Waarden terug in de politiek

De Tweede Kamer keert dinsdag terug van reces. Welke thema’s gaan de komende tijd het debat bepalen? „De tijd dat de agenda gedomineerd werd door de economie en overheidsfinanciën is achter de rug.”

Illustratie Fotodienst NRC

Bezinning, teambuilding en strategische plannenmakerij. Vlak voordat de Tweede Kamer dinsdag terugkeert van zomerreces organiseren vrijwel alle partijen een fractieweekend om zich voor te bereiden op het nieuwe politieke jaar. Daar stellen partijen zichzelf de vraag: wat gaat dit seizoen ons brengen? En met nog maximaal 18 maanden te gaan tot nieuwe verkiezingen: hoe gaan wij ons profileren?

De SP trekt zich dit weekend terug in een hotel in Zwartsluis. De PvdA was de afgelopen dagen in Eindhoven. De CDA-fractie verzamelt zich vandaag in Volendam. Ook de VVD beraadt zich in Noord-Holland, in Bergen. De D66-fractie houdt het bij een barbecue in Rotterdam.

Nu het kabinet alle grote hervormingen heeft doorgevoerd, dan wel geparkeerd, zal de Tweede Kamer het komende jaar flink de ruimte krijgen, zo is de verwachting onder politici en strategen van vijf grote fracties. Daar liggen dus kansen, maar er schuilen ook talloze gevaren – met name voor de coalitiepartijen.

Meestal kun je in augustus hét thema voor de komende periode wel aan zien komen, zegt Pieter Heerma (CDA). Hij is sinds 2012 Kamerlid, maar werkte daarvoor bijna tien jaar als spindoctor voor de fractie. Vorig jaar dwongen de MH17-ramp en de opmars van Islamitische Staat (IS) de politieke blik na jaren van binnenlands boekhouden weer naar de buitenwereld. Twee jaar geleden was het herfstakkoord met de ‘constructieve oppositie’ in de maak. Maar nu? „Er dienen zich niet alleen heel veel onderwerpen aan, ze zijn ook nog eens allemaal heel groot, emotioneel en onvoorspelbaar – en controversieel binnen de coalitie”, zegt Heerma.

Ga maar na: internationale economische turbulentie, oorlog, immigratie en terrorisme, Europa bedreigd van binnenuit en buitenaf. De discussie over die internationale problematiek is van een andere orde dan de nationale kwesties van werkgelegenheid, gedoe in de polder en de complexe uitvoering van wetten en decentralisaties. Abstracter, omdat de Nederlandse politiek niet veel meer kan doen dan omgaan met de gevolgen en steggelen over deeloplossingen. Maar ook ideologischer, omdat het gaat om grote morele vraagstukken: geloof, vrijheid, hoe met elkaar om te gaan en wie hier welkom is.

Pieter Heerma ziet daarom een schone kans voor meer ideologische debatten. Dat is ook wat een „partij van waardengedreven politiek als het CDA”, graag zou willen. Na een periode van pragmatisme en compromis, de laatste jaren onder druk van de financiële crisis, lijkt daar weer ruimte voor. Ook omdat de coalitiepartijen, en hun ex-gedogers, niet meer klem zitten in allerlei afspraken en wetten die nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten.

Ook Martijn van Dam, vicefractievoorzitter van de PvdA, voorziet „een waardenstrijd” over „fundamentele thema’s”. „We zijn zo druk geweest met het repareren van het land, dat de ideologische verschillen aan het zicht zijn onttrokken. De tijd dat de agenda gedomineerd werd door de economie en overheidsfinanciën is achter de rug. Dat is goed voor het politieke debat.”

D66-leider Alexander Pechtold betreurt juist dat de sfeer van pragmatisme en oplossingsgerichtheid lijkt te verdwijnen van het Binnenhof. „VVD en PvdA laten nu inderdaad meer een eigen geluid horen aan hun achterbannen. Maar het is een opgeklopte strijd en vreselijk doorzichtig. De meeste opzetjes zijn nog geen dag houdbaar omdat VVD en PvdA elkaar meteen terugfluiten.”

Liever had de D66-leider, tot dit voorjaar oppergedoger van Rutte II, gezien dat de constructieve oppositie op een of andere manier was blijven bestaan. „Nu gebeurt er helemaal niets.” Ook SP-leider Emile Roemer – die het kabinetsbeleid de afgelopen jaren zelden steunde – waarschuwt voor „stilstand” en „profileringsdrang”. „Van dit kabinet zijn geen fundamentele oplossingen meer te verwachten.”

Wat we in dit vermoedelijk verkiezingsloze jaar ook meer zullen zien: individuele politici die zich over de volle breedte gaan manifesteren. De reden, paradoxaal: verkiezingen. Maart 2017 lijkt ver weg, maar er wordt nu al gewerkt aan programma’s en kandidatenlijsten.

Zelfs „de premier ontkomt niet meer” aan het ethische debat, zeggen zowel Van Dam als Heerma. In juni mengde Rutte zich daar opeens in door op een VVD-congres te ageren tegen „hufterigheid en egoïsme (...) het grote dikke ik”. Komende week debatteert de Tweede Kamer over Ruttes uitspraken. Het ideale moment voor de fractievoorzitters om zich te profileren? Niet allemaal: Pechtold heeft al aangekondigd niet te komen, Roemer blijft waarschijnlijk ook weg.