Stalins persoonlijke revolutie

In het Rusland van Poetin vindt een rehabilitatie van Stalin plaats als de man die het land moderniseerde in de 20ste eeuw. Historicus Chlevnjoek laat in een genuanceerde biografie zien dat de vozjd Rusland slechts rampspoed bracht.

Stalin hield ‘ongetwijfeld’ van zijn vrouw en hun kinderen. Zazzle

Stalin. De biografie begint met het begin van het einde. Als Stalin in de vroege ochtend van 1 maart 1953 na het zoveelste drinkgelag met getrouwen in zijn kolossale datsja even buiten Moskou afscheid neemt, is de oppermachtige heerser van de Sovjet-Unie slechts licht beschonken. Maar de volgende dag laat de vozjd (leider) geheel tegen zijn gewoonte in helemaal niets van zich horen of zien. Pas ’s avonds ontdekken zijn lijfwachten, die de hele dag niet bij Stalin naar binnen durfden te gaan, dat hij op de nat geworden grond in de ‘kleine eetkamer’ ligt.

Wat volgt is het bizarre einde van Stalins leven dat vier dagen in beslag nam. Sovjetleiders die ook Stalins woonverblijf niet binnen durven te gaan en dit slechts na een collectief besluit getweeën en met de nieuwe, krakende schoenen in de hand doen, artsen die pas op 2 maart vaststellen dat Stalin, anders dan de partijleiders dachten, niet gewoon slaapt maar een beroerte heeft gehad en uiteindelijk de intreding van de dood op 5 maart vlak nadat hij omineus zijn linkerhand heeft opgeheven – Oleg Chlevnjoek (1959) beschrijft het allemaal gedetailleerd.

Bijzonder is vooral de wijze waarop hij dit doet. Het verhaal over de opkomst van de Georgiër Josif Djoegasjvili (1878-1953) en zijn langdurige en desastreuze heerschappij als leider van de Sovjet-Unie heeft hij gelardeerd met hoofdstukken die beginnen met een gebeurtenis tijdens Stalins laatste dagen. Die zijn vervolgens het begin van beschouwingen over Stalins vrouwen, kinderen en andere aspecten van zijn persoonlijk leven. Zo heeft Chlevnjoek de saaiheid weten te voorkomen die chronologische levensbeschrijvingen eigen is.

Labiel

De Russische historicus Chlevnjoek – hoofdmedewerker van het Russisch staatsarchief – maakt al twintig jaar studie van het stalinisme. Hij heeft zijn biografie geschreven als tegengif voor de rehabilitatie van Stalin die gaande is in het Rusland van Poetin. Steeds vaker wordt het stalinisme daar nu beschouwd als de enige manier waarop het achterlijke Rusland in de 20ste eeuw kon worden gemoderniseerd. ‘Zijn methoden waren betreurenswaardig, maar noodzakelijk en effectief. Bovendien raakt het vliegwiel van de geschiedenis nu eenmaal onvermijdelijk besmeurd met bloed’, zo vat Chlevnjoek de opvattingen van de pleitbezorgers van de herwaardering van Stalin samen in zijn voorwoord.

Als antidotum tegen de opvatting dat het stalinisme een historische noodzakelijkheid was, is Stalin opmerkelijk genuanceerd en soms zelfs mild. Chlevnjoek schildert Stalin niet af als het absolute kwaad. Zo geloven verschillende eerdere biografen dat de meedogenloze slager Stalin ook zijn 23 jaar jongere vrouw Nadezjda Aliloejeva de dood heeft ingedreven. Na een feestelijk diner in het Kremlin op 8 november 1932 waarbij haar man haar en plein public voor schut zette, ging Aliloejeva naar huis en schoot zichzelf door het hoofd, zo gaat het verhaal. Maar Chlevnjoek schrijft dat het niet precies bekend is wat er tijdens het diner gebeurde. Wel weet hij dat Aliloejeva ‘nogal labiel’ was en dat psychische aandoeningen vaak voorkwamen in haar familie. Desondanks hield Stalin volgens hem ‘ongetwijfeld’ van haar en hun kinderen en was hij oprecht bedroefd om haar dood.

