Voortaan geven we elkaar één kus, oké?

Hoe kan het dat zoiets eenvoudigs als een begroeting zo vaak problemen oplevert? Bas Tooms zoekt naar een oplossing voor het zoenprobleem.

Illustratie Anne van Wieren Illustratie Anne van Wieren

Daar hang ik weer. Met getuite lippen zweef ik ergens rond haar kin. Op de achtergrond het geroezemoes van het café. Vanuit mijn ooghoek zie ik haar een stapje terug doen en ongemakkelijk kijken. Een beetje geamuseerd zelfs. Zij is klaar met mij begroeten. Eén kus. Ik ging voor de klassieker: drie zoenen.

Meestal lukt het me, ondanks wat gestuntel, uiteindelijk wel. Maar soms gaat een begroeting of afscheid mis. De een zoent waar de ander alleen handen wil schudden. Hoofden botsen tegen elkaar. En als je zoent, hoe vaak? Hoe kan het dat zoiets simpels als een begroeting zo vaak problemen oplevert? Het is tijd voor een oplossing. Een zoektocht naar dé begroeting.

Bij vrouwen zijn de mogelijkheden legio en de kans op een miszoen het grootst. Drie zoenen, twee zoenen, één zoen of social hug: een korte knuffel. Ook is een hybride vorm mogelijk. De ‘kus-knuf’, een kus en knuffel die beide uitgedeeld worden aan de rechterzijde van de wang. En je kunt natuurlijk ook nog gewoon handen schudden.

Mannen begroeten gaat wél goed. Een knikje gevolgd door „yo” bij een vluchtige begroeting, een handdruk is altijd goed. Wat ik het vaakst in mijn omgeving zie, en wat ik zelf doe, is een handdruk waarbij de duimen ‘in elkaar grijpen’. De truc is om naar elkaars elleboog te kijken: altijd raak.

Toch kan het misgaan. De vriend van een vriendin houdt zijn hand omhoog. Ik denk ‘mijn’ handdruk te herkennen en zet een zwaaiende beweging in. Al snel blijkt het aanzet tot een high five. Een begroetingsvorm die zijn rentree heeft gemaakt in het begroetingscircuit.

Als het misgaat? Doe de omhelzing!

Als een begroeting fout dreigt te gaan tussen mannen is er een way out: de mannelijke omhelzing. Die gaat gepaard met gelach en gebrul, gevolgd door een slag op de rug van de andere man. Daar eindigt de mislukte high five dan ook in.

Waar komen al die vormen van begroetingen vandaan? Wat is er gebeurd met de Hollandse driekus? Ik bel met etiquette-expert Beatrijs Ritsema. Zij vertelt dat de driekus al een tijdje aan populariteit aan het verliezen is en dat die op den duur verdwijnt. „Drie zoenen geven kost te veel tijd.” En is er veel internationale invloed geweest. Zo is de hug over komen waaien uit de Verenigde Staten en vaak te zien in series.

Ritsema: „Ik geef twee zoenen bij vrienden, één zoen bij intimi en als ik een goede vriend of bekende een tijd niet heb gezien soms een knuffel.” Hoewel de etiquette-expert een duidelijke routine heeft, maakt ook zij af en toe een misser.

Toch heeft ze een tip. „Hoe minder zoenen, des te intiemer. Je geeft je partner nooit drie zoenen.” Tenzij je duidelijk wilt maken dat je van diegene af wilt natuurlijk.

Een familieverjaardag is niet de meest uitdagende arena. Drie zoenen is daar de norm. Behalve bij oma. Die krijgt een voorzichtige luchtkus. Mijn baard prikt, vindt oma. En dus pas ik mij aan.

Vrienden die ik vaak zie vormen ook geen probleem. Van hen ken ik de routines. De kopstoten en onbedoelde luchtkussen worden vooral uitgedeeld bij kennissen die ik niet genoeg zie om een routine mee op te bouwen.

