Ook veilig beleggen gaat soms mis

De lage spaarrente zat? Je kunt ook geld stoppen in beleggingsfondsen of indextrackers. Maar hoe voorkom je dat je daarmee te veel risico loopt?

Illustratie XF&M
Illustratie XF&M illustratie xf&m

Geen volk schijnt zó gefrustreerd te zijn over de lage rente die je momenteel op een spaarrekening krijgt als wij. Dat zegt althans Blackrock, ’s werelds grootste vermogensbeheerder, die elk jaar 27.000 beleggers wereldwijd ondervraagt, onder wie duizend Nederlanders.

Wie spaart, lijdt verlies. Streek je vorig jaar september nog 1,6 procent rente op bij MoneYou, nu krijg je van de onlinespaardochter van ABN Amro maar 1,2 procent. Dat is nog veel: de meeste banken geven minder dan 1 procent.

Dat verklaart allicht waarom nu meer particulieren – 1,3 miljoen mensen – beleggen dan vóór de financiële crisis in 2008 losbarstte. Het helpt natuurlijk ook dat de koersen de afgelopen vier jaar redelijk constant zijn gestegen, de recente ontwikkelingen op de Chinese beurskoersen even niet meegerekend.

Van de beleggers kiest een meerderheid voor beleggings- of indexfondsen. Dat is verstandig voor wie – en dat zijn de meeste mensen – niet overdreven veel afweet van beleggen en een aanvullend kapitaaltje wil opbouwen voor na het pensioen. Met fondsen is goed gespreid te beleggen. Zo wordt het risico op grote verliezen beperkt.

Toch gaat het ook dan nog vaak mis. Veel beleggers kleumen mis bij het uitkiezen van een fonds. Of verspelen rendement door zich op cruciale momenten te gedragen als een kip zonder kop. Drie valkuilen.

1 Het te dure beleggingsfonds

Eh, beleggingsfondsen zijn toch niet meer duur sinds het provisieverbod in 2013 inging? Nou, dat valt tegen. Financieel adviseurs krijgen inderdaad geen provisie meer van een fonds, als ze voor een nieuwe klant zorgen. In plaats daarvan vragen ze nu geld van de particulier – de adviesvergoeding.

Onderaan de streep is de particulier slechts 0,3 procent goedkoper uit dan vóór 2013, schat de Vereniging van Effectenbezitters (VEB). In totaal betaal je minstens 1 en vaak tot 1,5 à 2 procent kosten per jaar over het geld dat je in een beleggingsfonds stopt.

Onder druk van toezichthouder Autoriteit Financiële Markten (AFM) voerden fondsverkopers begin dit jaar de ‘vergelijkende kostenmaatstaf’ in. Doel: particulieren de totale (geschatte) kosten tonen. Maar nog steeds moeten die daar vaak heel hard naar zoeken, en op verschillende plekken, volgens de VEB, al is de totale beschikbare informatie wel „verbeterd”.

Toch ontbreken nog dikwijls kostenposten of een aanbieder van beleggingsfondsen vertelt er niet concreet bij hoeveel die je kost, merkt Dian Huyssen-Van Kattendijke van Sequoia Vermogensbeheer. Bij profiel- en mixfondsen bijvoorbeeld kunnen de kosten aardig oplopen. Deze fondsen zijn vaak een samenvoegsel van onderdelen van verschillende fondsen. Die vragen op hun beurt ook stuk voor stuk een vergoeding. Die kosten verrekenen de fondsbeheerder meestal met de koers van de effecten, waardoor beleggers niet weten hoeveel zij kwijt zijn. Dure grap is soms ook de performance fee: een toeslag die sommige fondsen rekenen als ze beter presteren dan voorspeld.

De oplossing: kies een beleggingsfonds waarvan de informatie over de directe én indirecte kosten compleet is. En investeer tijd om die te achterhalen vóór je instapt: op de site van de aanbieder en in diens prospectus en jaarverslag. Eenvoudiger en beter is het om je geld in een indexfonds te stoppen, die alleen een bepaalde index volgt, vindt docent Arvid Hoffmann van de Universiteit Maastricht, gespecialiseerd in onderzoek naar financiële beslissingen van particulieren. Die zijn namelijk goedkoper: de totale kosten bedragen per jaar 0,3 à 0,5 procent van het belegde bedrag. Onderzoek wijst keer op keer uit dat hooguit 10 à 15 procent van de beleggingsfondsen beter presteert dan de index. En als dat gebeurt, verslaat een bepaald fonds de index meestal eenmaal, niet elk jaar. Die hogere kosten, die het nettorendement verpesten, zijn dus zonde van het geld.

