Wet die toezicht moet verbeteren, leidt juist tot kwaliteitsverlies

beeld NRCQ

De wet die sinds 2013 de kwaliteit van het toezicht op publieke instellingen in onder meer onderwijs, zorg en volkshuisvesting moet verbeteren, slaagt daarin slechts ten dele. Sterker nog: in sommige opzichten vermindert het de kwaliteit juist. Dat blijkt uit een rapport van toezichtspecialist en hoogleraar Goos Minderman en onderzoeker Sjors van den Berg dat woensdag wordt gepresenteerd.

Het rapport is opgesteld in opdracht van het Nationaal Register. Met zo’n 1.500 kandidaten is het Nationaal Register een van de grootste recruteerders van toezichthouders in de publieke en private sector. Ook financiert het Register opleidingen en trainingen om de kwaliteit van toezicht te verbeteren.

Enkele vragen uit de enquête van Minderman en Van den Berg:

De wet, destijds gemaakt door SP-Kamerlid Ewald Irrgang, was een antwoord op een reeks van affaires in het openbaar bestuur. Het regende schandalen rond woningbouwcorporaties als Vestia en Rochdale, zorginstelligen als Meavita, MBO-instelling Amarantis en het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). In alle gevallen bleek het toezicht tekort te hebben geschoten. Toezichthouders werden neergezet als zakkenvullers en baantjesjagers, die elkaar de bal toespeelden en voor zichzelf en hun vriendjes goed betaalde toezichtsfuncties regelden. En daar vervolgens ook nog eens amper tijd aan besteedden.

Om te voorkomen dat politici en andere bestuurders twintig of zelfs dertig bijbanen nog langer aan elkaar konden rijgen, kwam er een strenge limiet. Vijf toezichtsfuncties, niet meer. Het getal kwam uit het bedrijfsleven. Daar was tien jaar eerder al eenzelfde limiet afgesproken, al was dat in een code vastgelegd (Code Tabaksblat) en niet in een wet.

In de nieuwe wet-Irrgang telde een voorzitterschap van een raad van toezicht dubbel. Het werd immers ook twee keer zo goed betaald. Daardoor zit zo’n toezichthouder sneller aan zijn of haar wettelijk maximum. Het gevolg is dat toezichthouders met gebleken voorzitterskwaliteiten, minder vaak kunnen meedingen naar een voorzittersvacature.

Door dit alles blijft veel toezichtpotentieel onnodig onbenut, stellen de onderzoekers, terwijl het belang van goed toezicht alleen maar is toegenomen:
<blockquote”De samenleving lijdt schade door een groep mensen die veel kan en veel weet, van zich af te duwen.”

Minderman en Van den Berg spreken van “expliciet kwaliteitsverlies” voor het publiek toezicht. De twee enqueteerden ongeveer 500 toezichthouders uit alle grote publieke sectoren. Met twintig van hen hielden ze een drietal rondetafelgesprekken.

Zij adviseren verantwoordelijk minister Ard van der Steur (VVD, Veiligheid en Justitie) om meer uitzonderingen op de wet mogelijk te maken. Publieke instellingen moeten de mogelijkheid krijgen uit te leggen waarom hun voorzitter meer dan de toegestane vijf punten heeft. Ook beroepscommissarissen zouden op die manier meer armslag moeten krijgen. Van der Steur komt komend najaar met een eigen evaluatie van wet.