Column

De orde die Poetin voor zich ziet

Door alle aandacht voor de slag bij Waterloo is een andere herdenking een beetje ondergesneeuwd: die van het Weense Congres (1815). Dat is jammer, en niet alleen om historische redenen. Want dit vredescongres, dat duurde van najaar 1814 tot juni 1815, heeft alle relevantie voor de geopolitieke ontwikkelingen van nu.

Het schiep destijds een nieuwe orde in Europa, waarin de grootmachten na de eerste Napoleontische oorlog de landkaart ingrijpend hertekenden. Ze spraken af dat ze voortaan op basis van gelijkheid zouden beslissen over strategische ontwikkelingen op het continent.

Het was de eerste Europese top, zeg maar. Hoewel de kleine landjes wel deelnamen – er waren 200 delegaties, wat de Oostenrijkse keizer een fortuin kostte – maar buiten de besluitvorming werden gehouden. Tweehonderd jaar later, probeert Poetins Rusland dit Europa weer op te trekken.

Men zegt weleens dat Poetin snakt naar de Sovjet-Unie. Misschien. Wat hij vooral terug lijkt te willen, is de gedeelde hegemonie met andere grootmachten. Poetin spreekt altijd positief over het Weense Congres en de relatieve stabiliteit die er het gevolg van was. Het was nog gaande toen Napoleon uit ballingschap op Elba ontsnapte en Frankrijk heroverde, om vlak na de Weense slotverklaring zijn Waterloo te vinden. Daarna waren er in Europa wel oorlogen – zoals de Krimoorlog (1853-’56) of de Frans-Duitse van 1870, maar geen megaoorlogen die het continent destabiliseerden.

Militair en politiek was er een machtsevenwicht tussen Rusland, Groot-Brittannië, Frankrijk, Pruisen en Oostenrijk. Die hadden uiteenlopende belangen en politieke systemen, maar hun gedeelde afkeer van de (gevolgen van) de Franse revolutie hield Europa uiteindelijk in balans.

Zo controleerden een paar grote landen het continent. Belangen van de kleintjes werden alleen in overweging genomen als het de groten uitkwam. Honderd jaar lang hield deze orde min of meer stand, tot de Eerste Wereldoorlog, toen Europa weerzinwekkend uit de rails liep.

Het huidige naoorlogse Europa is een reactie op dit Europa van de grootmachten. De EU is geënt op het omgekeerde: democratie, onschendbaarheid van grenzen en gelijkheid van grote en kleine landen. In de praktijk loopt het weleens anders, maar wat telt is dat iedereen deze principes met de mond belijdt en probeert na te leven.

Dit is niet de wereld van president Poetin. Hij vindt westerse maatschappijen „decadent” en heeft, erger in zijn ogen, op dit Europa geen greep. Hij wil de oude status quo terug, met andere waarden en eigenschappen: nationalisme, militarisme en een sleutelrol voor religie. In toespraken verwijst hij vaak naar het Weense Congres en naar Jalta, de vredesconferentie na de Tweede Wereldoorlog waar Rusland ook prominent aan tafel zat.

In november 2014 onthulde Poetin een standbeeld van tsaar Alexander I, die destijds Napoleon versloeg en een hoofdrolspeler was op het Weense Congres. Lees Vienna 1814; How the Conquerors of Napoleon made Love, War, and Peace van David King, en zie hoe de tsaar en de Oostenrijkse prins Metternich elkaar zelfs schaakmat zetten door er met elkaars maîtresses vandoor te gaan.

Het Weense Belvedère had eerder dit jaar een tentoonstelling over het Congres: schilderijen, documenten en objecten in een magnifiek paleis. Maar tekst en uitleg ontbraken grotendeels. Alsof de curatoren trots waren dat Wenen destijds zo’n sleutelrol speelde, maar zich geen raad wisten met de boodschap. De oude machtspolitiek van een paar grote landen die in hun eigen invloedssferen deden waar ze zin in hadden, vinden wij Europeanen nu gênant. Poetin snakt ernaar. De kloof kon moeilijk groter zijn.