Nijntje op een sokkel

Dick Bruna nam voor zijn tekeningen en zijn nijntje-figuurtje een voorbeeld aan grote kunstenaars, zoals Matisse. Het Rijksmuseum lijft ook Bruna zelf in bij de kunstgeschiedenis.

nijntje en  matisse, uit Bruna's boek nijntje in het museum uit 1997 UIT CATALOGUS dICK BRUNA kUNSTENAAR

Een groepje Aziatische toeristen, camera’s in de aanslag, komt het net geopende zaaltje in het Rijksmuseum binnen. Aan de muren potloodtekeningen van Henri Matisse, schilderijen van Fernand Léger. En Bruna! Dick Bruna! Opgewonden fotograferen ze zich meteen met nijntje.

Bruna is grote kunst – die mening heerst niet alleen onder Aziatische toeristen , maar ook in toenemende mate onder kunsthistorici. Dat is ook de reden dat het werk van Bruna nu een eigen, tijdelijke tentoonstelling heeft gekregen in het Rijksmuseum. Een tentoonstelling die, meer nog dan het tonen van Bruna’s uiteenlopende grafische werk, een kunsthistorisch doel voor ogen heeft: het inbedden van het werk van de 90-jarige Utrechter in de kunstgeschiedenis. De titel is een statement: Dick Bruna. Kunstenaar.

Lange tijd was de mening anders. Wellicht door de grafische eenvoud van Bruna’s werk, in een tijd waarin de kracht daarvan nog niet op waarde werd geschat. Wellicht ook door zijn brede populariteit en het fortuin dat hij vergaarde met zijn character nijntje. En: ‘Wellicht mede door de grote bekendheid die hij als maker van geliefde kinderboeken geniet’, schrijft tentoonstellingmaker Caro Verbeek met gevoel voor understatement, in de bij de expositie behorende catalogus.

Uit de speelgoedwinkel

Bruna opereerde niet in een apart reservaat voor kinderboekjesmakertjes, integendeel. De tentoonstelling trekt Bruna’s werk uit de speelgoedwinkel en plaatst het op een sokkel. Geeft het geen eigen museum, zoals het Utrechtse dick bruna huis, maar plaatst het tussen en naast zijn grote voorbeelden. In het – wel wat bescheiden – zaaltje in het Rijks hangt een ontwerp voor een boekomslag: een vrouwenportret van Bruna, opgetrokken uit eenvoudige contourlijnen, direct naast een vrouwenportret, opgetrokken uit eenvoudige contourlijnen, van Matisse.

Dat was z’n grote voorbeeld. Toen Bruna in de jaren vijftig als jongeman in Parijs was voor een uitgeversstage, als beoogde maar onwillige opvolger van het familiebedrijf A.W. Bruna & Zn., hing hij rond in musea en galeries en leerde zo het werk van de latere Matisse kennen. Bruna was onder de indruk van zijn minimalisme. Van de egale vlakken in primaire kleuren, van zijn radicale keuze voor het platte vlak, van de mogelijkheden van die beperking en de rake treffendheid daarvan. „Ik zag Matisse en ik bedacht nijntje”, zijn misschien wel de grootste woorden die Bruna ooit over de invloed van de Fransman sprak – woorden met evenveel gevoel voor eenvoud en doeltreffendheid als Bruna’s beeldtaal.

De invloed van Matisse kan moeilijk overschat worden. Bruna nam bij zijn eerstvolgende baantje als ontwerper van grafische boekomslagen voor zijn vaders uitgeverij de technieken van Matisse over: hij tekende en schilderde én knipte en plakte. Dat jonge werk maakt hier in het Rijks misschien wel de meeste indruk: zó treffend eenvoudig, maar met zó veel gevoel voor detail. Zie het sfeervolle, roze met lila met zwarte omslag van Doctor No van Ian Fleming: een maan, twee palmbomen, drie kleuren, klaar. Zie de nachtelijke zee op het omslag van Het vergeten eiland van John Rowan Wilson – met in spiegelbeeld in het water Bruna’s signatuur ‘dick’. Zie de iconische Maigret-pijp en het Havank-mannetje, in zekere zin voorlopers van nijntje.

Het Rijks toont meer van Bruna’s voorbeelden, zonder dat dat al te grote verrassingen oplevert trouwens. Sommige overeenkomsten liggen zo voor de hand dat je je er bijna over verbaast dat Bruna niet allang in de kunstenaarsrijtjes wordt genoemd: Matisse, Mondriaan, Van der Leck, Bruna. Want natúúrlijk lopen er rechtstreekse lijnen van Mondriaan naar Bruna, met hun gedeelde primaire kleuren, hun minimalisme. Natúúrlijk dienden de kleurvlakken en de grafische vormen van De Stijl, en dan met name Van der Leck, Bruna ter inspiratie.

Willem Sandberg

Geheimzinnig deed Bruna ook nooit over die voorbeelden: in het nijntjeboek nijntje in het museum (1997) bracht hij al onmiskenbare hommages aan zijn artistieke helden. Hij liet zijn konijn langs een fictieve Mondriaan lopen, een vereenvoudiging van een installatie van Alexander Calder bewonderen, en Bruna maakte een schitterende variatie op The Sheaf van Matisse, de compositie van gekleurde vingerplantbladen, door zo’n zelfde compositie van konijnenkopjes te maken.

Dat werk is overigens niet te zien in het Rijks – dat voorbeeld komt uit de catalogus, die misschien nog wel mooiere en steviger argumenten levert voor de stelling dat Bruna in zijn kunstzinnige context gezien moet worden. In het Rijks vind je hoogstens een paar aardige voorbeelden, in de catalogus vind je de treffendste overeenkomsten. Bruna liet zich niet voor niets inspireren door topwerken (die, het is het Rijks vergeven, het moeilijkst in bruikleen te krijgen zijn).

Wel een mooie vondst, en eentje die in het Rijkszaaltje goed in beeld komt, is de invloed van modernistisch ontwerper Willem Sandberg. Zijn keuze voor onderkastletters nam Bruna rechtstreeks over, in zijn genoemde ondertekening én in de typografie van zijn boeken. Sinds jaar en dag dient nijntje zonder hoofdletter geschreven te worden. Maar als we het over Bruna hebben, kunnen we Kunstenaar voortaan met een grote K schrijven.