2 Het verkeerde indexfonds

Het aantal indexfondsen, ook wel trackers of ETF’s (Exchange Traded Fund) genoemd, neemt enorm toe. Er zijn er nu 2.500. Veel daarvan zitten niet meer zo simpel in elkaar als de klassieke indexfondsen. Deze zogeheten fysieke indexfondsen kopen aandelen (of obligaties) van alle bedrijven of overheden die tot een bepaalde index behoren. Dus MSCI World van iShares, grootste aanbieder van indexfondsen, bezit aandelen in alle 1.645 grote bedrijven wereldwijd die bij de MSCI-index horen.

Ga voor die fysieke fondsen en niet voor synthetische, die met opties en andere risicovolle instrumenten werken en geen of enkele aandelen in de onderliggende bedrijven van een index bezitten, zegt Van Kattendijke. „Voor een particulier zijn synthetische fondsen erg ingewikkeld.” Ze zijn soms ook duurder.

Wie zelf gaat beleggen, kan dat doen via iShares, Vanguard of het Nederlandse Think. Die geven van elk indexfonds aan of het fysiek is of synthetisch. Ezelsbruggetje van Hoffmann voor een veilige mix: 100 min je leeftijd is het percentage dat je in aandelen moet beleggen; de rest stop je in obligaties.

Zijn aanrader voor een goede wereldwijde dekking: meng bijvoorbeeld MSCI World (aandelen-indexfonds) met Euro Corporate Bonds (obligaties) en Global Government Bonds van iShares. Kosten: 0,2 procent.

Hans Oudshoorn, die bij doe-het-zelf-beleggingsplatform Alex de opleidingspoot leidt en Beleggen voor Dummies schreef, raadt aan louter aandelen te kiezen van bedrijven die een hoog dividend uitkeren, de jaarlijkse rente voor beleggers. Daar zijn speciale indexfondsen voor, zoals bij Vanguard de FTSE All-World High Dividend Yield, die wereldwijd opereert. Kosten: 0,29 procent. Zo heb je jaarlijks sowieso inkomsten van 3 à 4 procent en ben je minder afhankelijk van de koerswinst van aandelen, die grillig en onvoorspelbaar is.

Te ingewikkeld? Ga dan voor een van de modelportefeuilles van bijvoorbeeld Meesman Indexfondsen. Dan bepaalt je risicoprofiel (vragenlijstje invullen) welk model je kiest. Je betaalt voor dit gemak wel iets meer: 0,5 procent.

3 Angst & laksheid

Angst is een grote valkuil. De afgelopen weken kreeg Oudshoorn talloze mailtjes van gestreste beleggers, toen Imtech ten val kwam en tegenvallende cijfers over de Chinese economie verschenen. „Veel mensen raken in paniek als de aandelenkoers daalt en zijn dan gelijk geneigd hun belang te verkopen.”

Ook Van Kattendijke ziet het vaak: beleggers die als het even tegenzit door emotie gedreven verkopen. Maar in- en uitstappen kost geld en dat gaat ten koste van het rendement.

„Het maakt niet uit als de koers van een fonds waarin je belegt omlaag gaat, mits je portefeuille goed gespreid is en je naar de lange termijn kijkt.” De koers herstelt zich meestal vanzelf weer of het verlies wordt gecompenseerd door winst elders in de portefeuille.

Wie gestrest raakt van koerswisselingen, kan beter voor dividendaandelen kiezen. Hij is dan voor de stijging van het rendement minder afhankelijk van de koerswinst. Tip van Oudshoorn: kies op justetf.nl indexfondsen uit die dividend automatisch voor je herbeleggen. Zo vermijd je een andere, zeer menselijke valkuil: laksheid. De kans is groot dat je anders vergeet het op je bankrekening gestort dividend over te maken naar je index- of beleggingsfonds. En dan is het geld zo op aan nieuwe schoenen.