De beurs is een onduidbaar fenomeen

Wat is er aan de hand op de beurs? Het is een vraag die in een week als deze overal klinkt. De aandelenkoersen daalden maandag aanvankelijk fors om daarna weer vrolijk te stijgen. Analisten, economen en andere kenners van de markt moesten twee keer aan de bak. De eerste keer om uit te leggen waarom de beurzen wereldwijd daalden, de tweede keer om uit te leggen waarom ze weer stegen.

Het mooiste zijn de praatjes die daarbij horen – de analisten en marktvorsers die het achteraf met veel branie voorspellen. Zo was het begin deze week „heel logisch” dat deze correctie er kwam. Aandelenkoersen zijn al een tijd hoog in verhouding tot de echte economie; tot bedrijfswinsten en groei. Bovendien waren er zorgen over China: daar barstte deze zomer een zeepbel in de aandelenkoersen en nu is de vraag of dit het einde is van de uitbundige groei van de Chinese economie die we gewend zijn.

En om het nog erger te maken: de tovertrucs van centrale banken zijn op. De rente is laag, geld is in de economie gepompt, de redders van de financiële markten zijn uit-gered.

Akkoord, klinkt goed, maar waarom zijn de koersen dan nu toch weer gestegen? Eeeh, ja waarom?

De waarheid is dat het moeilijk is te zeggen waarom de beurzen reageren zoals ze reageren. De markt is te groot, zowel het geld dat erin omgaat als het aantal mensen en instellingen dat erop handelt. Wie verkoopt waarom? Hoe kom je daar achter? Om het een zweem van logica te geven, houden mensen er achteraf verhalen bij. En die verhalen klinken altijd als bezweringen. Dit is geen beest, die markt, dit is een logisch handelend wezen. Maar de markt is even zo vaak al beschreven als een grillig en humeurig type van wie geen chocola te maken valt.

Er waren ook analisten die de koersdalingen begin deze week direct afdeden als „overdreven paniek” of zeiden: „Laten we even afwachten wat de beurs de komende dagen doet.” Dat is ook mijn regel: als de beurzen meer dan drie dagen achter elkaar dalen met meer dan 5 procent, dan is er echt wat aan de hand. Ik heb te vaak gezien dat de beurzen na te zijn gekelderd zich weer herstelden alsof er nooit paniek geweest was. Maar ook dat is een veel te grove regel waar zonder twijfel veel op af te dingen valt.

Wie de beurs wil begrijpen, tast in een donkere kamer, nog steeds. Probeer maar eens een verklaring te vinden voor waarom dit soort paniekerigheid op de beurzen vaak plaatsvindt in de herfst. Die is er niet. Er zijn theorieën, maar die houden geen stand. Daarom eindigen verklaringen altijd met emotie, kuddegedrag en psychologie. Een black box dus.

Je kunt hoogstens een voorlopige puzzel leggen in de volle wetenschap dat waarschijnlijk veel stukjes ontbreken. De Britse krant Financial Times zocht vrijdag na de stijging van de koersen een verklaring voor de aanhoudend hoge verhouding tussen de koersen en de winsten van bedrijven op de Amerikaanse aandelenbeurs. Waarom blijven de koersen zo hoog? In de herfst van vorig jaar waren daar ook al zorgen over: een correctie was onvermijdelijk. Die kwam er ook in oktober, even, om daarna weer als sneeuw voor de zon te verdwijnen. De Financial Times ziet een mogelijk antwoord in de oorsprong van de vraag naar aandelen: die komt opvallend veel van bedrijven zelf. Bedrijven kopen de laatste jaren veel eigen aandelen op. De vraag naar aandelen vanuit bedrijven is zelfs groter dan van beleggers. Interessant, maar zoals gezegd: puzzelstukjes.

Het is misschien een troost voor wie altijd met rode oortjes luistert naar beursduiders, voor wie denkt de enige te zijn die het niet begrijpt: niemand weet echt wat er aan de hand is. We doen maar een intelligente slag in de lucht.