Kwetsbaar zijn is tegen de regels van het internet

Tv-maker Nicolaas Veul (31) is drie weken non-stop live op internet te zien. Hij wil onderzoeken wat de aandachtscultuur met mensen doet. „We zeggen dat we online ‘delen’, maar eigenlijk zend je iets de wereld in, enkel in de hoop dat je iets terug krijgt.”

Tekst Daan Borrel Foto Merlijn Doomernik

Foto Merlijn Doomernik

Super Stream Me

„Voor onze documentaire Super Stream Me gaan Tim den Besten en ik ons leven drie weken, 24 uur per dag ‘livestreamen’. We hebben kleine cameraatjes op ons lichaam die het beeld rechtstreeks naar een website zenden. Ook zie je onze hartslag live meekloppen, onze gemoedstoestand in grafieken, onze precieze locatie en de route die we de afgelopen drie uur hebben afgelegd. Wat voor mens word je als het leven één grote status-update is? Als iedereen je continu kan bekijken? Door de grens tussen de online en offline wereld volledig te verwijderen, willen we onderzoeken wat de invloed is van de aandachtscultuur op ons. Het gebruik van sociale media groeit, privacy wordt minder – en daar kiezen we zelf voor. Likes boven een privéleven. Paul de Leeuw ‘vlogt’ als hij zit te poepen. Meisjes van elf filmen hun hele verjaardag, presenteren dat alsof ze Paris Hilton zijn en zetten dit op YouTube. In Super Stream Me gaan we vijf stappen vooruit in de toekomst om te reflecteren op ons huidige mediagedrag.”

Navelstaren

„We leven in een narcistische tijd. We zijn gefocust op wie we zijn en op wat we kunnen krijgen, in plaats van op wat we kunnen geven aan anderen. Sociale media is daar niet dé aanjager van, maar het hoort wel bij het grote navelstaren. We zeggen dat we online ‘delen’, maar eigenlijk zend je iets de wereld in, enkel in de hoop dat je iets terug krijgt. Wat blijft er over van menselijk contact als dit al ‘delen’ is? Het gaat alleen maar over ontvangen. Het narcistische ik moet constant gevoed worden met aandacht van buitenaf. Dat hopen we online te vinden, maar daar krijgen we eigenlijk nooit wat we echt willen: liefde. Zoeken we niet naar de verkeerde dingen op de verkeerde plek? Toch doe ik er zelf ook aan mee. Ik ben ook onzeker, wil graag gezien worden. Maar wat zijn de gevolgen? Wat voor wereld creëren we?”

Privacy

„Mensen verklaren ons voor gek dat we drie weken live gaan. Maar het is mijn werk. Ik vind het belangrijk dat je als televisiemaker of journalist de vraag stelt waar je oprecht nieuwsgierig naar bent. Dan moet je niet schromen om zelf met de billen bloot te gaan. Vragen te stellen waar je nog geen antwoord op hebt. Dat is zinnige journalistiek én leuk. Echt zin heb ik er natuurlijk niet in. Maar als ik eenmaal een programma heb bedacht, moet ik het ook doen. Anders vind ik mezelf laf. Ik ben het meest benieuwd of er iets van privacy overblijft in deze drie weken. In wezen wil ik alles laten zien. Ik hoop dat ik open kan blijven, kwetsbaar, ook al is dat tegen de regels van het internet. Maar eigenlijk is alles wat gebeurt, goed. Als we drie weken alleen maar lachen en nooit rukken – ongeloofwaardig dus – is dat ook een goede uitkomst van het experiment. Dan maakt het constant bekeken worden ons tot poppen met obstipatie.”