Je kunt die vrienden natuurlijk vaker zien, maar dat is niet altijd een optie. Van tevoren bespreken kan ook: „Zullen we zoenen? Hoe vaak?” Daarmee verplaats je de ongemakkelijkheid van tijdens het begroeten, naar ervoor.

Een andere oplossing is een button. Dolph Kohnstamm, socioloog, voerde jaren actie tegen de drieroutine. Hij pleitte voor één kus. Kohnstamm maakte buttons met daarop het aantal zoenen dat je gaf, of geen. Handen schudden was ook geoorloofd.

Bij de lokale eurowinkel koop ik buttons en versiergerei. Bij de eerstvolgende verjaardag sta ik met mijn zelfgemaakte felgroene button tussen vrienden en kennissen. „Ik zoen één keer”, prijkt er in het paars.

Het levert vooral gelach op. Of dat komt door de boodschap of het uiterlijk van de button laat ik in het midden. De meesten houden zich die avond aan mijn zoenverzoek. Al vergt het wel wat uitleg bij iedere begroeting.

Maar, mijn probleem wordt herkend en is gespreksstof. „Laatst gaf ik een vriendin een kopstoot”, zegt een vriendin. „Niet zo’n harde, maar toch.” Een kennis vindt het hartstikke leuk, maar overdreven. „Met zo’n button lopen kan de oplossing niet zijn.” Ik geef hem gelijk.

Waar is mijn button???

Ik besluit de oplossing ergens anders te zoeken: dansen. Nog iets waar ik niet in uitblink. Zou begroeten hetzelfde stramien volgen als de tango?

De tango is een dans die vooral gebaseerd is op improvisatie. Er zijn slechts enkele basisfiguren. Daarnaast heeft ook elke danser een eigen passenrepertoire. De dans is ontstaan uit verschillende culturen met uiteenlopende gewoonten. Net als bij begroetingen, is mijn overtuiging.

In de Argentijnse tango leidt de man, de vrouw volgt. Ik besluit het in de praktijk te brengen bij een afspraak met een oud-studiegenoot in een koffietentje. Bij binnenkomst begroeten we elkaar verbaal en ik zet in op twee zoenen.

Voor de zekerheid plaats ik mijn hand voorzichtig tegen haar middel en pak daarmee de regie. Hoop ik. Na de eerste kus gaat het al fout. Ik switch naar de andere wang, zij gaat voor de knuffel. Shit, de kus-knuf... Bijsturen is zinloos. Halverwege mijn reis naar haar andere wang raken onze lippen elkaar. WAAR IS MIJN BUTTON??? schiet er door mijn hoofd.

De man leidt de Argentijnse tango dan wel, een machodans is het niet. De dansers moeten elkaar aanvoelen om een dans te laten slagen. Hetzelfde geldt voor een begroeting. We lachen het voorval weg, maar van binnen baal ik. Hoe kon dit fout gaan? In de twee jaar dat we elkaar niet gezien hebben, is zij van drie zoenen naar de kus-knuf gegaan. Zijn we intiemer geworden? Nee, toch?

Op de terugweg fietsen we een stukje samen. Afscheid nemen doen we al fietsend. Ze zwaait. Ik zwaai terug.

Nog steeds geen oplossing. Alles wat ik geprobeerd heb, is niet bepaald een succes te noemen. Het leverde ongemakkelijke momenten en gelach op. Ik overweeg om tangolessen te nemen. Of misschien moet ik er niet zo moeilijk over doen.

Nee. Een ‘hey’ hoort niet gevolgd te worden door een kopstoot.

En dus: vanaf nu geven we elkaar één zoen. Het is de variant die de minste tijd kost, één kus is exclusief en intiem. Kennen we elkaar niet goed genoeg? Dan geven we elkaar een hand.

Bij één kus kan er ook het minst misgaan. Mocht iemand toch voor de drie- of tweekus of een kus-knuf gaan, dan zal ik mij aanpassen. Uit coulance.