Beleggen? Zo doe je het veilig

Foto iStock

De lage spaarrente zat? Veel Nederlanders kiezen voor alternatieven als een beleggings- of indexfonds. Handig voor wie geen expert is en toch kapitaal wil opbouwen. Toch kan ook deze manier van beleggen misgaan. Drie valkuilen:

1. Het te dure beleggingsfonds

Beleggingsfondsen zijn toch niet meer duur sinds het provisieverbod in 2013 inging? Nou, dat valt tegen. Financieel adviseurs krijgen inderdaad geen provisie meer van een fonds, als ze voor een nieuwe klant zorgen. In plaats daarvan vragen ze nu geld van de particulier – de adviesvergoeding. Onderaan de streep is de particulier slechts 0,3 procent goedkoper uit dan vóór 2013, schat de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). In totaal betaal je minstens 1 en vaak tot 1,5 à 2 procent kosten per jaar over het geld dat je in een beleggingsfonds stopt.

De oplossing: kies een beleggingsfonds waarvan de informatie over de directe én indirecte kosten compleet is. En investeer tijd om die te achterhalen vóór je instapt: op de site van de aanbieder en in diens prospectus en jaarverslag. Eenvoudiger en beter is het om je geld in een indexfonds te stoppen, die alleen een bepaalde index volgt, vindt docent Arvid Hoffmann van de Universiteit Maastricht, gespecialiseerd in onderzoek naar financiële beslissingen van particulieren.

Want die zijn goedkoper: de totale kosten bedragen per jaar 0,3 à 0,5 procent van het belegde bedrag. Onderzoek wijst keer op keer uit dat hooguit 10 à 15 procent van de beleggingsfondsen beter presteert dan de index.

2. Het verkeerde indexfonds

Het aantal indexfondsen, ook wel trackers of ETF’s (Exchange Traded Fund) genoemd, neemt enorm toe. Er zijn er nu 2.500. Veel daarvan zitten niet meer zo simpel in elkaar als de klassieke indexfondsen. Deze zogeheten fysieke indexfondsen kopen aandelen (of obligaties) van alle bedrijven of overheden die tot een bepaalde index behoren. Dus MSCI World van iShares, grootste aanbieder van indexfondsen, bezit aandelen in alle 1.645 grote bedrijven wereldwijd die bij de MSCI-index horen.

Ga voor die fysieke fondsen en niet voor synthetische, die met opties en andere risicovolle instrumenten werken en geen of enkele aandelen in de onderliggende bedrijven van een index bezitten, zegt Dian Huyssen-Van Kattendijke van Sequoia Vermogensbeheer.

“Voor een particulier zijn synthetische fondsen erg ingewikkeld.”

Ze zijn soms ook duurder.

3. Angst & laksheid

Angst is een grote valkuil. De afgelopen weken kreeg Hans Oudshoorn van beleggingsplatform Alex talloze mailtjes van gestreste beleggers, toen Imtech ten val kwam en tegenvallende cijfers over de Chinese economie verschenen.

“Veel mensen raken in paniek als de aandelenkoers daalt en zijn dan gelijk geneigd hun belang te verkopen.”

Ook Van Kattendijke ziet het vaak: beleggers die als het even tegenzit door emotie gedreven verkopen. Maar in- en uitstappen kost geld en dat gaat ten koste van het rendement.

“Het maakt niet uit als de koers van een fonds waarin je belegt omlaag gaat, mits je portefeuille goed gespreid is en je naar de lange termijn kijkt.”

De koers herstelt zich meestal vanzelf weer of het verlies wordt gecompenseerd door winst elders in de portefeuille.

Wie gestrest raakt van koerswisselingen, kan beter voor dividendaandelen kiezen. Hij is dan voor de stijging van het rendement minder afhankelijk van de koerswinst. Tip van Oudshoorn: kies op JustETF indexfondsen uit die dividend automatisch voor je herbeleggen. Zo vermijd je een andere, zeer menselijke valkuil: laksheid. De kans is groot dat je anders vergeet het op je bankrekening gestort dividend over te maken naar je index- of beleggingsfonds. En dan is het geld zo op aan nieuwe schoenen.