Zeker 105 doden bij schipbreuken

Hulpdiensten in Libië hebben de lichamen van 105 vluchtelingen uit zee geborgen nadat donderdag twee boten zonken voor de Libische kust. Volgens de internationale hulporganisatie Rode Halve Maan worden nog zo’n honderd mensen vermist, voor hun leven wordt gevreesd. Van de circa vijfhonderd opvarenden van de twee boten werden er 198 levend gered. De Rode Halve Maan klaagde over de middelen die zij tot hun beschikking hebben. Een zegsman: „Wij werken met helemaal niets. Vissers helpen ons soms met een schip. We hebben maar één ambulance.” De schepen vertrokken uit de Libische plaats Zuwara, die bekendstaat als een belangrijke vertrekhaven voor mensensmokkelaars. De vluchtelingen aan boord zouden afkomstig zijn uit Pakistan, Syrië, Bangladesh en verschillende Afrikaanse landen. Volgens het VN-vluchtelingenagentschap UNHCR hebben dit jaar al 300.000 mensen geprobeerd de Middellandse Zee over te steken om Europa te bereiken. In heel 2014 waren dat er nog 219.000.

Het agentschap schat dat bij de oversteek zo’n 2.500 vluchtelingen zijn verdronken. Ook als vluchtelingen de overtocht wel overleven, zijn de risico’s groot. Donderdag werden de lichamen van 71 vluchtelingen gevonden in een truck die langs een Oostenrijkse snelweg geparkeerd stond. Ze zijn waarschijnlijk gestikt. Eerder deze week ontdekte een Zweeds marineschip een vluchtelingenboot met 52 lichamen aan boord – de smokkelaars zijn gisteren in Italië aangehouden op verdenking van meervoudige moord.