Vechten tegen het grote geld

Een dubbelinterview met de algemeen directeuren van PSV en Feyenoord aan de vooravond van het topduel, zondagmiddag. „Je achilleshiel is je gezin.”

PSV-directeur Toon Gerbrands (links) met Feyenoord-directeur Eric Gudde. Foto Robin Utrecht

Crisis bij AZ in 2009. De voetbalclub dreigt om te vallen door het faillissement van de hoofdsponsor, de DSB Bank van Dirk Scheringa. In dezelfde periode is het onrustig bij Feyenoord. De gevallen topclub heeft een miljoenenschuld, de prestaties zijn dramatisch en de supporters komen in opstand.

In die tijd vinden de twee algemeen directeuren elkaar; Toon Gerbrands en Eric Gudde, lotgenoten met dezelfde zorgen.

„Bij mij was het: bestaat de club nog wel over een jaar?”, zegt Gerbrands, destijds algemeen directeur bij AZ. „Bij jullie stond er druk op de ketel door supporters, er gebeurde van alles, weet je nog?”

Gudde knikt. Gerbrands vervolgt: „Dan praat je ook als mens met elkaar, over twijfels, onzekerheden en de zoektocht naar oplossingen.”

Zes jaar later zitten ze samen op het terras van Hotel Oud London in Zeist. Gudde is nog altijd directeur van Feyenoord, Gerbrands is vorige zomer overgestapt naar PSV. Een dubbelgesprek met de twee algemeen directeuren, aan de vooravond van het topduel tussen PSV en Feyenoord zondag in Eindhoven. Gudde kiest een stoel in de zon, Gerbrands een plek onder de luifel.

Het contrast tussen de twee was groot het voorbije seizoen. Gerbrands beleefde een succesvol eerste jaar bij PSV, met de eerste landstitel sinds 2008 en miljoenen winst op de transfermarkt.

Collega Gudde boekte ook forse winst, maar had het op veel andere fronten moeilijker. Het voortslepende stadiondossier, de rellen in Rome, de gestaakte thuiswedstrijd tegen AS Roma, de kritiek van burgemeester Ahmed Aboutaleb dat Feyenoord geen baas is in eigen stadion. Plus het ontslag van coach Fred Rutten en het mislopen van Europees voetbal. Gudde doorstond de storm, zoals hij in zes jaar tijd ook de 43 miljoen euro schuld wegwerkte met behulp van een groep investeerders en door te bezuinigen. „Ik vind het knap”, zegt Gerbrands. „Je kunt ook na het eerste beste incident zeggen: ik kap ermee.”

Zo gaat het vaker tijdens het interview. De managers zitten ook niet tegenover elkaar, maar naast elkaar. Pratend over eindeloze geldstromen uit Engeland, supportersproblemen en begrotingsdiscipline.

Wat als zich bij Feyenoord een rijke havenbaron meldt met veel geld?

Gudde: „Het woord havenbaron heb ik vaak gehoord, maar ik heb er nog nooit een gezien.”

Gerbrands lacht. „Ik vraag me ook wel eens af wie dat zijn.” Hij schat dat zo’n 80 procent van de clubs die PSV tegenkomt in Europa, in bezit is van één eigenaar. „Het is honderd procent uitgesloten dat dit bij Feyenoord, Ajax of PSV gebeurt.”

Clubs met het grote geld domineren. Terwijl Nederland achterblijft, worden clubs in de Engelse Premier League nog rijker door de nieuwe tv-deal (vanaf 2016 mogen ze jaarlijks 2,29 miljard euro verdelen). Hoe werkt dat hier door?

Gudde: „Het gat wordt steeds groter, dat is al jaren zo. Daar kun je je heel druk over maken, maar ik beschouw dat als een gegeven waar je ook de vruchten van kunt plukken.”

Gerbrands: „Als het boven regent, druppelt het beneden. Wij profiteren er wel degelijk van. Dat Jordy Clasie, Memphis Depay en Georginio Wijnaldum naar Engeland gaan, is tegelijk ook ons succes. We moeten er alleen voor waken dat jongens in de leeftijdscategorie eronder niet te snel naar het buitenland vertrekken.”

Gudde: „Wij hebben in de jeugd ouderavonden over hoe je een carrière kunt opbouwen. De ene keer zit Roy Makaay erbij, de andere keer Giovanni van Bronckhorst. We laten dan een lijstje zien met mislukte spelers – dat zijn er wel in de vijftig.”

Staat Royston Drenthe erop? Hij vertrok op zijn twintigste van Feyenoord naar Real Madrid.

Gudde: „Die staat misschien ook wel op die lijst maar dan met een sterretje, hij zou nu financieel onafhankelijk kunnen zijn. Maar als tienjarig jongetje heb je toch meer de carrière van Robin van Persie voor ogen? Die is via Arsenal een hele grote meneer geworden. Dat beeld proberen wij te schetsen.”

Gerbrands: „Er moet sprake zijn van een opbouwende carrière. Dat was bij Drenthe niet zo, daar kunnen we kort over zijn.”

Gudde: „Er zijn spelers die het om één ding gaat: zo veel en zo snel mogelijk geld verdienen. Een speler in ons onder-zeventien-elftal kon in Frankrijk een jaarsalaris van 300.000 euro verdienen, terwijl wij twijfelden over een contract. Zijn familie had het sociaal lastig. Dan ga jij zeggen: je moet wachten, die trein rijdt nog wel eens voorbij. Die mensen zeiden: ik heb nooit een trein met drie ton voorbij zien komen, zou die volgend jaar wel langskomen?”

