Bij jammen kan het vuur hoog oplaaien

Jazztrio Kapok Foto Krijn van Noordwijk

Met de term überjam introduceerde de gelauwerde jazzgitarist John Scofield in 2002 een soort overtreffende trap van jammen. Zijn breed georiënteerde jams scheerden mede over de stilistische beperkingen van jambands heen – in de überjam kon de muziek zowel cerebraal als funky klinken. Abstract, intellectueel, maar nooit de gruizige groove uit het oog verliezend. In die tijd volgden vele (soul)jazzbands dat spoor. Maar tegenwoordig zie je ook vanuit de pop vaak de keuze voor vrijblijvende jams, ‘de muziek volgend’ met de opnameknop aan; aftikken en gáán. Het is inspirerend, het vuur kan hoog oplaaien en het blijft de dreiging van voorspelbaarheid voor.

De 3-cd The Jam Sessions is de weerslag van de levendige improvisatieconcerten die bandleider Kyteman het afgelopen jaar gaven met zijn musici. Er was niets gecomponeerd, er waren geen liedjes, er stond niets op papier. De orkestleider wilde op het podium een vrije val zonder parachute, in muziek „die ze met geen mogelijkheid geschreven hadden kunnen krijgen”. Alles om maar niet vast te zitten in patronen, in een vaste sound.

In drie cd’s maakte hij een selectie van uren aan geïmproviseerd materiaal. Een taaie taak; want er was geen concert hetzelfde en daar wil Kyteman aardig veel van laten horen. Van aardse funk met zompige bas en razende partijen door de twee drummers, tot een lichtere ballade met gedragen strijkers. Fusionjazz, flarden reggae of opwindende hiphopjazz; alles komt voorbij, van klein naar een crescendo, met enkele bezielde solo’s.

Van Kyteman leerde hoornist Morris Kliphuis het concert als ‘ervaring’ te zien. Jaren maakte hij deel uit van The Kyteman Orchestra en hij verliet het orkest om zich te richten op zijn jazztrio Kapok. Daarmee wordt behoorlijk veel indruk gemaakt, in zowel de jazz- als de popscene. Eerst met het sprankelende debuut Flatlands, dan het vorig jaar verschenen Kapok vol subtiele grooves.

Nu moest er een nieuw geluid worden gezocht. Meerdere opnames werden naar verluidt afgekeurd en verworpen voor Glass to Sand. Wat is het fundament, waar ligt de vernieuwing waren vragen? In instrumentale songs, in de basis opgebouwd rond hypnotiserende grooves van gitaar en drums waarover de hoornist melodielijnen neerlegt, hebben de improvisaties wederom een open karakter. Maar ze gaan dieper, mede door extra instrumenten (toetsen, blazers). Het album is een behoorlijk knappe sprong voorwaarts. Of het nu pop of rock met een jazzmentaliteit is, of andersom: het is vrij van geest, ongeremd en oorstrelend inventief.