Spaanse erotiek mét en zonder zurig gezeur

Twee Spaanse schrijfsters braken onlangs door met romans tegen de achtergrond van de crisis. Busquets, met haar scherpe commentaren op de hebbelijkheden in het leven, maakt meer indruk dan Rojals.

Foto Thinkstock

De actualiteit heeft er meestal een paar jaar voor nodig om door te dringen in de literatuur. Zo was het met de gebeurtenissen van 11 september 2001, zo is het ook met de economische crisis die vanaf 2008 vanuit de VS naar Europa overwoei. Spanje werd er hard door getroffen.

In haar roman Al dat andere valt de Catalaanse schrijfster Marta Rojals meteen met de deur in huis. Anna en Manel, beiden rond de veertig, zijn redelijk succesvol in de creatieve beroepssfeer, maar moeten het plotseling met drastisch gekortwiekte inkomsten doen. Hij wordt ontslagen, zij schraapt een karig loon bijeen als freelancer in de grafische sector. ‘De crisis is een te bruuske verandering geweest voor […] de kinderen van de democratie, die nooit een ombuiging van hun curve voorzagen,’ denkt Anna, vanuit wier wederwaardigheden de hele roman geschreven is. ‘Promoveer, werk, neem een hypotheek, reis, consumeer, krijg kinderen. Waar is het fout gegaan?’ Van arren moede zoekt zij troost bij een ruim vijftien jaar jongere skater. Het is, zo blijkt aan het eind van het boek, niet voor het eerst te zijn dat zij de werkelijkheid in zinsbeneveling ontvlucht.

Dat slot komt nogal onverwacht, alsof Rojals niet goed wist hoe ze haar boek moest beëindigen. Des te scherper springt in het oog hoe weinig diepgang Al dat andere eigenlijk heeft. Zo voorspelbaar als het verhaal is, zo banaal is ook de beschrijving van Anna’s bestaan en haar milieu. De roman is herkenbaar genoeg om het boek tot een bescheiden bestseller te maken, maar geen zin ervan blijft hangen in het geheugen. Rojals schrijft even plat als de sms- en WhatsApp-berichten die in de roman een belangrijke rol spelen.

Dat is anders in de gelijktijdig verschenen novelle (‘roman’ is een wat grootse aanduiding) Ook dit gaat voorbij van Rojals Catalaanse generatiegenote Milena Busquets. Beiden werden geboren aan het eind van het Franco-regime en triomfeerden met hun tweede roman, geschreven tegen de achtergrond van een Spanje in crisis. Alleen schrijft Rojals in het Catalaans, Busquets in het Castiliaans – en is de laatste aanzienlijk subtieler én beklijvender in haar vertelkunst en woordgebruik. Terwijl Rojals omstandig duidelijk maakt hoe erg het in Spanje wel niet is gesteld, heeft Busquets aan één vluchtige opmerking daarover genoeg.

Bij Busquets vormt de economische crisis grotendeels een (zij het onmiskenbare) achtergrond. Meer nog dan Anna heeft haar ik-persoon, de 40-jarige Blanca, een liefdesconflict uit te vechten. Dat betreft allereerst haar zojuist gestorven moeder, die ze een paar keer ‘de liefde van mijn leven’ noemt. Daaromheen cirkelt een handvol mannen (waaronder twee exen) waarmee Blanca verhoudingen heeft in wisselende mate van ingewikkeldheid. ‘Voor zover ik weet is seks het enige waarvan je geen kater krijgt en dat voor even de dood – en ook het leven – verjaagt,’ zegt ze al vroeg in het boek.

Verfrissend is deze novelle omdat die verhoudingen beschreven worden zonder een spoor van de zurigheid die bij veel hedendaagse schrijfsters onontkoombaar lijkt. Ook in vergelijking met Rojals weet Busquets een erotiek te bewaren die wars is van alle miezer. Blanca heeft een open oog voor de tekortkomingen van haar mannen, maar in haar sensualiteit vergeeft ze hen (en zichzelf) veel.

Wie ze veel minder vergeeft is haar moeder. Haar herinnert ze zich vooral als een dominante en egocentrische vrouw die haar dochter weinig ruimte liet. Waar die liefde van de laatste in wortelt is dan ook even onduidelijk als de troost die Blanca aan het slot van het boek lijkt te ontlenen aan het visioen van een knipogende moeder.

Busquets schrijft op een introspectieve, reflexieve manier, die haar ik-personage de mogelijkheid geeft soms komisch, soms indringend commentaar te leveren op de hebbelijkheden van het leven. Dat beperkt zich niet tot de seks of de verhouding tot de geslachten. ‘Ik herinner mij de tijd dat het in de mode was om niet in God te geloven,’ mijmert Blanca op een van de eerste bladzijden van het boek. ‘Als je nu zegt dat je niet in God gelooft, en ook niet in Vishnoe of Moeder Aarde, […] helemaal nergens in, dan kijken de mensen je meewarig aan en zeggen: ‘Het is je wel aan te zien dat je niet verlicht bent.’