De uittocht van jong talent leidt tot sportieve devaluatie. Het Nederlands clubvoetbal is afgezakt naar de tiende plaats op de Europese ranglijst. Het aantal plekken voor Europese competities loopt op termijn gevaar.

„Uitermate zorgwekkend”, zegt Gudde. Hij schetst een glijdende schaal, waarin tegenvallende resultaten gevolgen hebben voor het imago van een club, ontwikkeling van spelers die zich niet meer kunnen meten op topniveau en hun transferwaarde die daardoor afneemt.

Gerbrands: „Wie is verantwoordelijk? De ene club haalt punten voor die ranglijst, de ander niks. Vergelijk het met de afvaardiging naar de Olympische Spelen. Onze zwemmers halen drie medailles, maar andere disciplines in de olympische ploeg te weinig. Zo’n discussie is dit.”

Gudde en Gerbrands zeggen er alles aan te doen de achterstand zo klein mogelijk te houden. Onderdeel van hun portefeuille: professionalisering van de organisatie.

Gerbrands: „Alle grote clubs hebben 85 à 90 procent professionalisme in zich. Toen ik bij PSV binnenkwam riep ik dat het afgelopen moet zijn met excuses. Hoe kan ik evalueren als we de scheidsrechter de schuld geven. Dan zit ik maandag te vergaderen met de jongens, maar dan heb ik de reden toch al?

Gudde: „Het is voorbeeldgedrag. Jij loopt voorop met die dingen, Toon. Wij doen hetzelfde, denk ik. Bij elk afdeling, van de jeugd tot financiën. Als je dan zelf in beeld bent en vijf excuses noemt, dan denken ze daar: hé, wat is dit nou.”

Bij Feyenoord klaagde coach Ronald Koeman in het verleden over niet op tijd geleegde prullenbakken. En Fred Rutten mopperde eind vorig seizoen over een cover van het officiële Feyenoord-magazine met daarop aanwinst Dirk Kuijt, waardoor het beeld ontstond dat iedereen al met het nieuwe seizoen bezig was. Wat zegt dat over de topsportcultuur?

Gudde: „Sprekende voorbeelden. Is dit alles wat jullie hebben?”

Gerbrands: „Als dat de enige twee voorbeelden zijn, hebben ze een mooie club. Zou het een terecht excuus zijn, dat Feyenoord niet presteert vanwege een verkeerde foto op de cover?”

Gudde: „Daar wil je nou net van af, die excuses.”

Terwijl PSV deze zomer een journalist van Voetbal International aantrok als persvoorlichter, besloot Feyenoord op verzoek van de selectie een verslaggever van hetzelfde blad te boycotten.

Gudde: „Eerst zei ik: je moet niet op elke slak zout leggen, maar op gegeven moment is een grens bereikt. Bij deze journalist was het: tot hier en niet verder.”

Sommigen vergelijken het met het mediabeleid van Noord-Korea.

Gudde: „Dat zegt meer over die mensen dan over ons.”

Is het niet een te rigide besluit geweest?

Gudde: „Nee. Het gaat er niet om of iemand kritisch is. Maar als diegene voortdurend feitelijke onjuistheden schrijft en onbetrouwbaar is, daar hoef ik toch niet mee samen te werken. Doe ik ook niet met een leverancier.”

Hoe kijkt u naar het grillige gedrag van uw spits, Colin Kazim-Richards?

Gudde: „Natuurlijk is dat ongewenst, maar ik trek het breder. Feyenoord is met 5.000 man in Rome. Feyenoord is meer dan 32.000 seizoenkaarten verkopen na een dramatisch seizoenseinde. Een open dag waar niemand meer bijkan. Maar Feyenoord is ook honderd mensen die thuis tegen AS Roma een hoop rotzooi schoppen door dingen te gooien op het veld. Een hele rauwe kant. Waar we het hartstikke lastig mee hebben en niet echt grip op krijgen.”

In Rome zag hij wat de gevolgen zijn als de lokale politie weinig contact wil hebben met die uit Nederland. „Dan hebben wij misschien lessen geleerd, maar zij hopelijk ook. Rome thuis? Dat vind ik heel moeilijk. Lessen? Ja, in de zin dat we ons niks meer kunnen permitteren.” Feyenoord heeft maatregelen aangekondigd: meer camera’s, meer suppoosten en netten voor tribunes. Ook lijkt het Gudde een goed idee om een fanzone te creëren bij Europese uitwedstrijden.

De supportersproblematiek is bij Feyenoord vele malen groter dan bij AZ en PSV. „Ik zou niet willen ruilen”, zegt Gerbrands. „Ik weet van Eric dat hij het nodige heeft meegemaakt. Zelf kan je er wel mee omgaan, maar je hebt ook een vrouw en kinderen.’’

Gudde: „Je achilleshiel is je gezin. Gelukkig heb ik een vrouw die het redelijk goed kan plaatsen, maar één van de tien keer is zij er ook helemaal klaar mee.’’

Werkt zoiets louterend of beschadigend?

Er volgt een lange stilte. Gudde staart voor zich uit. Zegt niks. Dan neemt Gerbrands het woord: „Als je er lang genoeg zit, zal het uiteindelijk louterend zijn.”

Gudde, uiteindelijk: „Ik ben geen wielrenner, maar gebruik toch deze metafoor. Als je in de Tour de France een berg op moet, denk je volgens mij ook al snel: ik kap ermee. Maar in de bezemwagen heb je volgens mij al na vijf minuten spijt.”