Samen tegen de banken

Jeroen Princen en Paul Peters hebben de klus van het jaar gekregen: het failliete Imtech ontmantelen en geld verzamelen voor de schuldeisers. Wie zijn deze curatoren en hoe spelen ze het spel?

Illustratie Roel Venderbosch ILLUSTRATIE ROEL VENDERBOSCH

Al de dag na het faillissement laten de curatoren van Imtech stevig van zich horen. Publiekelijk, op Radio 1 en in Nieuwsuur. De banken werken „te weinig” mee, zeggen ze.

De banken moeten „meer nadenken over de belangen van werknemers”.

De banken moeten zorgen dat Imtech „over bankrekeningen kan beschikken” zodat „de leaseauto’s kunnen rijden”.

De banken moeten de curatoren „meer tijd” geven, „en dat betekent in dit geval meer geld”.

Jeroen Princen en Paul Peters hebben het dan al een week achter de schermen geprobeerd, als stille bewindvoerders. Maar nu is de stille diplomatie voorbij. Ze hebben net de klus van het jaar toebedeeld gekregen. De rechtbank Rotterdam heeft hen benoemd tot curatoren van het failliete Imtech, een bedrijf met 22.000 werknemers in 35 landen en zeven verschillende divisies. De twee moeten het installatiebedrijf zo snel mogelijk zien te ontmantelen. Alle bedrijfsonderdelen moeten worden verkocht, in stukjes gebroken of anders failliet verklaard. Wie tegenwerkt, krijgt dat via de tv te horen.

Wie zijn deze mannen en hoe spelen zij dit spel?

De afvalrace

De uitverkoop van Imtech is een afvalrace onder grote tijdsdruk. De moederholding is failliet, de onderdelen draaien nog door. Maar hoe langer een onderdeel onverkocht blijft, hoe groter de kans dat dit ook failliet gaat. Zo’n dertig, veertig potentiële kopers hebben zich gemeld voor een brok Imtech. Alle deals moeten, bam bam bam, achter elkaar worden afgetikt, eerst de grote, dan de kleine. Drie divisies zijn verkocht, en wat delen. Normaal duurt een verkoop maanden, nu wordt het in een paar dagen geprakt.

De curatoren van Imtech werken uit het zicht aan die ontmanteling. Als er iets gered is, sturen ze enkel een persbericht. Daarin staat steevast hoeveel banen er zijn behouden – tot nu toe bijna de helft – en dat ze „dag en nacht” en „met man en macht” werken. Als het op een andere manier niet af te dwingen valt, komt Princen op televisie.

Druk op de banken is nodig, vinden de curatoren. Princen en Peters komen op voor de belangen van Imtechs schuldeisers, dat is hun taak. De groep die het meest te verliezen heeft, bestaat uit diezelfde banken. Die hebben samen 1,2 miljard euro in Imtech zitten. Juist met hen hebben Princen en Peters een moeizame relatie, meteen al. De banken willen zo veel mogelijk geld terughalen voor zichzelf, de curatoren werken voor álle schuldeisers. Dat zijn ook leveranciers en klanten van Imtech, de Belastingdienst, de uitkeringsinstantie.

Nu hebben de banken veel meer macht dan de anderen. Zij verkopen de onderdelen. Maar ze hebben de curatoren daar wel voor nodig. Zo zijn de twee kampen tot elkaar veroordeeld.

De mannen

Ze voelen zich een beetje behandeld als „Knabbel en Babbel”, zegt Princen over hemzelf en collega Peters op een van de bijeenkomsten met Imtechs bankiers. Die zijn dan weken non-stop met de bedrijfstop in onderhandeling geweest over extra geld. Imtech is net opgegeven. Er is teleurstelling, er is vermoeidheid. En daar staan twee frisse bewindvoerders op de stoep die een flitsfaillissement komen voorbereiden. De curatoren moeten hard werken om bij de banken informatie los te peuteren. En, zegt Princen aan de telefoon, er stonden nootjes op tafel.

Het is een snel grapje tussendoor. Maar de analogie met eekhoorntjes past wel. Want verzamelen is precies wat Jeroen Princen en Paul Peters komen doen. Informatie over Imtech dus, van het bestuur en de bankiers die het bedrijf tot in detail kennen. Maar vooral geld voor in de boedel. Die moet zo vol mogelijk, om de schuldeisers van Imtech nog iets te kunnen geven. En voor zichzelf, want ook het salaris van curatoren komt uit de boedel.

Jeroen Princen (1965) is fel en kordaat, zeggen mensen die hem kennen. Hij is „een geduchte tegenstander”, zegt curator Louis Deterink. „Een beetje pitbullachtig.” Deterink kent Princen als curator van energiebedrijf Econcern en uitvindersbedrijf Innoconcepts. Princen trad op als advocaat van de bestuurders. Zijn scherpe, bij vlagen agressieve stijl kan soms „contraproductief uitpakken”, zegt Deterink. Maar: „Als persoon is hij aimabel.”

