De bontoorlog gaat door

Foto Thinkstock

Het is niet zo moeilijk in de Brabantse Peel een nertsenfarm te vinden waar dierenactivisten onlangs stiekem foto’s hebben gemaakt. Vele honderden, misschien wel duizenden nertsen piepen en krijsen in kleine hokken langs een provinciale weg. De gefokte dieren leiden een weinig benijdenswaardig bestaan. De massaliteit maakt het er ook niet pittoresker op. Maar zijn de nertsen in grote aantallen verwond of ziek door onderlinge agressie, automutilatie en stereotype gedrag zoals aanhoudend slaan met de kop tegen de wand? Leven ze tussen stervende of dode soortgenoten? Daar lijkt het niet op.

Tussen de kooien rijdt de eigenaar van het nertsenbedrijf met een wagentje en spuit met een slang op elke kooi een bruingrijze kwak eten, een dikkige pap, om daarna vanachter het hek te vernemen dat een journalist hem behoorlijk schokkende foto’s en films wil laten zien die actievoerders onder meer hier tot twee keer toe ’s nachts hebben gemaakt. Foto’s van nertsen met vele centimeters diepe wonden, kale of aangevreten staarten, bebloede koppen, een enkele nerts dood. Nee, daar heeft de eigenaar geen behoefte aan. Het enige wat hij erover wil zeggen is dat het, in het algemeen, onmogelijk is dieren te houden zonder dat er ooit een dier ziek is of sterft. Net als bij mensen. En hebben mensen hier stiekem gefilmd? Dat is dan toch lokaalvredebreuk?

Nee, de nertsenhouders in Nederland willen niet reageren op wat zij beschouwen als illegaal verkregen materiaal van actiegroepen die de nertsenhouderij in Nederland, met tweehonderd vestigingen goed voor vijf miljoen pelzen per jaar die gemiddeld bijna vijftig euro per stuk opbrengen, kapot willen maken. Het is bovendien „niet correct”, zegt Wim Verhagen, directeur van de Nederlandse Federatie van Edelpelsdierhouders, dat dit materiaal wordt gepubliceerd enkele dagen voor een belangrijke rechtszaak over een eerder door het kabinet afgekondigd verbod op de pelsdierhouderij. „Dat activisten die foto’s en films op een en of andere website zetten, moeten zij weten. Maar ik begrijp niet dat uw krant zich hiervoor laat gebruiken.” Wel wil Verhagen gezegd hebben dat als de films en foto’s zieke of gewonde dieren tonen, dit niet bewijst dat het welzijn van de nertsen in het geding is. Het kunnen niet anders dan selectief gekozen beelden zijn. „Als je in een ziekenhuis gaat filmen, zul je ook weinig gezonde mensen zien.”

Onrechtmatige wet

De politiek probeert al jaren de nertsenhouderij in Nederland te verbieden. Om ethische redenen, namelijk dat het onwenselijk is dieren uitsluitend te houden voor hun vacht. Bijna twee jaar geleden was het zover. Er kwam een wet, ingediend door PvdA en SP, met een verbod op nieuwe bedrijven; bestaande bedrijven mochten nog tien jaar bestaan. Maar de nertsenhouders stapten naar de rechter en die verklaarde de wet onrechtmatig, in strijd met het Verdrag voor de Rechten van de Mens, vooral vanwege het ontbreken van een schadeloosstelling, en stelde de wet buiten werking. Donderdag dient het hoger beroep van de staat tegen die uitspraak in Den Haag.

