Alleen zondaars ooit sneller dan Schippers

Na hun nederlaag op de 200 meter keken de Jamaicaanse sprintsters verbijsterd naar de supersnelle blanke vrouw uit een nederig atletiekland.

Dafne Schippers op weg naar de overwinning in de finale van de 200 meter op het WK in Beijing. Rechts de winnares van het zilver, de Jamaicaanse Elaine Thompson. Foto How Hwee Young/EPA

Het was de avond van Dafne Schippers. Het was de avond van de verwondering over een Nederlandse wereldkampioen op de 200 meter. Maar het was in Beijing vooral de avond van haar sensationele eindtijd: 21,63 seconden, de vierde tijd aller tijden, achter Florence Griffith-Joyner (21,34 en 21,56) en Marion Jones (21,62), helaas voor Schippers twee Amerikaanse sprintsters met een dopingverleden.

Die besmette historie plaatste haar prestatie vrijdagavond voor de internationale pers in een dubieus daglicht. Een blanke sportvrouw uit het nietige atletiekland Nederland, die de gevestigde orde verslaat, hoe kan dat? Nou, heel simpel, riposteert Schippers telkenmale: ik heb een talent voor sprinten en jullie kunnen me geloven of niet maar ik ben clean. Om daar standaard aan toe te voegen dat ze intensief op doping wordt getest, waaronder zo’n zestig keer per jaar met ‘vliegende controles’ aan huis.

Schippers voelt zich het slachtoffer van een jarenlange dopingcultuur in de atletiek. Zij wil zich niet verdedigen voor het bedrog van haar foute voorgangers. Daar wordt de 23-jarige atlete, plat gezegd, doodziek van. Of woedend als haar de zoveelste dopingvraag wordt gesteld. Het steekt Schippers als haar prestatie niet naar waarde wordt beoordeeld.

Gelukkig voor de nieuwe wereldkampioene ontbreekt die argwaan bij haar concurrenten, die voornamelijk uit Jamaica komen. Die lijden onder Schippers’ snelheid en hebben geweldig de pest in als zij worden verslagen door een blanke. Hoewel in de genetica nooit is bewezen dat zwarte vrouwen beter kunnen sprinten, vinden zij dat van zichzelf wel.

Blanke sprintsters worden doorgaans meewarig bekeken. Vrijdag kwam daar een mengeling van schrik en frustratie voor in de plaats. Vandaar dat de Jamaicaanse nummers twee en drie, respectievelijk Elaine Thompson en Veronica Campbell-Brown, na de finish zo afstandelijk reageerden. Er kon voor Schippers amper een felicitatie af. Ze hadden verloren van een blanke vrouw uit een nederig atletiekland, en dat is even slikken een jaar voor de Spelen in Rio.

Schippers zit daar niet mee. Zij vierde haar feestje nog op de baan met trainer Bart Bennema, haar ouders en haar broer, om vervolgens linea recta in de catacomben van het Vogelnest de dokterskamer op te zoeken. Haar bijna bovenmenselijke inspanningen maakten Schippers misselijk en duizelig, een reactie die bij haar vaker voorkomt. Na een kwartier rust was ze hersteld en kon ze de talrijke vragen van journalisten beantwoorden. Want dat is het neveneffect van een wereldtitel sprint: heel veel interviews.

De centrale vragen: Hoe kan het? Waarom bleef haar sprinttalent zo lang verborgen in de zevenkamp, het onderdeel waarop Schippers twee jaar geleden op de WK in Moskou nog brons won? Ze is in buitenlandse ogen vooral een mysterie. Tenzij verslaggevers goed hebben opgelet. Dan hadden zij geweten dat Schippers bij uitstapjes naar de sprint al supersnel had gelopen. Maar de Utrechtse atlete kon geen afscheid nemen van haar geliefde meerkamp.

Pas vorig jaar, toen ze op aandringen van haar coach op de EK in Zürich bij wijze van proef voor de sprint had gekozen, en zowel de 100 als 200 meter won, pas toen wist Schippers: ik ben een sprintster. Het kostte vervolgens nog een jaar om haar scheiding door te zetten. Nog geen drie maanden geleden maakte ze haar nieuwe liefde op een persconferentie officieel bekend. De rest is historie.