‘Eindhoven was al ver voor ons’

De eerste vakantie zonder ouders. Schrijfster/senator Petra Stienen (50) ging naar Den Haag, waar het Vredespaleis diepe indruk op haar maakte.

Petra Stienen (links) op haar achtiende met haar jongere zus bij het Vredespaleis in Den Haag, 1983

1983

„Mijn zusje Ankie en ik waren twee echte Limburgse meisjes: Eindhoven was voor ons al ver. Onze ouders hadden die zomer een huisje gehuurd in Noordwijkerhout en van daaruit reisden Ankie en ik door Noord- en Zuid-Holland. We gingen naar Enkhuizen, waar we het Zuiderzeemuseum bezochten, we maakten een rondvaart door de grachten van Leiden en in Den Haag bezochten we het Vredespaleis. Ook stapten we op een dag willekeurig een trein in om op de bonnefooi ergens naar toe te reizen. Dat was geen succes; we waren in een stoptrein beland en schoten helemaal niets op.

„Ons bezoek aan het Vredespaleis was voor mij een hoogtepunt van de vakantie. Ik was al vanaf heel jong bezig met wat er in de wereld gebeurde: op mijn vierde wilde ik al de spoorlijn oversteken naar de andere kant van Roermond. Op de middelbare school zat ik in een dialooggroepje waar we onder leiding van een pater discussieerden over ontwikkelingen in de wereld. Ik was geïnteresseerd in politiek en van Den Haag ging een magnetische aantrekkingskracht uit. Het Vredespaleis maakte diepe indruk op mij. Een gebouw waar mensen over wereldvrede spraken, ik wist niet dat dat bestond.

„Hoewel we elke avond netjes terugkeerden naar Noordwijkerhout, ervoeren Ankie en ik onze tienertoer als heel avontuurlijk. Het was voor ons, Limburgse meisjes, net alsof we in het buitenland waren. Thuis spraken we Limburgs, ik heb tot mijn zesde nauwelijks anders gesproken, maar opeens moesten we ‘Hollands’ praten. We waren voor ons gevoel echt een grens overgegaan. Als we bij het verlaten van een winkel op zijn Limburgs ‘haije’ riepen, werden we raar aangekeken. Voor ons was dat beleefd, maar de mensen begrepen duidelijk niet wat wij ermee bedoelden.

„Ik hield van boeken en las veel; mijn zus Ankie, die twee jaar jonger was dan ik, was meer van de lol en het plezier. Nadat we het Vredespaleis hadden bezocht, wilde zij naar het strand. Ondanks onze verschillen was het heerlijk om samen te reizen. We waren echte ‘bep-zussen’, raakten niet uitgepraat en hadden altijd dikke pret. We vonden het spannend om samen dingen te ontdekken zonder ouders. Voor het eerst waren we alleen op stap en konden we zelf bepalen waar we heen gingen.

„Ik was achttien jaar en net uit mijn ei gekropen. Ik was een nieuwsgierige tiener en ik droomde ervan om weg te gaan uit Nederland. De knop van mijn nieuwsgierigheid werd die zomer helemaal opengedraaid. Tijdens mijn bezoek aan Den Haag kreeg ik het gevoel dat het raam naar de wereld openging.”

2015

„Deze zomer is voor mij de zomer van het reizen. Vorig jaar werkte ik hard aan mijn boek, dit jaar trek ik erop uit. Ik ben naar IJsland en Londen gereisd, heb veel in Limburg gezeten en ik ben met mijn dochter twee weken naar Libanon geweest voor Action for Hope, een cultureel project voor Syrische vluchtelingen. We hebben als vrijwilligers meegedraaid bij activiteiten van deze organisatie in de Bekaa vallei.

„Je moet vluchtelingen niet alleen praktische hulp bieden, je moet ze ook op hun menselijkheid aanspreken. Het is wonderbaarlijk om te zien hoeveel veerkracht deze mensen hebben. Ik heb vrouwen gesproken die zeiden: ‘Ik ben alles kwijt, maar ik heb mijn stem ontdekt. Nu durf ik op een toneel te staan’.

„Ik was indertijd diplomaat in Damascus en mijn dochter heeft tot haar vijfde op een Syrische kleuterschool gezeten. Ik vind het belangrijk om haar dit te laten zien. Vluchtelingen verdienen een menswaardig bestaat, niet alleen in Libanon, maar ook daarbuiten.”