De pool is een zaak van nationale veiligheid

Het ministerie van Buitenlandse Zaken verdubbelt het budget voor poolonderzoek. En hoopt dat andere ministeries volgen. De kans op geopolitieke spanningen is namelijk groot.

Expeditieleden op Spitsbergen tijdens de tiendaagse Nederlandse poolexpeditie. foto nienke beintema

Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaat zijn budget voor poolonderzoek ruim verdubbelen, van 250.000 naar 600.000 euro per jaar. Dat zei Bert Koenders, minister van Buitenlandse Zaken, vrijdag op Spitsbergen na de afsluiting van een tiendaagse Nederlandse poolexpeditie.

Nu besteedt Nederland jaarlijks 3,7 miljoen euro aan poolonderzoek, opgebracht door vier ministeries en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Dat bedrag moet fors omhoog, vindt Koenders. Buitenlandse Zaken betaalt relatief weinig, maar wil met de aangekondigde verdubbeling een signaal afgeven. „Wij nemen nu het voortouw”, zegt Koenders in een vraaggesprek, „en we hopen dat de andere ministeries zullen volgen”.

Het noordpoolgebied is snel aan het veranderen. De temperatuur is er in de afgelopen halve eeuw ruim twee keer zo veel gestegen als gemiddeld over het hele aardoppervlak. De hoeveelheid zeeijs is in die periode met grofweg de helft afgenomen. Dat brengt risico’s met zich mee: extra klimaatopwarming, zeespiegelstijging, maar ook conflicten over olie, gas en scheepvaartroutes die vrijkomen. „Dit kan ook een zaak van nationale veiligheid worden”, zegt Koenders. „Alle landen hebben daar gemeenschappelijke belangen, maar die van landen als Rusland, Canada en Noorwegen kunnen ook gaan botsen. Dat kan geopolitieke spanningen geven aan de noordgrens van Europa.”

Rusland heeft zijn militaire aanwezigheid in het Arctisch gebied al vergroot. De Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV), die in oktober 2014 een rapport uitbracht over de toekomst van de Arctische regio, legt ook een verband met de ontwikkelingen rond Oekraïne. Sinds vorig jaar neemt daarom ook het ministerie van Defensie deel aan het nationaal overleg over de poolgebieden.

Voor Nederland liggen er ook kansen in het noordpoolgebied. Niet alleen voor oliebedrijven als Shell, maar ook voor toerisme en bijvoorbeeld bagger-, haven-, transport- en ingenieursbedrijven. „Wij moeten internationaal meepraten om te zorgen dat al die activiteiten op een verantwoorde manier gebeuren”, zegt Koenders.

Het Nederlandse noordpoolonderzoek vindt grotendeels plaats vanuit een klein station van de Rijksuniversiteit Groningen in Ny Ålesund, een nederzetting in het noordwesten van de archipel. Die plek is de laatste jaren uitgegroeid tot een internationaal bolwerk. Niet alleen onderzoek, maar ook geopolitiek is er voelbaar. Landen als Japan, Zuid-Korea, India en China hebben er een permanente basis – de laatste met twee grote stenen leeuwen bij de ingang. Er staan een radiotelescoop en een observatorium. Verschillende hoogwaardigheidsbekleders kwamen al langs – deze zomer de Amerikaanse senator John McCain en VN-Secretaris-Generaal Ban Ki-moon, beiden voor de tweede keer. Zaterdag nam Koenders er een kijkje, samen met zijn Noorse collega Brende.

„Het is heel positief dat Nederland zich zo actief opstelt”, zegt Brende desgevraagd. „Nederland heeft een grote staat van dienst in het poolonderzoek.”

Nederland is waarnemer bij de Arctische Raad: een orgaan waarin alle poollanden vertegenwoordigd zijn. Dat is op grond van onze historische banden met het gebied, van de 17de eeuwse walvisvaart tot aan het huidige Nederlandse poolonderzoek. Koenders: „We moeten die positie vasthouden, en wat mij betreft ook uitbreiden.”