Column

Vanwege de woede

Vertwijfeld zoeken scenarioschrijvers, regisseurs en filmproducenten vaak naar een origineel verhaal voor hun nieuwe film, maar niemand kwam op het idee dat de 41-jarige Vester Lee Flanagan, alias Bryce Williams, deze week in Virginia ten uitvoer bracht. Synopsis: ontslagen tv-reporter wreekt zich met een dodelijke aanslag op twee collega’s tijdens een live-uitzending.

Wat zou er gebeurd zijn als iemand het wél had bedacht? Het zou in de prullenbak zijn beland bij al die andere, te ongeloofwaardig geachte plots.

Toch is het helemaal niet zo onwaarschijnlijk dat zich op de werkvloer een conflict ontwikkelt met dramatische gevolgen. Het is bij uitstek de plek waar talenten, ambities en ego’s botsen. Wie daar iets wil bereiken moet soms het gevecht met collega’s durven aangaan. Flanagan mislukte er, hij - zwart en homoseksueel - voelde zich gediscrimineerd en kreeg ontslag na een reeks van incidenten.

Uit de getuigenissen rijst het beeld op van een recalcitrante man, voortdurend in conflict, eeuwig verongelijkt. Toen hij eerder dit jaar bij het regionale tv-station WDBJ werd ontslagen, moest hij door de politie uit het gebouw worden verwijderd. Wraak was een gerecht dat je ook best warm kon eten, vond hij kennelijk, en dus ging hij op pad om twee collega’s in koelen bloede dood te schieten, terwijl hij er video-opnamen van maakte.

Hoeveel werknemers vóór hem hebben niet dergelijke moordfantasieën gekoesterd zonder ze te realiseren? Ik herinner me het boek Working uit 1974 van de radiojournalist Studs Terkel, waarin hij een aantal Amerikanen over hun werk interviewt. Daarin vertelt ene Charlie Blossom, 24 jaar en kind uit een upper-middle-classgezin, hoe hij mislukte als copy boy, een soort manusje van alles, op een krant in Chicago. Hij wilde het liefst journalist worden, maar hij was een rare, dwarse man en kwam er niet aan te pas.

„Ik had fantasieën dat ik op de krant met een machinegeweer binnenkwam en ze overhoop schoot. (…) Met een geweer het kantoor van de chef binnenlopen en zeggen: ‘Oké, wat vind je van je eigen dood?’ Ze met messen in repen snijden, dergelijke fantasieën.” Het zou hem voldoening hebben gegeven „vanwege de woede die ik voor deze kerels voel”.

Flanagan probeerde nog een ideëlere dimensie aan zijn daad te geven. In een faxboodschap schreef hij: „Waarom deed ik dit? Ik was er al langer dichtbij. De moorden in de kerk gaven de doorslag. De initialen van de slachtoffers zijn op de kogels geschreven.” Hij doelde op de aanslag op zwarte kerkgangers in Charleston.

Ik zag op internet een compilatie uit zijn werk als tv-reporter. Een gezette, energieke, ernstige man, goed van de tongriem gesneden – zo te zien een competente verslaggever. De compilatie begint, achteraf bezien, wat ongelukkig: Flanagan laat een geweer zien en zegt erbij dat justitie bezorgd is. Verder gaat het even over bankovervallers, maar hij behandelt ook gewone human interest.

De televisiemoord, noemde een krant het, maar je kunt inderdaad beter spreken van de sociale-mediamoord, zoals correspondent Guus Valk in deze krant deed. De moord was weliswaar live op de tv te zien, maar werd door de dader op de sociale media uitgevent – en hoe. Daarna sloeg hij de hand aan zichzelf. Als hij daar nog een selfie van had gemaakt, zou zijn actie compleet zijn geweest, maar dat was technisch vermoedelijk nog te moeilijk.