De regenboognatie heeft nooit bestaan

Zuid-Afrika

Zwarte intellectuelen willen zich niet langer aanpassen aan een witte wereld. Het verzoeningsproject van Mandela is mislukt. „We moeten ons van blanken willen vervreemden.”

Na een studentenprotest in Kaapstad in april werd het standbeeld van de kolonist Cecil John Rhodes verplaatst. Foto Mike Hutchings/Reuters

Het is onmogelijk te zeggen wanneer de opstand begonnen is. Sommigen zeggen: het sluimerde al jaren, nog voor de machtsoverdracht van blank naar zwart in 1994. Een gevoel van ongemak, dat iets in die wereldwijd geroemde deal in Zuid-Afrika niet klopte, ook al wordt sindsdien de regering gedomineerd door de zwarte meerderheid van het land. Eerder dit jaar besmeurde een zwarte student – dwars tegen het Zuid-Afrikaanse verzoeningsdenken in – het standbeeld van de Britse kolonist Cecil John Rhodes op de campus van de universiteit in Kaapstad met mensenpoep. Uit protest tegen het ‘witte denken’, meer dan twee decennia na de val van apartheid.

De student werd opgepakt en aangeklaagd wegens vandalisme, maar het standbeeld verdween. Het protest verspreidde zich, van Kaapstad naar Johannesburg, Grahamstown en Stellenbosch, waar zwarte studenten om meer dan cosmetische transformatie van de universiteiten vroegen. Zwarte studenten toelaten was niet genoeg, ook het witte denken moest getransformeerd. Deze week bracht de documentaire Luister het racisme in beeld waarmee zwarte studenten iedere dag te maken hebben in de universiteitsstad Stellenbosch. „Het gaat hier zo ver dat de zwarte man in me eerst moet sterven voor ik hier kan overleven”, zegt een student in die film.

En nu zijn daar zwarte intellectuelen, zoals de in Zimbabwe geboren en in Zuid-Afrika opgegroeide zwarte academica Panashe Chigumadzi, die onomwonden zeggen dat dit „het einde van de regenboognatie” is. „De fantasie van een kleurenblind, postraciaal Zuid-Afrika is op ons geprojecteerd. Maar onze ervaringen zijn heel anders. We zijn niet gelijk, niet bevrijd van racisme. Het project is mislukt. We moeten bereid zijn ons nu van blanken te vervreemden.”

Kokosnoot

Niet dat Chigumadzi de gedachte achter de verzoeningsboodschap van Mandela en Tutu niet begrijpt. De noodzaak om een burgeroorlog tussen blank en zwart te voorkomen, het humanisme van verzoening, dat soort dingen. „Maar we moeten inzien dat blank-zijn niet alleen over huidskleur gaat, maar over een systeem waaraan wij ons als zwarten voortdurend moeten aanpassen, waarin wij voortdurend die extra stap moeten zetten terwijl blanken niets hoeven te doen. Het idee dat je als zwarte alleen kunt slagen als je maar hard genoeg je best doet, als je net zo Engels leert praten als zij, net zo hard meelacht om grappen over falende Afrikaanse politici. Zwarte hoogopgeleiden als ik maken ons medeplichtig aan het voortzetten van dat systeem als we het niet radicaal verwerpen.”

En radicaal verwerpen, dat deed ze. In een lezing verwoordt de in 1991 geboren Chigumadzi de noodzaak tot een opstand van de ‘kokosnoot’, zoals de zwarte succesvolle post-apartheidsgeneratie vaak wordt genoemd: zwart van buiten, blank van binnen. ‘Gemengde salades’ worden ze ook genoemd, ‘Uncle Toms’ of ‘agenten van de witten’. Ze omarmt die termen, zegt ze, om het probleem met haar identiteit te onderstrepen. „Omdat het de mogelijkheid biedt om die identiteit te verwerpen.”

