‘We leven op drie plekken. Net een rondtrekkend circus’

Robert de Jager (51) en Miriam Engelen (52) waren collega’s. Toen hun relaties uitgingen, beseften ze dat er ruimte was. „Het leuke is dat we elkaar op zakelijk gebied ook snappen.”

120 kilometer fietsen

Miriam: „We houden allebei erg van fietsen. We trainen voor een tocht. Na de zomer gaan we fietsen in de uitlopers van de Pyreneeën, rond Girona. Robert traint iets meer dan ik.”

Robert: „Dat komt doordat ik meer tijd heb. Ik vind het heerlijk om ’s avond na werk te fietsen, het maakt mijn hoofd leeg. Ik ga ook nooit meer werken daarna, ik ga liever slapen in de roes die ik eraan overhoud. En de volgende dag om vijf uur op.”

Miriam: „In het weekend fietsen we samen, vaak zo’n 120 kilometer. Dan ben je wel zes uur bezig op een dag. Robert is sneller dan ik. Is hij al bovenop een berg, kom ik hijgend omhoog.”

Robert: „Néé, je komt prima boven, maar ik rij net iets sneller. Dan ga ik in mijn eentje snel omhoog en kom ik terug om samen omhoog te gaan. Miriam wil dat ik meer volle bak ga, mijn eigen route rijd. Maar ik wil lekker samen fietsen, dan pak ik mijn momentjes wel.”

Zij is altijd druk

Miriam: „We kennen elkaar sinds 2002, maar sinds een half jaar hebben we een relatie.”

Robert: „We waren destijds collega’s en konden het goed met elkaar vinden. Een jaar later ging Miriam weg, maar we bleven elkaar af en toe zien. Toen onze relaties allebei uit waren, besefte ik dat er ruimte was. Het leuke is dat we elkaar ook op zakelijk gebied snappen. Ik regel het beheer van infrastructuur en openbare ruimte.”

Miriam: „Ik ben strateeg en probeer mogelijk te maken dat hoogspanningsmasten in Nederland kunnen worden gebouwd. Dat is niet voor iedereen fijn, maar nodig om iedereen van elektriciteit te kunnen voorzien.”

Robert: „Zij is altijd druk, altijd bezig.”

Miriam: „Ik kan moeilijk stilzitten. Na een stressvolle dag ga ik ’s avonds lekker bezig met dossiers van bezwaarschriftencommissies waar ik in zit. Als je als burger een vergunning hebt aangevraagd en die krijg je niet, kun je bezwaar maken. Ik heb Nederlands recht gestudeerd, en adviseer gemeenten in die situaties. Het betaalt bijna niks hoor, ik vind het leuk om te doen. En als je geen televisie kijkt heb je zoveel tijd over. Ook ben ik actief als budgetcoach voor mensen die weinig geld hebben.”

Al dat reizen is soms wat veel

Robert: „We verdelen ons leven over drie plekken: Miriam heeft een leuk appartement in Arnhem, waar je over de stad uitkijkt. Ik heb een woning in Delft en in de zomer hebben we een huisje op het strand in Bloemendaal aan Zee.”

Miriam: „We proberen elke week vier nachten samen te zijn.”

Robert: „Het lukt niet altijd. We hebben ’s avonds via Facetime contact en nemen de dag door. Dan plannen we ook de rest van de week.”

Miriam: „Ik schrijf het gewoon even uit, maak een stroomschema.”

Robert: „Alleen als het een hele drukke dag is, is al dat reizen naar elkaar soms wat veel. Maar het is ook heel dynamisch. Je leert ermee omgaan. ’s Ochtends bedenk ik ook vast wat ik de dag erna wil aandoen. En dan alles in boodschappentassen mee.”

Miriam: „We zijn net een rondtrekkend circus. Thuis in Arnhem is waar ik alles heb. Het strand is mijn tweede thuis, Delft voelt nog het minste als een eigen plek. Maar dat heeft er ook mee te maken met dat ik het dan moet doen met de spulletjes die ik bij me heb. Als ik alleen in Arnhem ben probeer ik de saaiere doe-dingen te doen, zoals de was bijvoorbeeld.”

Opruimen zonder woorden

Miriam: „We houden allebei van netjes, geordend.”

Robert: „Opruimen gaat bij ons zonder woorden.”

Miriam: „Ik ben niet zo’n ster in koken. Dat komt ook doordat ik nooit heb hoeven koken, mijn vorige partner kookte altijd. Knorr en Maggi zijn mijn grote vrienden. Maar wat we nu hebben ontdekt is dat ik het wel leuk vind om de gerechten uit te zoeken. Dan doe ik ook de boodschappen, en gaan we samen koken. Ik houd me dan nog heel strikt aan wat er in het recept staat, en Robert staat dan makkelijker aan het fornuis. Ik ben krampachtiger.”

Robert: „Ik kook mijn leven lang al. Ik heb het op middelbare school geleerd en altijd leuk gevonden. Ik ben geen hobbykok hoor, niet op dat niveau, maar ik werk met mijn intuïtie.”

Oase van rust

Robert: „Het strand is voor ons een oase van rust. Het is echt een schuilplek, ik kom er ook helemaal tot rust. In je eigen huis zie je de klusjes die blijven liggen en dat gaat dan een beetje wringen. In het strandhuisje zie je die niet.”

Miriam: „Ik moet voor mijn werk regelmatig in Den Haag zijn. Dan spreken we af dat we op het strand slapen. Dan stap ik ’s ochtends vrolijk een overleg in, regelrecht van het strand. Het is een eenvoudig huisje, maar het heeft alles wat we nodig hebben.”

Robert: „Die eenvoud koester ik ook. Douche en toilet zijn ergens anders.”

Miriam: „Geen elektriciteit, dus we doen het met kaarslicht.”

Robert: „Eind april bouwen we het huisje op, en begin september moet het weer weg. Ik kom er al 50 jaar, en toen mijn dochter is geboren heb ik het huisje gekocht. Zij is elke twee weken een weekend bij me. Ook zij komt heel graag op het strand.”