VN-commissie: Zwarte Piet moet er anders uit gaan zien

De commissie van de Verenigde Naties wil dat de Nederlandse regering meer maatregelen neemt tegen racisme. Ook tegen Zwarte Piet.

De Nederlandse regering moet meer preventieve maatregelen nemen tegen racisme en discriminatie. Dat is de rode draad in de aanbevelingen van de commissie van de Verenigde Naties voor het tenietdoen van racisme en discriminatie (Committee on the elimination of racial discrimination, CERD). De „concluding observations” van de commissie, enkele tientallen, in categorieën verdeeld, zijn vrijdagmiddag openbaar gemaakt.

Het meest uitvoerig gaat de commissie in op de kwestie van het etnisch profileren door de politie, zoals het aanhouden van mensen op grond van huidskleur, en rassendiscriminatie in het algemeen. Aanbevelingen op dit gebied zijn: maak een nationaal actieplan tegen rassendiscriminatie, vergroot het aantal politiemensen met een achtergrond uit minderhedengroepen, en geef trainingen over mensenrechten aan leerkrachten, agenten en magistraten.

Verder beveelt de commissie aan dat de regering nadenkt over een strategie waarmee kan worden voorkomen dat politieke partijen „negatieve stereotypen en stigmatisering van etnische groepen” gebruiken als basis van hun politieke activiteiten. Ook bij media en internetproviders moet de regering „actief bevorderen dat die beseffen hoe belangrijk het vermijden van stereotyperen en discriminerende houding is, en de waarde van diversiteit.”

Discriminatie en stereotypering

Over Zwarte Piet, een onderwerp dat uitvoerig en zeer kritisch aan de orde kwam in de VN-hoorzittingen in Genève vorige week, zegt de commissie in haar rapportage het volgende: „Zelfs een diepgewortelde traditie rechtvaardigt geen discriminatie en stereotypering (..) De overheid moet actief bevorderen dat die kenmerken van Zwarte Piet worden verwijderd, die negatieve stereotypen weergeven en door veel mensen van Afrikaanse origine worden beschouwd als een overblijfsel van de slavernij.”

Premier Rutte reageerde na de ministerraad op de opmerkingen over Zwarte Piet. „Wie moet dat doen”, vroeg de minister-president zich hardop af. „Hoed je voor het land waarin de staat zich bemoeit met hoe een volkstraditie eruitziet.” Zwarte Piet is symbool geworden van discriminatie, zei Rutte. „Het zegt iets over het feit dat veel mensen zich gediscrimineerd voelen. Dat staat los van het symbool van dit kereltje. Hoe het kereltje er in de toekomst uitziet, is volgens mij aan de samenleving. Daar gaan wij niet over. Maar misschien ben ik daar wel te liberaal in.”

Rassendiscriminatie

Verschillende aanbevelingen van de VN-commissie zijn expliciet gericht tegen de in haar ogen te ontspannen houding van de landelijke overheid ten aanzien van het antidiscriminatiebeleid, dat voor een deel ook is overgeheveld naar de gemeenten. Stans Goudsmit, lid van het Nederlandse College voor de Rechten van de Mens, wijst nadrukkelijk op de verantwoordelijkheid van de regering als ondertekenaar van het VN-verdrag ter bestrijding van racisme. Zij hekelt de houding van veel politici als internationale instituten Nederland aanspreken op discriminatie. „Die zeggen dan als eerste reactie: rassendiscriminatie bestaat hier niet. Nu hebben we de kans het anders te doen. Politieke partijen zouden de aanbevelingen van de commissie in de Tweede Kamer kunnen bespreken.”

Het College voor de Rechten van de Mens heeft bij de bewindslieden voor Onderwijs, Bussemaker (PvdA) en Dekker (VVD), bepleit om mensenrechteneducatie op te nemen in het verplichte deel van het curriculum. „Daar was geen belangstelling voor.” Een uitzondering in het kabinet is volgens haar minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) die wel serieus werk maakt van de bestrijding van discriminatie op de arbeidsmarkt en die bijvoorbeeld geen zaken meer doet met bedrijven die wegens discriminatie zijn veroordeeld.