Geen teken van leven meer

Koen Greven in Melilla

Op deze foto, gemaakt in 2014, liep het nog storm aan de grens tussen Marokko en de Spaanse enclave Melilla. Nu zijn de hekken leeg. foto JOSE COLON / AFP

Het is zomer. De stranden bij de Spaanse exclave Melilla liggen vol. En ook bij de grensovergang naar het Marokkaanse Beni Enzar is het een drukte van belang. Jaren achtereen werd de wereld overstroomd met beelden van bungelende donkere mannen op hekwerken. De hekken van Melilla zijn nu leeg. Verlaten. Slechts hier en daar herinnert een stuk afgescheurde kleding eraan dat hier massaal mensen overheen probeerden te klimmen. Maar waar zijn de Afrikaanse vluchtelingen?

Samen met een Marokkaanse freelancefotograaf van persbureau Reuters ga ik op zoek naar de Afrikanen. Mijn collega uit Casablanca heeft in het verleden talloze reportages gemaakt met schrijnende foto’s van hopeloze vluchtelingen. Nadat ze door half Afrika waren getrokken hield de reis op in het noorden van Marokko. Vanaf hoog in de bergen zagen ze dan het Spaanse Melilla liggen. Een stukje Europese Unie in Afrika. Daar moesten ze hoe dan ook voet aan wal proberen te zetten. Dat was genoeg om een asielaanvraag in te kunnen dienen. Dertigduizend vluchtelingen kwamen de voorbije jaren bij Melilla en Ceuta de grens over.

We rijden met een jeep de berg Gurugú op. Ik herken het ruige gebied van de vele documentaires die er over de vluchtelingen zijn gemaakt. Het is snoeiheet. De bossen en struiken zijn verdord. We passeren een kamp van het Marokkaanse leger. Een soldaat kijkt even op als hij ons langs ziet rijden, maar doet verder niets.

Een paar maanden geleden heeft de Marokkaanse politie een plek waar talloze vluchtelingen zich schuilhielden schoongeveegd. De fotograaf wijst op een pad in het bos en stelt dat het vanaf dat punt nog een half uurtje lopen was. Hier en daar liggen nog wat etensresten en wat afval. Maar een teken van leven zien we niet.

De fotograaf verwacht dat er ieder moment vluchtelingen zullen opduiken. Als ze een auto zien snellen ze toe. Maar het blijft stil. Geen enkel teken van leven op de berg waar begin dit jaar nog duizenden mensen woonden. Vanaf hier stormden ze naar beneden in de richting van de hekken van Melilla. Het duurste hekwerk van Europa – het heeft zo’n zestig miljoen euro gekost – was in veel gevallen niet hoog genoeg.

Maar Spanje en Marokko hebben dit jaar de handen ineen geslagen. Ze werken nauw samen in het tegenhouden van vluchtelingen. Spanje heeft 180 extra guardias ingezet en beschikt over een helikopter. Marokko houdt aan de andere kant van de grens alles nauwgezet in de gaten. Slaagt een poging toch, dan zet Spanje ze met een nieuwe wet in de hand terug naar Marokko.

Wel is het aantal Syriërs dat via een speciaal geopend loket asiel aan kan vragen sterk gegroeid. Syriërs zijn daardoor gescheiden van Afrikanen, die vrijwel alleen op illegale wijze de grens kunnen passeren. Medio april vond de laatste grote bestorming van Melilla plaats. Geen van de driehonderd Afrikanen lukte het asiel aan te vragen. Daarna werd het steeds stiller in de bossen.

Begin juli waagden nog eens dertig man een poging. Ze kwamen tot honderd meter van het hek. Illegaal oversteken bij Melilla lijkt nu een kansloze missie te zijn. Er zullen altijd mensen zijn die een poging blijven wagen, maar de grote stroom is in een paar maanden tijd opgedroogd.

Neemt niet weg dat het hoogseizoen is voor de grenswachters bij Melilla. De toestroom komt nu van elders. Duizenden Marokkanen die voor even met vakantie terugkeren naar hun geboorteland. Velen van hen ontvluchtten in het verleden het noorden van Afrika op zoek naar geluk in Europa. Voor hen gaat de grens van Melilla nu gewoon open. Voor anderen is die doorgang nu steviger gesloten dan ooit tevoren.