‘Een scheiding remt de ontwikkeling van een kind’

Dit zei scheidingsonderzoeker Ed Spruijt in NRC Handelsblad

Illustratie Robin Héman

De aanleiding

Het aantal echtscheidingen is de afgelopen decennia fors gegroeid, schreef NRC Handelsblad afgelopen woensdag. Dat is voor de ouders misschien een opluchting, maar de kinderen zijn de klos, aldus scheidingsonderzoeker Ed Spruijt in het artikel. Een scheiding leidt namelijk vaak tot stress en dat remt de ontwikkeling van het kind. Klopt het dat een scheiding zulke negatieve effecten heeft?

Waar is het op gebaseerd?

Spruijt deed zelf onderzoek naar de effecten van scheidingen op kinderen. In zijn Handboek scheiden en de kinderen staat een onderzoek onder 7.700 kinderen, van wie er 1.400 gescheiden ouders hadden. Hieruit bleek dat kinderen van gescheiden ouders lager scoren op het gebied van welbevinden en hoger op depressie en delinquentie. Bij tweederde van hen is het effect tijdelijk, bij eenderde langdurig.

En, klopt het?

We pakken om te beginnen Spruijts boek erbij. Er staat een tabel in waarin wordt aangegeven hoe hoog kinderen scoren op de factoren welbevinden, agressie, angst en depressie. De resultaten zijn duidelijk: kinderen van gescheiden ouders scoren hoger op agressie, angst en depressie, en lager op welbevinden. Bij een groot deel van de kinderen trekt dit later weer bij, maar uiteindelijk houden kinderen van gescheiden ouders ongeveer dubbel zoveel problemen als kinderen uit intacte gezinnen.

Volgens Spruijt spelen drie ‘risicofactoren’ hier een rol: de mate van ouderlijke ruzie, het aantal bijkomende veranderingen voor kinderen en de frequentie van het contact met de uitwonende ouder. De mate van ruzie is de belangrijkste risicofactor, benadrukt Spruijt.

Dat blijkt inderdaad als we nog eens kijken naar de tabel. Er is namelijk een groep die er nog slechter aan toe is dan de kinderen van gescheiden ouders: de kinderen uit intacte gezinnen waarin veel ruzie wordt gemaakt. Zij scoren het hoogst op agressie, angst en depressie en het laagst op welbevinden. Veel ruzie in intacte gezinnen is voor kinderen nog nadeliger dan het hebben van gescheiden ouders, schrijft Spruijt. ‘Kinderen die na een conflictueuze scheiding in rustiger vaarwater terechtkomen, gaan er soms duidelijk op vooruit.’

Het Onderzoek Gezinsvorming van het CBS uit 1998 trok een vergelijkbare conclusie. Kinderen uit ruziënde tweeoudergezinnen vertonen later hetzelfde gedrag als kinderen van gescheiden ouders, concludeerde het onderzoek: ze belanden bijvoorbeeld later zelf vaker in een scheiding dan kinderen uit niet-conflictueuze gezinnen.

Een meta-analyse analyse van verschillende onderzoeken op dit gebied die het Tijdschrift voor Psychiatrie in 1993 publiceerde ging zelfs nog verder: het stelde dat het welzijn van kinderen uit gescheiden gezinnen groter was dan dat van kinderen in volledige gezinnen met ernstige conflicten.

Een recenter grootschalig onderzoek, uitgevoerd door de Amerikaanse Montclair State University in 2010, stelde dat kinderen van ruziënde ouders later zelf vaker in een scheiding belanden dan kinderen van gescheiden ouders. Ook hier was de conclusie dat een scheiding vaak beter uitpakt voor kinderen dan een jeugd in een conflictueus gezin.

Conclusie

Dat kinderen van gescheiden ouders vaker problemen hebben dan kinderen uit intacte gezinnen, blijkt uit meerdere onderzoeken. Ze zijn bijvoorbeeld vaker depressief en hebben een hoger eigen scheidingsrisico. Maar uit de literatuur blijkt ook dat met name de ruzies tussen ouders deze problemen veroorzaken. Kinderen uit intacte gezinnen waarin veel ruzie werd gemaakt zijn er vaak nog slechter aan toe.

We beoordelen de uitspraak als waar, maar wel met een kanttekening: strikt genomen is het niet in de eerste plaats de scheiding, maar de sfeer daaromheen die zorgt voor schade.