VN-commissie meteen serieus nam, was vicepremier Asscher. Hij schreef op zijn Facebookpagina: „Ja, ik vind het goed dat Zwarte Piet verandert. Nee, ik vind niet dat de overheid dat moet opleggen.” Zijn reden: „Ik denk dat steeds meer zwarte Nederlanders tegen Zwarte Piet zijn juist omdat het een symbool geworden is. Omdat het ook gaat over de erkenning van de dagelijkse vooroordelen, de kleine racistische voorvallen, de verschillen in bejegening. Het gevoel en de ervaring dat er te vaak met twee maten wordt gemeten. Omdat het gaat om het opeisen van een rol van een stem, gehoord te worden.”

De reacties op zijn post zijn voor het overgrote deel negatief.