Princen – liefhebber van moderne kunst – is „een doortastende curator”, zegt Robert van Galen van advocatenkantoor NautaDutilh, waar Princen tot 1995 werkte. Sindsdien werkt hij bij het Rotterdamse Ploum Lodder Princen, dat hij zelf mede oprichtte.

Verder kan Princen „een beetje ongeduldig” zijn, zegt Van Galen, „maar dat is ook nodig”. Een curator moet besluiten nemen op basis van beperkte informatie, dus „je moet durven schieten in de mist”.

Paul Peters (1960) heeft een ander karakter. Mensen typeren hem als rustig en consciëntieus. Het is steeds Princen die in de media verschijnt, Peters blijft op de achtergrond. Hij is „iemand die meer luistert dan praat”, zegt forensisch accountant Arthur de Groot van Deloitte, die bij verschillende faillissementen met Peters samenwerkte. „Onopvallend, maar vastberaden.”

Peters heeft ervaring met fraude – een belangrijke oorzaak van het faillissement van Imtech. Hij was curator van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij van Joep van den Nieuwenhuyzen, die veroordeeld werd voor omkoping en valsheid in geschrifte.

Sommigen zijn kritisch over de werkwijze van Princen. Zijn optreden in Nieuwsuur wekte irritatie. Hoe haalt hij het in zijn hoofd om daar „goede sier te gaan zitten maken”, zegt een betrokkene – terwijl er werk te doen is aan de onderhandelingstafel. Voor de kalmere, minder onvoorspelbare Peters bestaat meer sympathie.

Vanuit de werknemers klinken complimenten. Bestuurder Chris Baggerman van vakbond RMU vindt het uitstekend dat Princen de banken er zo van langs geeft. „De banken gaven geen cent meer aan de divisies. Ik kreeg alarmerende sms’jes van mensen bij Imtech: we kunnen niet meer tanken, we kunnen met onze lunchpas geen krentenbol meer kopen, niks. Toen kwam Jeroen op tv en opeens kregen we mailtjes en belletjes: we kunnen weer brood en schroefjes kopen, we kunnen weer aan de slag!”

En het spel

Hoe moeilijk kan een faillissement zijn? Curatoren verkopen de failliete boel en verdelen de opbrengst onder de schuldeisers.

Niet bij Imtech. Want het zijn niet Princen en Peters die de divisies van Imtech verkopen, maar de banken. Zij hebben zogenaamde pandrechten op de divisies, de opbrengsten van de verkoop gaan rechtstreeks naar hen. De banken bepalen dus aan wie ze een divisie verkopen en voor hoeveel.

Maar om dat snel te doen en een openbare veiling te omzeilen, is wel een handtekening van de curatoren nodig. Die moeten dus instemmen met elke deal. In ruil voor hun handtekening vragen de curatoren geld: een percentage van de verkoopopbrengst. Dat geld gaat naar hun boedel. De banken en de curatoren moeten het dus noodgedwongen eens worden.

De belangen lopen echter uiteen. De banken hebben grote haast met de verkoop. Elke extra dag in onzekerheid rennen klanten en leveranciers weg en vermindert de waarde. Ook moeten de banken geld steken in de divisies om ze in leven te houden tot het lukt ze te verkopen. Daar hebben ze geen zin in – een extra reden om te vaart te maken.

De curatoren willen de onderdelen juist in rustig tempo verkopen, voor een zo hoog mogelijke opbrengst. Dat is voor alle schuldeisers het beste. Ook kennen ze Imtech niet zo goed als de banken. Ze willen overzicht, cijfers zien, zeker weten of het allemaal wel netjes verloopt en daar is tijd voor nodig. De haast van de banken frustreert Princen en Peters. Het is een tegenstelling die je vaak ziet in een faillissement, zeggen ervaren curatoren.

Wat de sfeer tussen de banken en de curatoren extra ongezellig maakt, is dat Princen en Peters meteen vragen om een boedelbijdrage van 10 miljoen euro van de banken. Dat bedrag komt van De Brauw, de huisadvocaat van Imtech, die dat bedrag al eerder aan de banken heeft voorgesteld.

10 miljoen euro is een buitengewoon hoog bedrag, zeggen betrokkenen – kost een faillissement afwikkelen nou echt zo veel? Die 10 miljoen is nodig, leggen Princen en Peters uit, voor onderzoek, het veiligstellen van de boekhouding, de inhuur van accountants en financieel adviseurs. Even ter contrast, zegt Princen, de banken wilden maar 1 miljoen euro geven.

De uitverkoop van Imtech schiet inmiddels op. Wie heeft deze strijd nu gewonnen? Dat curatoren hebben een significant deel van de 10 miljoen euro binnen. De banken hebben hun supersnelle uitverkoop gekregen.

Maar het is nog niet voorbij. Er zijn nog restpartijen: Imtech Spanje, Imtech UK. Eerder deze week verwachtten de curatoren nog de ontmanteling maandag klaar te hebben. Dat gaat niet lukken, laat Princen weten. Het gaat toch wat langer duren.