In de aanloop naar de rechtszaak zijn actievoerders een nieuw offensief begonnen. Een groep die zich ‘Ongehoord’ noemt, maakte enkele jaren geleden stiekem beelden van zieke en gewonde varkens. „Omdat de vleesindustrie ontworpen is om winst te maken, worden de dieren behandeld als machines”, aldus een rapport over het ‘undercover onderzoek naar de Nederlandse veehouderij’. Nu zijn de nertsenhouders aan de beurt. „Er is weinig bekend over de nertsenhouderij in Nederland. Dat is absurd als je dat vergelijkt met wat er aan onderzoek naar koeien en varkens wordt gedaan”, zegt Johan Boonstra van Ongehoord. „Daarom is ons onderzoeksteam op pad gegaan en heeft verschillende bedrijven bezocht. We hebben niet het gevoel dat we iets fout hebben gedaan, want de deuren van de stallen stonden gewoon open. Wat we aantroffen, waren nertsen die veelal stereotype gedrag vertonen en onderlinge agressie. En het gaat niet om bedrijven zoals van een oud mannetje dat in een vervallen schuur wat nertsen heeft. Het is de top van de industrie, multinationals die de beste vachten produceren.”

De actiegroep heeft voor voor deze campagne samenwerking gezocht met Bont voor Dieren. Directeur Nicole van Gemert is blij met de foto’s en films. „Het is ons nooit gelukt om deze beelden te maken. Het is de best georganiseerde sector van Nederland, die elke nieuwsgierige alleen maar een modelboerderij laat zien. Nertsenhouders willen salonfähig zijn.” Dat de beelden het leed van dieren tonen, verrast haar niet. „Nertsen zijn niet te houden. Het zijn wilde dieren. Je kunt welzijnsregels opstellen. Die zijn niet streng en worden ook heel slecht gehandhaafd en gecontroleerd. Deze sector heeft een status aparte binnen Europa. Maar zelfs al zouden er strenge regels zijn die worden nageleefd, dan nog is het is eenvoudiger de bontindustrie om ethische redenen te verbieden. De meeste Nederlanders willen geen bont.”

De website van actievoerders heet www.dutchfur.nl en heeft als motto ‘Koop geen dierenleed. Boycot bont.’ Het meeste bont, zeggen Van Gemert en Boonstra, wordt gedragen door zeer rijke Nederlanders, „het PC Hooftpubliek”, en jongeren die graag pronken met hun rijkdom. Van Gemert: „Veel Marokkaanse jongeren denken: hoe groter de kraag, hoe beter.” Boonstra: „Niet alleen Marokkanen. Veel meer jongeren. De hiphopcultuur met blingbling.” Mensen die bont dragen, denken volgens Van Gemert vaak dat het nep is. „Als we vertellen dat het echt bont is, schrikken ze vaak.”

Regels voor het spenen

De nertsenhouders verdedigen zich. Het welzijn van de bijna zes miljoen nertsen in Nederland is de afgelopen jaren sterk verbeterd, zeggen ze. De dieren hebben sinds de jaren negentig van de vorige eeuw zestig procent meer ruimte gekregen, stelt federatiedirecteur Verhagen, om precies te zijn 2.550 vierkante centimeter vloeroppervlak per moederdier, al dan niet met twee jongen, en 850 vierkante centimeter per extra dier. „Stelt u zich eens voor dat bijvoorbeeld scholen en ziekenhuizen in korte tijd zestig procent meer ruimte per leerling of patiënt moeten maken.” De afgelopen tien jaar hebben de nertsenhouders bovendien het voederregime verbeterd, de regels voor het spenen verscherpt, en zijn de kooien verrijkt met strooisel en met plateaus waar de nertsen op en af kunnen klimmen. „Tegen al deze regels hebben we ons nooit verzet, want voor nertsenhouders is een license to produce heel belangrijk.”

Hoe wrang is het dan, aldus Verhagen, dat op het moment dat al die verbeteringen waren doorgevoerd, de Haagse politiek besloot het over een andere boeg te gooien en de pelsdierhouderij te verbieden. Verhagen: „De argumenten deugen niet. Wij zien geen enkel verschil tussen het houden van dieren om hun pels of om hun vlees of melk of voor de sport. Het gaat erom dat ondernemers zich houden aan de regels voor welzijn, gezondheid en milieu. De overheid moet niet discrimineren.”