Frans soepfestijn

Augustus in de Provence. Onder de oude platanen op het dorpsplein worden lange tafels uitgeklapt in het rossige grind en bedekt met meters wit papier. Stapels stoelen worden uit een pick-up geladen en aangeschoven. Een paar mannen bouwen aan een podium, testen spotlights en geluid. Aan elke boom in de wijde omgeving van het dorp prijkt al een week een A4’tje: 14 Aout. 19h30 Soupe au Pistou. 21h30 Spectacle. 23h00 Bal. Réservation obligatoire au Tabac Presse. 18 euro. Vanavond is het feest.

In de kleine keet die de rest van de lange zomer dienst doet als clubhuis van de petanque vereniging staan zes joekels van aluminium pannen te pruttelen op gasgestookte branders. Water, varkensvlees, bonen. De geur van bouillon. En van basilicum. Rijen en rijen planten staan er klaar om tot een scherpe, knoflokerige saus te worden gedraaid. Soupe au pistou zou soupe au pistou niet zijn zonder dit diepgroene elixer dat op het allerlaatst door de hete soep wordt geroerd en die bouillon met groenten, peulvruchten en pasta nog tien keer geuriger en krachtiger maakt.

We zijn er net op tijd bij. Of eigenlijk net te laat, want de Tabac is al gesloten en bij de keet hoor ik „désolé, nous sommes complets”. Maar daar komt net de kapitein van het groepje vrienden dat ieder jaar zo’n soepfestijn organiseert aanlopen. Waar 200 mensen kunnen eten, kunnen volgens hem ook 204 mensen eten en die avond schuiven we aan een van de tafels, onder de gekleurde lampjes die slingeren aan de laagste takken van de platanen.

De pannen soep worden rondgereden in een karretje en met gulle lepels opgeschept in een bric-à-brac aan diepe borden. Eigen servies meenemen, had er op het ticket gestaan. Wijn is er genoeg en nadat we ons tot drie keer toe hebben laten bedienen van de smakelijke stevige soep, krijgen we lokale geitenkaas op plastic wegwerpschoteltjes en een ijsje toe.

Toen moesten het spektakel en het bal nog beginnen.

Janneke Vreugdenhil