Over de moord op de Leningradse partijleider Sergej Kirov in 1934 waarvan velen menen dat Stalin erachter zat, schrijft Chlevnjoek dat hiervoor geen overtuigende bewijzen zijn. Wel sloeg Stalin, briljant politiek manipulator als hij was, munt uit de moord. Zoals zo veel historici ziet Chlevnjoek in de executie en gevangenneming van tientallen ‘voormalige oppositiegezinden’ die Stalin na de dood van Kirov beval, de opmaat voor de Grote Terreur van 1937-38. In deze jaren werden 700.000 mensen geëxecuteerd en 2,5 miljoen naar de kampen van de Goelag gestuurd.

De Grote Terreur stelt historici nog altijd voor raadsels. Waarom begon Stalin na de mislukking van de geforceerde industrialisatie en de gedwongen collectivisatie van de landbouw die tijdens het Eerste Vijfjarenplan (1928-1932) miljoenen mensen het leven had gekost na enkele jaren van herstel en relatieve rust aan een nieuwe massaslachting?

In Terreur en droom, Moskou 1937, zijn boek over de Grote Terreur, veronderstelt de Duitse historicus Karl Schlögel dat Stalin en zijn getrouwen begin 1937 werden bevangen door paniek. In 1936 had de Sovjet-Unie als bekroning van de normalisering een nieuwe grondwet gekregen. Maar kort na de invoering ervan beseften Stalin en andere Sovjetleiders plotseling dat het heel goed mogelijk was dat de beloofde vrije verkiezingen helemaal geen meerderheid voor Stalins Communistische Partij zouden opleveren, schrijft Schlögel. In korte tijd zou de partijtop toen de dodelijke maatregelen hebben bedacht tegen koelakken, priesters en andere mogelijke opposanten van de partij.

Paranoïde misantroop

Volgens Chlevnjoek begon de Grote Terreur geleidelijker. Eerst gebruikte Stalin de moord op Kirov om voor de zoveelste keer de partij te zuiveren. Daar kwam in 1935 de overtuiging bij dat nazi-Duitsland vroeg of laat een oorlog tegen de Sovjet-Unie zou beginnen. Van Engeland en Frankrijk hoefde hij geen steun verwachten, wist Stalin. Bovendien begon hij, als paranoïde misantroop, een ‘vijfde colonne’ in eigen land te vrezen die een Duitse invasie in de Sovjet-Unie zou steunen. Die moest voor het te laat was worden uitgeschakeld.

De meedogenloosheid waarmee Stalin miljoenen onschuldige mensen liet vermoorden en gevangen zetten, kwam voort uit zijn simplistische, Leninistische wereldbeeld. Stalin was er zeker van dat hij het historische gelijk aan zijn zijde had, schrijft Chlevnjoek: ‘Door de wereld te bezien vanuit het perspectief van de klassenstrijd kon hij moeilijke vragen uit de weg gaan en op zijn slachtoffers neerkijken. Zo konden zelfs de gruwelijkste misdaden van het regime worden vergoelijkt als een vanzelfsprekend gevolg van historische wetmatigheden.’

Uiteindelijk werd de Grote Terreur een even grote mislukking als het Eerste Vijfjarenplan, die Chlevnjoek Ruslands tweede en Stalins ‘persoonlijke revolutie’ noemt . Toen de Sovjet-Unie in 1941 werd aangevallen door nazi-Duitsland was bijvoorbeeld het Rode Leger mede door de executie van een groot deel van de legertop volledig in ongerede.

Zo toont Chlevnjoek ondanks zijn mildheid met Stalin aan dat de vozjd Rusland slechts rampspoed heeft gebracht. Niet dankzij maar ondanks Stalin en het stalinisme won de Sovjet-Unie uiteindelijk de oorlog met nazi-Duitsland. Maar de collectivisatie van de landbouw en de Grote Terreur hebben het land slagen toegebracht die het nog altijd niet te boven is.