In haar lezing bepleit ze het einde van een dans die deze zwarten moeten maken om te worden geaccepteerd in een door blanken gedomineerde wereld. Toen Panashe zeven was vroeg ze haar moeder of ze voortaan Gloria mocht heten. Haar tweede geboortenaam was tenslotte makkelijker uit te spreken voor blanke mensen dan Panashe, dat vaak werd verhaspeld tot Spinach. Om dezelfde reden kreeg ook Rolihlahla Mandela de voornaam Nelson.

Daarna volgde de middelbare school, waar Chigumadzi merkte dat ze niet langer werd uitgenodigd op feestjes van blanke klasgenoten en waar iedereen in stilte accepteerde dat zwart en blank geen liefdesrelaties aangingen. „Ik zag hoe witte studiegenoten met dezelfde prestaties sneller een baan vonden dan zwarte studenten.” Ze begon zwarte literatuur te lezen en realiseerde zich dat zij, als hoogopgeleide zwarte, „de belichaming was geworden van een gekoloniseerd Europees ideaal”.

Als eerste daad van verzet schoor ze haar hoofd kaal. Ze besefte dat het ontkroezen van het haar een poging was om wit te worden. Toen op de universiteiten de eerste opstanden uitbraken tegen het eren van helden uit de koloniale tijden en het ontbreken van colleges waarin enkel de ideeën van witte intellectuelen werden gedoceerd, voelde ze: „Ik ben niet alleen.”

‘Fuck whites’

Om echt zwart te zijn, zegt ze, moeten zwarten zich eerst helemaal losmaken van blanken. „Ik ben niet geïnteresseerd in witte vrienden”, zegt ze. Zelfs niet in blanken die deel willen nemen aan het debat over een tweede bevrijdingsgolf. „Dan gaan blanken toch dat debat weer domineren. Laat ons nu eerst eens voor onszelf praten.”

De woorden van Chigumadzi hebben hun uitwerking niet gemist. Een van de deelnemers bij het debat stond op en riep: „Fuck whites”. Er volgde een lawine van essays van zwarte intellectuelen die schreven over hun parallelle levens waarin ze hun zwart-zijn moesten vergeten. Chigumadzi kreeg steunbetuigingen uit Groot-Brittannië en de Verenigde Staten, waar #BlackLivesMatter een echo is van veel van haar sentimenten. Ze kreeg ook veel kritiek. Activist Ghaleb Cachalia, zoon van een van de beroemdste antiapartheidsstrijders in Zuid-Afrika, noemde de lezing een belediging, „arrogant en intrinsiek racistisch”.

Zwarten verjagen

Maar voor de opstandige studentenbewegingen was het alsof Chigumadzi de taal vond voor hun acties. „We realiseren ons nu pas dat de regenboognatie nooit bestaan heeft”, zegt Lwazi Pakade, voorman in de strijd op de universiteit van Stellenbosch. Hij nodigt me uit bij hem thuis in het zwarte township Langa, om het verschil te onderstrepen tussen afkomst en leven in een universiteitsstad. „Ik deel dit kamertje met mijn familie, mijn ouders, grootouders. De verwachtingen over mijn succes zijn torenhoog. Iedereen verwacht dat ik voor hen ga zorgen als ik afstudeer. Een blanke student heeft er geen last van. Zijn succes is voor hemzelf. White privilege.”

Hij loopt langs een restaurant waar blanke toeristen een sandwich komen halen. Een uitje voor het hele gezin naar een zwart township. „Ik wil dat soort toeristen niet zien hier”, zegt hij. „Laat ze in hun eigen wijken blijven. Moet je je eens voorstellen dat wij naar een blanke wijk zouden komen om foto’s te maken van hun levens.” Ook hij wil geen blanke steun in de strijd tegen racisme op de universiteit. „Blanken moeten terug naar hun eigen gemeenschappen om racisme en white privilege te bestrijden. Laat ze afstand doen van die privileges. Blanken hebben land verkregen door zwarten te verjagen. Ze hoeven niet voor zwarte mensen te spreken. Dat kunnen we prima zelf.”