Sail trok 2,3 miljoen bezoekers. Gokken we

Foto ANP

Het is een mooi cijfer om naar buiten te brengen, als organisatie: 2,3 miljoen bezoekers voor Sail, zoals de NOS vorige week meldde. Met op de zaterdag “zeker 600.000 bezoekers”. Maar waar zijn die getallen op gebaseerd? Hoe tel je zoiets?

Allereerst, het gaat om het aantal totaal aantal bezoeken, niet om het aantal bezoekers. Bezoekers die meerdere dagen naar Sail gingen, tellen dubbel. De gemeente heeft de aantallen vastgesteld, laat de woordvoerder van Sail weten. Andere tellingen zijn er niet.

1. Je meet de oppervlakte op

Kunnen we de menigte zelf niet tellen? In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij demonstraties op een plein, kan dat. In een dichte menigte staan mensen met 6 personen per m2 op elkaar. Als je de oppervlakte van het plein weet, kun je een aardige schatting maken. Maar de dichtheid van de menigte op Sail is onmogelijk te voorspellen. Het evenement is uitgestrekt en er zaten ook bezoekers op schepen. Hetzelfde geldt voor het simpelweg hoofden tellen op luchtfoto’s; daar is bij zo’n groot vijfdaags evenement geen beginnen aan.

Organisaties en gemeenten zijn niet de meest betrouwbare bron voor bezoekersaantallen. Zij zijn immers gebaat bij zoveel mogelijk bezoekers. En in het verleden zaten ze er weleens naast. In 1995 liet de Sail-organisatie weten dat er maarliefst 4,5 miljoen bezoekers waren geweest. Het bezoekersaantal werd later, na kritische vragen, door de organisatie bijgesteld naar “meer dan 1,6 miljoen”. Vijf jaar later, in 2000, zouden er volgens de organisatie 3 miljoen bezoekers zijn geweest. Ook dat getal werd later bijgesteld, naar 2,4 miljoen.

De woordvoerder van Sail noemt die aantallen “nattevingerwerk”. Maar dat was toen. Er is sindsdien veel veranderd, verzekert hij. Het aantal bezoekers inschatten is geen kwestie van “een beetje rondkijken” meer. De bezoekersstromen werden vorige week namelijk goed in de gaten gehouden.

2. Je meet het aantal wifiverbindingen en zet telcamera’s in

Er waren telcamera’s bij de hoofdingangen, die een indicatie geven van het aantal passanten. Met wifi-sensoren werden de wifi-signalen van telefoons van bezoekers in de gaten gehouden. En er hing een zeppelin in de lucht waarmee foto’s en filmpjes werden gemaakt, waardoor onderzoekers op dat moment direct konden zien waar het druk was.

Maar die tellingen zijn niet nauwkeurig. Niet iedereen maakt gebruik van wifi op zijn telefoon, dus die aantallen moeten worden gecorrigeerd. En telcamera’s tellen soms dubbel, doordat mensen zich meer dan één keer door het telgebied verplaatsen. “En een telzone kan deels afgeschermd worden door objecten, bijvoorbeeld bomen of kraampjes, waardoor mensen gemist worden”, zegt Roland Geraerts, docent informatica aan de Universiteit Utrecht. Ook mensen met petjes zijn soms lastig te herkennen voor de camera’s, net als kinderen die snel heen-en-weer bewegen.

Voor een zo nauwkeurig mogelijk resultaat moet er bovendien bij elke ingang en uitgang een camera staan. Dat is op Sail niet mogelijk. De eerste dag voeren de schepen bijvoorbeeld van IJmuiden naar Amsterdam. Langs het Noordzeekanaal stonden geen camera’s.

Hoe gaat Sail met die onzekerheden om? De woordvoerder van Sail benadrukt dat het om schattingen gaat. Vandaar ook die ronde getallen.

“Het kan best dat we 100.000 mensen missen of juist te veel hebben gerekend. Het blijft een schatting. Maar wel de meest onderbouwde tot nu toe.”