Publieke televisie

„Die echte nieuwsgierigheid mis ik wel op televisie. Vooral bij jongerenprogramma’s. Presentatoren worden maar bij programma’s gezet en formats zijn meer bepalend dan inhoud. Maar wat zijn de vragen van deze generatie? Hoe kijken we naar de wereld en waarom? Ik probeer publieke televisie te maken: een prikkelend concept dat ook iets zegt over maatschappelijke aannames. Zoals Oudtopia, een driedelige documentaire van Tim en mij waarvoor we vijf weken in een bejaardentehuis woonden. Als maatschappij gaan we ouderdom niet meer aan, we stoppen het letterlijk weg in huizen. Wat gebeurt er als je het weer toelaat? Mensen die ons werk volgen, denken vaak dat ik me buig over de inhoud en dat Tim de lolbroek is. Dat is niet zo, het is een wisselwerking. Ik sta van nature wel minder graag voor de camera dan Tim. Ik voel me op die plek bedrukter, ik ben het gewend om alles achter de camera te bedenken. De eerste keer dat we onszelf filmden – voor onze documentaire Gay-K over de eerste Gaypride in Oekraïne – vond ik vreselijk. Het was uit nood geboren: Er was geen geld voor een cameraman. Maar de stijl werkte precies voor het soort televisie dat we willen maken.”

Klopjacht

„Ik ben nooit zo bang geweest als tijdens die opnames. Tim en ik zouden meelopen met de eerste Gaypride in Oekraïne. We waren met de organisatie. Maar de geheime route was uitgelekt en anti-homogroeperingen waren een klopjacht begonnen. We werden opgejaagd als wild in de stad. Ik dacht dat ze overal vandaan kwamen. We gingen daar best naïef heen; hoe de homorechten in Rusland en Oekraïne liggen was toen nog niet zo overduidelijk als nu. In een interview legde een man ons uit dat homo’s zelfmoord plegen omdat ze zondig zijn. ‘Ik walg van jullie’, zei hij letterlijk. En dat is niet de ideologie van een eenling, zo denken de meesten daar. Toch gaat die documentaire voor mij niet over seksualiteit, maar over hele dappere mensen die ondanks alles op de barricade staan.”

Lekker kontje

„Onze tweede documentaire Een man weet niet wat hij mist gaat wel over seksualiteit. We zien seks als iets wat we consumeren: wie ben ik en wat wil ik in bed? Een lekker kontje, grote tieten. De ‘pornoficering’ heeft invloed op hoe ik seks beleef. Wat kan ik krijgen? Maar een spierbonk is geen garantie voor goede seks. De beste seks heb je als je wezenlijk contact maakt met je bedpartner. Als je juist al die uiterlijkheden kan loslaten. Wie leert je dat nou nog? Niemand. Seksualiteit ontwikkelen we in ons uppie achter de computer.”

Psycholoog

„Tijdens de opnames van Oudtopia werden Tim en ik best depressief. Vijf weken in een bejaardentehuis wonen was een nachtmerrie. Ons energielevel daalde enorm. We zaten in het stramien van dat oudere leven, er gebeurde niets, en tegelijkertijd moesten we een film maken. Ik zag niet in hoe dat ooit zou lukken. Over alles wat ik maak, ben ik eerst heel onzeker. En soms duikt er van die existentiële onzekerheid op. Sociale media helpen daar niet bepaald bij. Facebook drukt op mijn verkeerde knoppen. Mijn psycholoog doet ook mee met Super Stream Me. Ik ga niet bespreken: mijn moeder dit, mijn vader dat. Hij doet mee om een oogje in het zeil te houden en om bepaalde thema’s te bespreken. Bijvoorbeeld hoe ik mij tot aandacht verhoud. Hoewel ik gevoelig ben voor de mening van anderen, kies ik er telkens voor om in de spotlights te staan. Ik kan het wel steeds beter loskoppelen: als ik slecht werk maak, ben ik niet direct een slecht persoon.”

Transgenderkoe

„Tim en ik presenteren samen ook een kinderprogramma, Beestieboys. Het gaat over de liefde van mensen voor dieren en hun bijzondere band. Die is zowel lief als gek als aandoenlijk tot soms ronduit bizar. In een aflevering zit bijvoorbeeld een vrouw die dieren met mankementen adopteert: een blind paard, manke honden, dove varkens en een transgenderkoe. Beestieboys draait veel meer om lol trappen dan mijn andere werk. Nieuwsgierigheid is juist bij kindertelevisie belangrijk. Ik wil geen presentator zijn die een verhaaltje oplepelt. De meeste kinderidolen van tegenwoordig zingen en zijn knap. Ik hoop dat wij laten zien dat de wereld niet alleen famous en shiny is.”